Kiezer heeft recht op apathisch gedrag

De lage opkomst bij de Statenverkiezingen houdt de politiek meer bezig dan de uitslag. Onmiddellijk duiken allerlei staatkundige vernieuwers op om het failliet van het huidige bestel aan te kondigen en te pleiten voor een vernieuwde democratie. Toch heeft een lage opkomst niets te maken met gebrekkige organisatie; het Nederlands staatsbestel functioneert naar behoren. De lage opkomst komt eerder voort uit tevredenheid over de politieke stabiliteit, ofwel: desinteresse omdat het goed gaat. Het pleidooi van Marijnissen ('Opkomstplicht moet terug', NRC Handelsblad, 5 maart 1999) om de opkomstplicht weer in te voeren doet geen recht aan die werkelijkheid.

De frustratie over een lage opkomst komt voort uit een achterhaald mensbeeld en politieke arrogantie. Het was John Stuart Mill die politieke participatie van grote waarde achtte, essentieel voor de menselijke ontplooiing. De politieke mens zou verantwoordelijkheidsbesef krijgen en leren rekening houden met zijn medemens. Politieke participatie maakt van ieder individu een goed burger en brengt hem optimaal geluk. Deze lyrische omschrijving van de politieke activiteit is achterhaald. Natuurlijk zijn er mensen die bij het lezen van de krant, het volgen en voeren van politieke debatten en de gang naar het stemlokaal hun geluk vinden. Maar minstens evenveel mensen prefereren andere bezigheden. Zo zijn er mensen die vrijwilligerswerk doen, zich inzetten voor verenigingen, zorgen voor ouderen of gewoon bij de buurman op bezoek gaan. De wegen naar geluk zijn sterk afhankelijk van de individuele voorkeur en niet universeel te bepalen.

Het is de arrogantie van de politiek zelf die de kater van een lage opkomst veroorzaakt. De politicus denkt dat het hele land geïnteresseerd is in zijn werk. Natuurlijk heeft iedere burger belang bij het werk van de politicus. Maar dat heeft hij ook bij de inspanningen van de bakker op de hoek, en toch is hij niet geïnteresseerd in de nachtelijke arbeid van deze ambachtsman. Uit de verklaring van niet-stemmers van afgelopen woensdag bleek dat velen juist totaal niet geïnteresseerd zijn in het werk van politici.

Een lage opkomst is geen ramp voor de democratie. Politieke participatie is een recht waarvan in beginsel iedere burger boven de achttien gebruik mag maken. Maar politieke onverschilligheid is net zo goed een recht. Maatregelen om de politiek dichter bij de burger te brengen zijn niet nodig. Apathie is een individuele keuze en moet worden gerespecteerd. Deze houding doet ook meer recht aan hen die wel komen stemmen en zich voor politiek interesseren. Een verkiezing op basis van een lage opkomst afdoen als 'dramatisch' en daardoor van 'weinig waarde' toont weinig respect voor de miljoenen burgers die de gang naar de stembus hebben gemaakt.

Gerard Marlet is historicus.