El Al ontkent vroeg bezit documenten ramptoestel

De Israelische luchtvaartmaatschappij El Al ontkent ten stelligste dat zij reeds kort na de ramp de beschikking had over alle vrachtpapieren van vlucht LY 1862, die neerstortte in de Bijlmer. ,,De grote meerderheid van house airway-bills is nimmer in het bezit geweest van El Al'', heeft de advocaat van de luchtvaartmaatschappij vorige week vrijdag per brief aan de Economische Controle Dienst (ECD) laten weten. Diezelfde dag deelde voorzitter Meijer van de parlementaire enquêtecommissie Bijlmerramp na afloop van het laatste openbaar verhoor mee dat El Al reeds jaren beschikt over alle vrachtpapieren. Hij citeerde hierbij uit een rapportage van de ECD.

Intussen heeft de commissie nog altijd niet de originele vrachtbrieven van 20.000 kilo lading. Dit in tegenstelling tot wat Meijer enkele weken geleden zei: ,,We hebben alle stukken.'' Het Israelische expeditiebedrijf GSI (voorheen Satin Air Freight) in New York blijft om formele redenen weigeren die papieren af te geven. Twee rechercheurs van de ECD die de afgelopen weken bij het Israelische bedrijf op bezoek zijn geweest, hebben ze wel kunnen inzien.

In een brief aan het ministerie van Verkeer en Waterstaat (Rijksluchtvaartdienst) heeft El Al tegelijkertijd laten weten dat de staatsveiligheid niet langer een reden is om informatie over de vracht voor het Israelische ministerie van Defensie geheim te houden. Volgens de luchtvaartmaatschappij is alles daarover nu aan de Nederlandse autoriteiten gegeven.

De briefwisseling tussen El Al, de ECD en de enquêtecommissie bevat geen grond voor de stelligheid die Meijer afgelopen vrijdag in zijn boodschap legde. Op 5 maart schrijft de chef van de ECD, mr.J. Stalenhoef, dat zijn mensen bij de expediteur in New York te horen hebben gekregen dat medewerkers van El Al kort na de ramp kopieën hebben gemaakt van alle vrachtpapieren en die hebben meegenomen. ,,Mijn vraag aan u is of u, dan wel El Al het vorenstaande kunt bevestigen. Indien het antwoord op de vraag ja is, verzoek ik u te bewerkstelligen dat de ECD ten behoeve van het onderzoek in het bezit wordt gesteld van alle gemaakte kopieën'', aldus de brief van ECD-chef Stalenhoef.

El Al's raadsman R. Polak heeft daarop geantwoord dat het onjuist is ,,dat door El Al-medewerkers vlak na de ramp en nogmaals enkele jaren later kopieën zijn gemaakt van het totale dossier''. El Al, zegt hij, kan derhalve het in de brief van de ECD gestelde ,,bepaald niet bevestigen''. Even verder staat: ,,El Al beschikt thans nog steeds niet over de betreffende house airway bills.''

Ook de enquêtecommissie heeft niets meer dan een verzamelstaat van de 20.000 kilo. Dit overzicht van 17 pagina's is half februari door de Israelische autoriteiten aan de commissie overhandigd. Op het document staan overwegend computer-onderdelen (van Intell) en electronica (Motorola), bestemd voor bedrijven in Haifa en Jeruzalem.

In de brief aan de ECD voegt Polak zoals hij zegt ,,graag een persoonlijke noot toe''. Hij schrijft: ,,Toen de directeur vracht van El Al mij op 17 februari 1999 in de namiddag thuis belde met de mededeling dat het air cargo manifest (verzamelstaat-red.) door El Al was ontvangen, klonk hij opgewonden en verrast. Uit de opwinding die in het kantoor van El Al heerste werd mij duidelijk dat ook zij verrast waren''. De advocaat noemt vervolgens een aantal managers van de luchtvaartmaatschappij die allemaal opgewonden waren over het stuk. ,,Hun opwinding maakte op mij een volstrekt authentieke indruk'', schrijft Polak.