Ooit vijand, nu vriend

HET WAS EEN plechtig en gedenkwaardig moment, vrijdag jongstleden in Independence, Missouri, de woonplaats van wijlen president Harry Truman. Drie voormalige vijanden uit het voormalige Warschaupact ondertekenden daar de documenten die hun toetreding tot de NAVO bevestigen. Andere verdringen zich om te worden toegelaten.

Volgende maand wordt in Washington feestelijk herdacht dat de NAVO vijftig jaar geleden werd opgericht. Truman was daarbij de drijvende kracht. Een paar jaar eerder had in het naburige Fulton de Britse oorlogsleider Winston Churchill als gast van de president het ,,IJzeren Gordijn'' gehekeld dat door Stalin in Midden-Europa werd neergelaten. Europa zou verdeeld blijven totdat eind 1989 volksmassa's de Berlijnse Muur neerhaalden.

De staten gelegen tussen de Elbe en de westgrens van de Sovjet-Unie vormden al die jaren de uitvalsbasis van het Rode Leger en een regelrechte bedreiging voor West-Europa. De ondergeschiktheid van de regimes aan het Kremlin liet daarover geen twijfel bestaan. Tegelijkertijd werden de volken in dat gebied gezien als slachtoffers van de geschiedenis en als potentiële medestanders tegen de communistische dictatuur. De rebellieën tegen het Kremlin en zijn satrapen van 1953 (in Oost-Duitsland), 1956 (in Polen en Hongarije) en 1968 (in Tsjechoslowakije) gaven stevige grond aan die voorstelling van zaken. In dat licht gezien krijgt de overstap naar de NAVO van Polen, Tsjechen en Hongaren een andere betekenis. Het gaat hier niet om een bekering, maar om een vervulling van een wens die tientallen jaren teruggaat: te behoren bij het vrije deel van de wereld. Dat was de paradox van de Europese deling.

DE WERELD EN Europa hebben sinds de val van de Muur niet stilgestaan. De Sovjet-Unie is verdwenen, Rusland heeft zich ontwikkeld tot een partner van het Westen, zij het een balsturige en humeurige. De NAVO heeft de prioriteit van de verdediging vervangen door een beleid dat er op is gericht ruziezoekers aan de periferie van het bondgenootschap uit elkaar te houden. Vluchtelingenstromen beangstigen de Europese burger zoals voorheen de divisies van het Oostblok dat deden. Maar vooral voor de Polen staat het lidmaatschap van de NAVO nog altijd in het teken van de verdediging, tegen het grote en onvoorspelbare Rusland. Zij zijn bereid deel te nemen in allerhande vredesmissies, maar zij zien dat als de premie die moet worden betaald voor de polis die zij in Independece hebben afgesloten.

Zo ontwikkelt de NAVO zich van een eenduidig wapen ter bescherming van West-Europa – het kanon van de rijken – tot een laboratorium waar de nieuwste veiligheidsconcepten worden beproefd. De veiligheid van het nieuwe, uitgebreide Europa wordt verankerd in een structuur die ook Rusland omvat. Overleg neemt er de plaats in van de feitelijke defensie. Een NAVO met meer leden, meer grondgebied, maar met minder en minder divisies.

DE NIEUWE LEDEN in Midden-Europa treden toe terwijl de oude leden in West-Europa streven naar een eigen, minder van de Amerikanen afhankelijke Europese Veiligheids en Defensie Identiteit. Of die nieuwe leden daar gelukkig mee zijn, is de vraag. Het ging hun tenslotte om het verwerven van de Amerikaanse veiligheidsgarantie. Dat is de paradox van het nieuwe, zich verenigende Europa.