Halberstadt: overal op afstand aanwezig

Hij wordt de man met het meest waardevolle adressenboekje genoemd. Victor Halberstadt, al meer dan een kwart eeuw kroonlid van de Sociaal Economische Raad, neemt deze week afscheid als tijdelijk voorzitter van de SER.

Verbazend: de ,,supernetwerker'' van Nederland beschikt niet over visitekaartjes. Wil je Victor Halberstadts telefoonnummers weten, dan schrijft hij die nog ouderwets voor je op. Zwarte vulpen, wit correspondentiekaartje, de initialen `VH'. Drie nummers onder elkaar, even blazen, wapperen met het papiertje tot de inkt droog is. Quasi nonchalant: ,,Ik vertegenwoordig niemand, dus waarom heb ik die dingen nodig? Ik werk thuis en ben geen filiaalhouder.''

Op afstand en toch overal aanwezig. Wie steekt Victor Halberstadt naar de kroon als het om de lengte van zijn curriculum vitae gaat? Voorzitter van de internationale adviesraad van DaimlerChrysler. Aanwezig in de adviesraad van de zakenbank Goldman Sachs. Altijd bij de Bilderbergconferenties (bijeenkomsten met politici, bankiers, beleidsadviseurs over buitenlandse politiek en wereldeconomie). In de keuken van Nederlandse bedrijven waar hij commissaris is, van de Leidse universiteit, waar hij nog steeds voor één tiende van de tijd een hoogleraarschap bekleedt. En natuurlijk in de Sociaal Economische Raad (SER), het instituut waar hij al 27 jaar kroonlid is en dat de belangrijkste elementen uit zijn werkzaam bestaan belichaamt: overleggen, contacten leggen, compromissen smeden. ,,Hij zit overal met zijn tentakels in'', weet R. Linschoten, lid van het dagelijks bestuur van de SER en werkzaam bij verzekeraar Interpolis. ,,Hij heeft een gigantisch netwerk, kent werkelijk iedereen. Geen visionaire man, wel de onbetwiste nestor van de SER die werkgevers en werknemers verschrikkelijk goed op één lijn kan krijgen.''

,,Als er een probleem is, gaat Victor rommelen'', zegt oud-SER-kroonlid en zijn vroegere collega-econoom aan de Amsterdamse Universiteit prof. D. Wolfson. ,,Dan bedenkt hij tekstjes en formuleringen, gaat de mensen langs die hij allemaal kent en zij hem. En dan rolt er wel weer wat uit.''

,,Als hij eenmaal z'n bordjes draaiende heeft, laat hij er niet één meer vallen'', vertelt K. de Vries, de vorige SER-voorzitter en huidige minister van Sociale Zaken. ,,Hij woekert met zijn vaardigheden: sociaal, scherpzinnig, vaardig, communicatief. Een supernetwerker: als iemand weet hoe dit land in elkaar zit, dan is het Victor Halberstadt.''

Denk echter niet dat de archieven uitpuilen met informatie over de Leidse hoogleraar openbare financiën. Halberstadt schuwt publiciteit en verzilvert zijn talent het liefst in stilte. Niet zonder zelfspot vertelt hij hoe hij consequent interviews weigert. ,,Op een gegeven moment vergeten die journalisten je gewoon. Dat betekent niet dat je niet ijdel bent, maar het is wel lekker rustig.'' Zijn oudere zus Betty: ,,Victor vindt het ook niet chique om in de spotlights te staan.''

Zij herinnert zich de oorlogsjaren waarin het joodse gezin Halberstadt uit elkaar werd gehaald en Victor naar een onderduikadres in Limburg moest. Pas op zijn zesde kwamen ze weer bij elkaar. ,,Victor werd door mijn vader, die hem adoreerde, binnengehaald als de verloren zoon die thuis kwam.'' Ze schetst haar broer als ,,iemand met een flair en zelfverzekerdheid die mij soms stoort, maar vooral een warm en betrouwbaar mens.'' Legendarisch is zijn nauwkeurigheid. ,,Toen hij in het buitenland zat en een bepaald krantje uit z'n archief nodig had, wist hij precies te vertellen dat het in de derde la onder het vierde stapeltje lag. Hij is zeer georganiseerd.''

Dat is ook nu nog te merken. Zijn werkkamer in het SER-gebouw oogt spic en span. Een computerprint van zijn door velen begeerde lijst met telefoonnummers ligt in een roze plastic mapje binnen handbereik. Zijn mobiele telefoon zoemt beschaafd. Bovenaan het bureau de Financial Times. Daarin zoekt hij iedere dag naar die ene pagina met cijfers van de termijnhandel in koffie op Wall Street, een overblijfsel uit de jaren vijftig toen hij als jong emigrant de sprong naar New York waagde en een tijdje werkte bij een handelshuis in het hart van de financiële wereld. Lang duurde dat avontuur trouwens niet. Toen de Amerikanen hem na enkele maanden opriepen voor militaire dienst en hij, de Nederlandse gebruiken nog gewoon, vroeg hoe lang hij uitstel kon krijgen, keek de dienstdoende officier hem verbaasd aan: ,,Uitstel? Over veertien dagen moet u opkomen.'' Dat leek de jonge Halberstadt toch niet zo'n goed plan. Hij spoedde zich naar de Holland Amerika Lijn, koesterde zijn nog niet ingeleverde Nederlandse paspoort en scheepte binnen de kortste keren in op de `Grote Beer', terug naar Holland.

Maar de jonge Halberstadt had geroken aan de grote wereld. ,,Het was in ieder geval tot me doorgedrongen dat het hoogste goed meer was dan discussiëren met onze onderbuurman dominee Buskes over het raadsel of de slang nou wel of niet gesproken had'', zegt hij nu. Hij startte zijn studie economie, werkte op de universiteit van Amsterdam aan het Instituut voor Verkeers- en Vervoerseconomie en trok de stoute schoenen aan door aan zijn leermeester, hoogleraar openbare financiën prof. C. Goedhart, te vragen of deze geen medewerker nodig had. Hij mocht beginnen en al snel nam hij het eerste college over. Op de eerste rij zat een jonge Ton de Swaan, huidig ABN Amro-bestuurder, die hem aan het eind goedmoedig toeriep: ,,Dat ging best wel goed hoor.''

In 1974 werd hij hoogleraar. Twee jaar daarvoor had Goedhart hem al de SER binnengeloodst, had hij ook al een adviseurschap bij het ministerie van Financiën erop zitten en was hij opgevallen door zijn makkelijke sociale omgang en zijn vermogen om in korte tijd goede contacten op te bouwen. ,,Hij is een ongelooflijke communicator'', zegt minister De Vries. ,,Maar ook iemand die de zaken breder ziet. Geen Hollandse buurtwerker, maar een kenner van het internationale spectrum. Als we heel intensief over een Nederlands probleem zaten te discussiëren, kon hij het ineens relativeren door aan te geven dat ze het in Duitsland toch heel anders zagen. Of dat Alan Greenspan er iets belangwekkends over heeft gezegd. Dat weet hij allemaal, en vaak kent hij die mensen ook nog persoonlijk.''

Samen met zijn vriend Ben Elkerbout verzorgde hij in de jaren zestig educatieve uitzendingen voor VARA's Achter het Nieuws over economie. In oktober 1968 ging het over een aspect waar hij later zelf zo goed in zou gedijen: de vormen van economische macht. Het script moest tevoren aan de vakbond NKV worden overhandigd, waarna toenmalig voorzitter Jan Mertens er dankbaar gebruik van maakte. Op de avond vóór de uitzending gebruikte hij Halberstadt onbedoeld als ghostwriter en citeerde hij tijdens een toespraak in Sneek ruim uit het draaiboek. Een klein aantal personen, waarschuwde de vakbondsman, maakt in economisch Nederland de dienst uit: ,,Tweehonderd mensen die elkaar goed kennen en elkaar frequent ontmoeten in allerlei colleges.'' `Griezelige bundeling economische macht', kopte De Volkskrant de volgende dag, waarna de speech de historie zou ingaan als `de 200 van Mertens'.

Anno 1999 is Victor Halberstadt zelf radertje in die economische macht geworden, al zal hij dat altijd met een brede glimlach ontkennen. Maar ook dat hoort bij het spel dat hij zo goed beheerst en waarin een te geprofileerde rol alleen maar schade toebrengt zijn manier van opereren. Verrassend of provocerend kan je zijn economische denkbeelden dan ook niet noemen. Als belangrijkste interesses noemt hij zelf economische ordening, en – zijn specialiteit – overheidsfinanciën. Politiek gezien gaat het hem om de begrippen rechtvaardigheid en doelmatigheid, in de lijn van economen als Zijlstra, Witteveen en Pen. Politicus heeft hij echter nooit willen worden, hoewel hij tot op de dag van vandaag in zijn partij, de PvdA, een veel geraadpleegd man is. Van jongs af aan voelde hij zich aangetrokken tot de sociaal-democratie, maar een officiële functie binnen de PvdA heeft hij nooit bekleed en aan een partijprogramma werkte hij nimmer mee. Wel was hij, samen met C. de Galan, informateur van het tweede kabinet Van Agt in 1981. ,,Daar heeft hij erg van genoten'', vertelt prof. Wolfson. ,,Het was voor hem een hoogtepunt om totaal onverplicht eens in die keuken van de politiek te kijken.'' Maar vanwege de ,,oppervlakkige inhoudelijke omgangsvormen'', de ,,voor mij te grote organisatie'' en de ,,voortdurende afschuwelijke publiciteit'', zoals hij het zelf kenschetst, koos hij voor een positie in de luwte. ,,Den Uyl had schik in hem'', weet Wolfson. ,,Maar je moet hem niet langs de lat van grote economen leggen. Indringende eigen gedachtes zijn niet zijn kracht, maar dat hoeft ook niet. Je kunt niet èn empirisch, èn praktisch, èn theoretisch zijn.''

Zijn netwerk, sociale omgang en pragmatisme dwingen onder economen bewondering af. Maar hoewel hij veel schreef over onder andere de negatieve inkomstenbelasting, de economische aspecten van arbeidsongeschiktheid en sociale verzekeringen wordt zijn betekenis voor de wetenschap niet altijd even hoog ingeschat. ,,Hij is een typisch geval van een econoom die opgezogen is door de politiek ten koste van die wetenschap'', vindt prof. A. Klamer, hoogleraar aan de Erasmusuniversiteit. Hij was in 1996 co-auteur van `Telgen van Tinbergen', een boek over Nederlandse economen. Halberstadt heeft volgens hem een duidelijke keuze gemaakt in het spanningsveld dat wetenschappers vaak tegenkomen: een academische carrière of het geven van beleidsadvies. ,,Hij heeft duidelijk voor het laatste gekozen. Je gaat je zelfs afvragen of de hoogleraarspositie, die hij maar zeer beperkt bekleedt, geen alibi wordt om beleidswerk te doen.'' Klamer wijst erop dat Halberstadt, vooral de afgelopen jaren, maar weinig heeft gepubliceerd: ,,Hij strooit weinig rond en prikkelt niet. Je signaleert hem op conferenties, maar hij schrijft nooit wat op. Logisch, zou hij dat wel doen, dan wordt hij gekleurd en kan hij zijn rol van procesman niet meer spelen. Als hij eigenlijk iets niet is, is het een wetenschapper.''

Zelf neemt hij de kritiek luchtig op. Na in 1981 ernstig ziek te zijn geweest heeft hij zijn hoogleraarschap bewust ingekrompen en mede daardoor minder geschreven. Maar hoewel onder economen de roddel gaat dat Halberstadt zijn gedachten moeilijk op papier kan zetten, is hij momenteel bezig met een boek over de sociaal-economische verhoudingen in de geïntegreerde markt. Zelf wil hij er weinig over kwijt, noch over de inhoud (,,het wordt slechts een poging tot vooruitblik''), noch over het tijdstip van verschijnen (,,zolang het ei niet gelegd is, is het geen ei''). In SER-kringen tillen ze er allemaal niet zo zwaar aan. Hoewel hij de laatste jaren wat minder nadrukkelijk aanwezig is, wordt zijn rol als kroonlid geroemd in moeilijke dossiers als de advisering over het WAO-vraagstuk (1993) en recent als voorzitter van de commissie die een advies over het nieuwe belastingstelsel voor de twintigste eeuw voorbereidde. ,,Dat was een moeilijke commissie met alle sociaal economische kanonnen erin'', vertelt Linschoten. ,,Ik heb van nabij meegemaakt hoe hij één voor één de verschillende onderdeeltjes van zo'n advies uitpelt. Hij begint daarbij steeds met de punten waar de diverse partijen het wèl over eens zijn en gaat dan heel pragmatisch steeds een stapje verder. Ik mag dat wel. Mensen die prachtige theorieën ontvouwen maar verder nergens toe komen zijn er al genoeg.''

Halberstadt houdt zijn parate kennis dagelijks op peil. Het eerste wat hij 's ochtends doet, is het aanzetten van zijn computer en het aflopen van de websites van CNN en de New York Times. Hij checkt zijn e-mail, retourneert boodschappen binnen een etmaal en houdt zo zijn netwerk levend. Maar het liefst zo stilletjes mogelijk. ,,Ik heb niet zo veel bij te dragen aan het publieke debat, geloof meer in gesprekken in besloten kring. Ik denk dat dat effectiever is.'' Hij laat even een pauze vallen, dan bijna verontschuldigend: ,,Denk ik hoor.'' En lacht om zijn eigen bescheidenheid.