NAM is klaar om in Waddenzee te boren

Uit onderzoek in opdracht van de NAM blijkt dat de bodemdaling in het Waddengebied als gevolg van gaswinning minder groot is dan verwacht.

Woordvoerder F. Duut van de Nederlandse Aardolie Maatschappij (NAM) is resoluut: Op grond van het onderzoek naar bodemdaling als gevolg van gaswinning kan worden overgegaan tot gasboring in het gebied boven de Waddeneilanden. ,,Wat in de praktijk bij de gaswinning op Ameland al bleek, namelijk dat er geen blijvende negatieve effecten optreden, wordt door dit onderzoek nog eens bevestigd'', aldus Duut. De Waddenvereniging, fel tegenstander van gasboringen, meent dat het onderzoek niet objectief is.

Uit het onderzoek, uitgevoerd door wetenschappers van verschillende disciplines en onderzoeksinstellingen, blijkt dat de bodemdaling tot 2050 maximaal weliswaar 28 centimeter zal bedragen, maar dat die deels wordt gecompenseerd door natuurlijke zandverplaatsingen vanuit de Noord- naar de Waddenzee. De voorspelde bodemdaling van zes tot acht centimeter heeft ook nauwelijks gevolgen voor bodemdieren en wadvogels. Het aantal vogels neemt door bodemdaling weliswaar af, maar die afname is gering en tijdelijk.

Het onderzoeksrapport is naar de Tweede Kamer gezonden. Binnenkort beslist het kabinet over het toestaan van gaswinning in de noordelijke Waddenzee. In het concessiegebied Noord-Friesland ligt volgens schattingen van de NAM een voorraad aardgas van tussen de 70 en 170 miljard kubieke meter, met een waarde van tussen de zeven en twintig miljard gulden.

Volgens bioloog A. Woudstra van de Waddenvereniging is het onderzoek niet objectief genoeg. ,,Dit is een NAM-onderzoek, de onderzoekers hebben gegevens van de NAM gekregen.'' De Waddenvereniging vreest dat door bodemdaling wadplaten in zee zouden verdwijnen, waardoor wadvogels geen plekken meer hebben om te rusten en fourageren.

De vereniging had als belanghebbende betrokken willen zijn bij de onderzoeksopzet en eiste een onafhankelijke adviescommissie die de resultaten had moeten beoordelen. Volgens Woudstra weigerde de NAM dit. In een brief aan de ministers van Economische Zaken, VROM, Landbouw en Verkeer en Waterstaat dringt de Waddenvereniging aan op onafhankelijke contra-expertise. De onderzoekers werden overigens begeleid door een onafhankelijke commissie, bestaande uit vertegenwoordigers van vier departementen, provincies, gemeenten en NAM. Voorzitter F. Niewenhuis van deze commissie spreekt van een ,,zorgvuldig' en ,,betrouwbaar'' onderzoek. ,,De conclusies van de onderzoekers werden voorgelegd aan vier onafhankelijke wetenschappers.''

De natuurorganisatie plaatst vraagtekens bij de conclusies. Volgens bioloog A. Woudstra is het lastig om nauwkeurige voorspellingen te doen over bodemdaling. Ze wijst op de prognoses en bijgestelde dalingscijfers van de gaswinning op oost-Ameland. ,,De NAM had daar een maximum daling van 18 centimeter voorspeld, maar na tien jaar gaswinning is de bodem daar ruim twintig centimeter gedaald.'' Ook zouden de cijfers voortdurend worden bijgesteld en rooskleuriger worden voorgesteld op momenten dat er beslissingen moesten worden genomen over booractiviteiten. Bodemdaling wordt versterkt door stijging van de zeespiegel, waarvan de effecten op de wadplaten volgens het onderzoek ingrijpender zullen zijn dan van bodemdaling. Ook met dit aspect is te weinig rekening gehouden, meent ze. Bij een stijging van één meter zullen wadplaten in zee verdwijnen. De Waddenvereniging blijft tegen gasboringen in de Waddenzee, omdat de maatschappelijke noodzaak ervan ontbreekt. ,,In een dergelijk kwetsbaar natuurgebied, moet je niet boren als dit niet per se nodig is'', meent Woudstra.

De NAM wil vijf proefboringen uitvoeren boven de Waddeneilanden en op Ameland, maar de Leeuwarder bestuursrechter schorste vorig jaar de door het ministerie van Economische Zaken in 1996 afgegeven vergunning. De effecten op het milieu zouden onvoldoende duidelijk zijn en tevens zou de maatschappelijke noodzaak van gaswinning niet zijn aangetoond, meende het bestuurscollege. De rechtbank stond overigens in principe wel één proefboring toe, als de milieueffectrapportage daarvoor aangescherpt wordt en de minst kwetsbare locatie wordt gezocht. Een proefboring kan duidelijkheid verschaffen over eventuele schade aan het milieu, meende de rechter.