Geweld tegen veel leraren en scholieren

Veel leraren en de meeste middelbare scholieren in Amsterdam-Oost en -West zijn weleens slachtoffer van geweld op school. Pesten vormt een van de grootste problemen.

Dit blijkt uit het eerste onderzoek van het Amsterdams Samenwerkingsverband Veiligheid op School, waarvoor 600 leraren en 2.500 leerlingen zijn ondervraagd.

Eenderde van de leerlingen en een op de vijf leraren zegt in één jaar tijd (1997) slachtoffer te zijn geweest van een `zwaar' delict, zoals slaan, schoppen, seksuele intimidatie, diefstal of heling. 65 procent van de leerlingen en 72 procent van de leraren was slachtoffer van een `licht' delict als treiteren, discriminerende opmerkingen, diefstal en vernieling van spullen.

Bedoeling van het onderzoek was in kaart te brengen waar scholen mee kampen en wat zij kunnen doen om de veiligheid van leraren en leerlingen te vergroten. Wethouder J. van der Aa (Onderwijs) noemt de resultaten ,,schokkend'' en bepleit snelle invoering van een `veiligheidsplan' op elke school. Dat is een soort draaiboek voor preventie en aanpak van geweld.

Ook de onderwijsvakbonden en de schoolbesturen willen aandacht voor geweld op scholen. De Onderwijsbonden CNV bepleiten een landelijk onderzoek om te bekijken hoeveel gevaar leraren op het platteland en in andere steden lopen. Voorzitter H. Strietman van de Vereniging Samenwerkende Werkgeversorganisaties is ingenomen met het plan. Hij wil staatssecretaris Adelmund (Onderwijs) binnenkort een brief aanbieden met daarin de ervaringen van een Rotterdamse school. In het schooljaar 1997-1998 waren er zo'n vijftig geweldsincidenten tussen leerlingen onderling, tussen leerlingen en docenten en tussen docenten en ouders.

Staatssecretaris Adelmund (Onderwijs) wilde vanochtend nog niet reageren op het Amsterdamse rapport omdat ze dat net had gekregen. In de landelijke campagne `de veilige school' kunnen scholen die dat willen sinds 1995 advies krijgen over hoe om te gaan met geweld op school.