Les bij de man met 's werelds mooiste legato

Donderdag reikt staatssecretaris Van der Ploeg van Cultuur de prestigieuze Nederlandse Muziekprijs uit aan de hoboïste Pauline Oostenrijk. Twee jaar verdiepende studie ging hieraan vooraf.

,,Héérlijk was het om weer even student te zijn. Ik heb mijn eigen lespraktijk aan het Conservatorium van Amsterdam een tijdje stilgelegd en een periode geen soloconcerten aangenomen. Ik ben met mijn koffertje naar Chicago getogen, naar Alexander Klein, de eerste hoboïst van het Chicago Symphony Orchestra en de man die het mooiste legato ter wereld speelt. Bij hem hoor je niet waar de ene noot in de andere overvloeit. Samen hebben we ons onder meer gebogen over de wijze waarop hij zijn rieten maakt. Hij heeft gedetailleerde tekeningen voor me gemaakt, met rasters en coördinaten. Dat ging er ronduit wiskundig aan toe.''

Alex Klein was één van de gerenommeerde collega's die hoboïste Pauline Oostenrijk (31) de afgelopen twee jaar bezocht in het kader van haar succesvolle gooi naar de Nederlandse Muziekprijs. Op 18 maart zal Oostenrijk uit handen van staatssecretaris van OC&W Rick van der Ploeg deze hoogste staatsonderscheiding op het gebied van de muziek ontvangen tijdens een optreden met het Residentie Orkest, waar zij eerste hoboïste is. Door het winnen van de Muziekprijs schaart Oostenrijk zich op 's lands muzikale erepodium naast onder anderen de zangers Jard van Nes en Geert Smits, pianist Ronald Brautigam, de cellisten Pieter Wispelwey en Quirine Vierssen, de harpistes Godlieve Schrama en Manja Smits en saxofonist Arno Bornkamp. Nooit eerder werd de onderscheiding toegekend aan een hoboïst.

Voor de Nederlandse Muziekprijs worden de grutjes in stilte gepeld. De jaarlijkse audities worden met discretie omgeven. De kandidaten die te licht zijn bevonden doen er liever het zwijgen toe, de kanshebbers schreeuwen hun nominatie evenmin van de daken. Want ook voor deze `zeer getalenteerde jonge musici die een internationale carrière nastreven' is de kans immers nog levensgroot dat zij op enig moment gedurende de twee jaar studie, waarvan de Nederlandse Muziekprijs feitelijk het erediploma vormt, te horen krijgen dat de commissie onder voorzitterschap van Huub van Dael de vorderingen niet afdoende acht.

Het is een traject vol voetangels en klemmen, beaamt Pauline Oostenrijk. Je moet als musicus muzikaal groeien, zonder de ontroering in je spel te verliezen. Missers kun je je gedurende de kandidatuur amper veroorloven want bij ieder concert kan zich onder het publiek een jurylid bevinden. ,,Ik heb met opzet gewacht met auditeren voor de prijs totdat ik zeker wist dat ik er niet meer van afhankelijk was. Ik wilde zelf een bestaan als uitvoerend musicus hebben opgebouwd, zodat wanneer ik zou worden afgewezen of tussentijds gedwongen zou worden te stoppen, ik hiervan geen al te nadelig effecten hoefde te vrezen. Ik wilde dat de prijs een verrijking zou zijn, een positieve ervaring en niet een voortdurend dreigend zwaard van Damocles.''

De carrière van Pauline Oostenrijk heeft in enkele jaren een hoge vlucht genomen. Bij het Residentie Orkest speelt zij iets minder dan de helft van de programma's. De resterende tijd ontplooit ze activiteiten als solist, maakt ze deel uit van het Giotto Ensemble, vormt ze duo's met pianist Ivo Janssen en harpiste Manja Smits en onlangs nam ze met haar zus, de sopraan Nienke, een cd op met Bach-aria's. Temidden van dit veelzijdige bestaan bood de prijs de gelegenheid even pas op de plaats te maken en de dingen te ondernemen die ze altijd al wilde. Zo studeerde ze niet alleen bij Klein in Chicago, maar ook bij Omar Zoboli. ,,Hij is een totaal ander musicus, een typische solist, een ongelooflijk virtuoos musicus. Een echte italiaan. Voor hem geen flauwekul, maar scheuren op dat ding. Alle remmen los. Hij speelt het liefst de virtuoze operafantasieën van Antonio Pasculli, `de Paganini van de hobo', die muziek schreef die technisch helemaal uit de hand loopt.''

Toch is het juist de Nederlandse hoboïst Han de Vries geweest aan wie zij het meest te danken heeft. ,,Han is een superartiest. Bij hem begint het musiceren pas bij het prachtig kunnen spelen van een stuk. Hij heeft het niet over technische zaken als in- of uitademen, het bijsnijden van je riet of het gebruik van andere stiften. Neen, Han roept beelden op, Han spreekt in metaforen. Bij een sonate van Carl Philipp Emanuel Bach suggereerde hij een deel niet te `mooi' af te sluiten, maar een groothertog te imiteren die zijn zegel in de lak drukt van een net gesloten envelop. In combinatie met een technische aanwijzing kom je dan interpretatief een stap verder. Han spreekt letterlijk en figuurlijk dezelfde taal als ik. Ik ben weliswaar een leerling van Koen van Slogteren, maar ik kom uit dezelfde Nederlandse school van hobo spelen.''

Naast het bezoeken van collega's, greep Oostenrijk de Nederlandse Muziekprijs aan om vorig jaar met Manja Smits deel te nemen aan het Internationaal Muziekconcours in Rome. ,,We hadden geïnformeerd waar we niet al te duur konden overnachten en kwamen zodoende in een klooster terecht. De avond voor het concours hebben er een try out gegeven. Die nonnen hadden de avond van hun leven. Moeder overste zei in de pauze: `het is zo'n leuke avond, we gaan ijsjes halen!' Prachtig al die smikkelende nonnetjes. Als wederdienst besloten ze voor ons te bidden. Ik kom uit het gereformeerde Groningen, daar bidden ze niet om zoiets triviaals als het winnen van het concours. In Rome wel. Misschien heeft het geholpen. We haalden de tweede plaats en dat leverde een serie Italiaanse concerten op. Zo kan de Nederlandse Muziekprijs indirect ook je internationale carrière een stootje in de goede richting geven.''

Pauline Oostenrijk en Residentie Orkest o.l.v. Alexander Vedernikov: Hoboconcert van Martinu. 18/3 20.15 uur Dr. Anton Philipszaal Den Haag. Radio: 4/4 14 uur AVRO Radio 4.