`Leiders smoren debat'

Twee prominenten van CDA en PvdA zijn het eens: Het ideologisch debat in hun partijen is op sterven na dood.

Het ideologisch debat binnen de politieke partijen wordt gesmoord door de aanwezigheid van dominante politieke leiders. C.J. Klop, verbonden aan het Wetenschappelijk Instituut voor het CDA, had er een pakkende oneliner voor: ,,Lubbers was een ramp voor het CDA, Kok is een ramp voor de PvdA.'' Klop kruiste zaterdag in Amersfoort de degens met P. Kalma, directeur van de Wiardi Beckman-stichting, het wetenschappelijk bureau van de Partij van de Arbeid. Het debat werd georganiseerd door de Protestantse Werkgemeenschap voor de PvdA.

Sterke politieke leiders verdragen geen tegenspraak in hun directe omgeving, stelde Klop. Daardoor krijgen de grijze muizen en de baantjesjagers alle kansen. Waarom zou je een principieel debat beginnen over het beleid als je ook je zin kunt krijgen door even in het Torentje langs te gaan. ,,De huidige fractie is in die pragmatische periode groot geworden. De huidige CDA-leider Jaap de Hoop Scheffer is daar de representant van. Ik hoop dat het CDA in de toekomst weer een echte beginselpartij wordt'', aldus Klop. De PvdA onder premier Kok loopt volgens hem hetzelfde gevaar.

Klop legde het recente rapport De rode draden van de sociaal-democratie, dat bedoeld is als aanzet tot een nieuw beginselprogramma van de PvdA, op de snijtafel en constateerde dat daarin geen duidelijke ideologische keuzes worden gemaakt. De partij noemt vrijheid, gelijkheid en solidariteit als drie belangrijke waarden, maar brengt daarin geen hiërarchie aan. ,,Elke partij dient een verhaal te hebben, waarin de waarden hun samenhang krijgen. Waarden kunnen onderling botsen en je kunt dan niet van geval tot geval bekijken voor welke koers je kiest. Dat is een pragmatisme dat de PvdA zich niet kan permitteren.''

Kalma legde uit dat in het rapport juist bewust gekozen was voor dit `waardenpluralisme'. ,,Dat is de beste garantie tegen de totalitaire verleiding, tegen het idee dat een ideaal ook daadwerkelijk te bereiken is.'' Zo vergroot je de spanning in het politiek-ideologische debat, aldus Kalma. ,,Je moet ook de vraag durven stellen: zijn die beginselen wel het grootste probleem? De PvdA heeft juist grote moeite met de vertaling van de beginselen naar de praktijk.''

Kalma constateerde dat de christen-democratie en de sociaal-democratie, de twee grote bewegingen die samen verantwoordelijk zijn geweest voor de opbouw van het sociaal kapitalisme, de afgelopen jaren hun dominante electorale positie kwijtgeraakt zijn.

Bij de PvdA is sprake van een zeker herstel onder de vlag `sterk en sociaal'. Het debat in de PvdA zal zich moeten concentreren op de vraag of de partij niet te liberaal wordt. ,,Is er niet te veel materialisme bij de PvdA'', zo vroeg Kalma zich af. Hij pleitte voor een nieuw welvaartsbewustzijn. ,,Wat doen we met de rijkdom? Houden we vast aan een economisch en technisch systeem dat schaarste produceert en zo een stimulans geeft voor de jacht op almaar meer?''

Ook bij het CDA ziet Kalma tekenen van herstel, maar het blijft moeilijk om te zien wat de echte thema's van die partij zijn, aangezien het beleid dat door paars wordt gevoerd door het CDA eigenlijk wel wordt gesteund. ,,Wat doen we bijvoorbeeld met de explosie van rijkdom van het moment, de winsten op de beurzen?'', stelde Kalma. ,,De PvdA komt daar niet uit. Ik heb op dat punt kritiek op mijn eigen partij, maar van het CDA horen we ook niets.''