Harpiste Schrama hypnotiserend in Ginastera-concert

,,Waarom niet?'', was tijdens zijn experimenten de vraag van Paul Klee, de beeldende kunstenaar die zoveel musici inspireerde. Voor Alberto Ginastera werd het zijn lijfspreuk. Van de grote drie in Zuid-Amerika, de Braziliaan Heitor Villa-Lobos (1887-1959), de Mexicaan Silvestre Revueltas (1899-1940) en de Argentijn Ginastera (1916-1983) is de eerste de populairste, wordt de tweede steeds vaker uitgevoerd en is Ginastera met afstand de meest opwindende. Villa-Lobos en Ginastera stonden zondagmiddag in het Muziekcentrum Vredenburg op het programma bij het Radio Kamerorkest waarbij vooral Ginastera's Harpconcert grote indruk maakte.

Ginastera begon voor de hand liggend in een stijl geïnspireerd door Bartók en De Falla. Daarbij onderscheidde hijzelf in een objectief folkloristische fase en een meer betrokken subjectieve, met de serie Pampeanas als bekroning. In het Tweede strijkkwartet uit 1958 doet de dodekafonie zijn intrede waarmee Genastera de eretitel verwierf van `de Mozart van het twaalftoonssysteem'. In 1960 ging hij — waarom niet? — weer een stap verder in de Cantata para América mágica, een streng-seriële compositie met liefst zestien slagwerkers. Vervolgens verwerkte hij dichte clustertechnieken in muziektheaterstukken van een helkleurig hallucinerende kwaliteit waarin de klankzuilen je links en rechts om de oren vliegen. Ginastera hield van Boulez' Pli selon pli, van Nono en Cage en dat bij een componist geboren in 1916, als geen ander kende hij het geheim van de eeuwige jeugd.

Het Concert voor harp en orkest op. 25 neemt een middenpositie in. Het ontstond in 1956 maar beleefde pas in 1965 zijn eerste uitvoering bij Nicanor Zabaleta en het Philadelphia Orchestra. In dat jaar ontstond een revisie, de componist had zich intussen immers pijlsnel ontwikkeld. Overigens wilde hij nog kort voor zijn dood eraan werken om de balans nog beter te krijgen. Bijzonderheden in de harpsolo zijn het spel op de klankkast en een striemend suizend pedaalglissando, deze component wordt in het orkest verstrekt door vijf slagwerkers en een celestaspeler. Boeiend is de cadens kort voor het laatste deel waarin de harp klinkt als een gitaar — `waarom niet?' moet Ginastera hebben gedacht. Betoverend sprookjesachtig is de instrumentatie, zó zou Ravel instrumenteren als hij nog leefde: licht en lucide, scherp en snijdend als een wolk van glassplinters.

Godelieve Schrama gaf een hypnotiserende lezing, fel en flamboyant, en de Zuid-Afrikaanse dirigent Gérard Korsten hield het geheel stevig in de hand. Villa-Lobos' Bachianas Brasileiras nr. 9 ervóór uitgevoerd jutte hij eenzijdig in de beweging op, het contrapunt had meer opengewerkt kunnen worden. Als een plaatproducer eens besluit het volledige werk van de Braziliaan op te nemen –waarom niet? – dan wordt dat de grootste productie aller tijden: Villa-Lobos schreef meer dan tweeduizend werken.

Concert: Radio Kamerorkest o.l.v. Gérard Korsten met Godelieve Schrama harp. Werken van o.a. Villa-Lobos, Ginastera. Gehoord: 14/3 Muziekcentrum Vredenburg Utrecht. Radio 4 KRO 18/3 20.02 uur.