Duitsland zet Europese opties defensie op een rij

Minister Van Aartsen (Buitenlandse Zaken) noemt het ,,een illusie'' te denken dat de Europese Unie ooit militaire operaties kan uitvoeren zonder gebruik te maken van NAVO-middelen. Hij zei dit zaterdag in reactie op een discussiestuk over de Europese defensie van het Duitse voorzitterschap van de EU, waarin deze optie wordt genoemd. Het stuk is afgelopen weekeinde kort besproken tijdens een informele bijeenkomst van de ministers van Buitenlandse Zaken van de unie.

De ministers van Buitenlandse Zaken spraken in het slot Reinhartshausen nabij Wiesbaden niet over hun vele meningsverschillen over onderdelen van het discussiestuk. Ze toonden zich allemaal tevreden over het feit dat door het initiatief van hun voorzitter, de Duitse minister Fischer, de discussie over de Europese defensie wordt gestimuleerd. Minister Van Aartsen vond net als de Franse minister Védrine dat het te vroeg is om over ,,institutionele meccano'' te praten. De Britse minister Cook zei dat zijn land de discussie zonder vooroordelen wil aangaan. Groot-Brittannië voelt tot nu toe net als Nederland om politieke redenen niet voor een Europees militair optreden buiten de NAVO om.

De Europese regeringsleiders zullen in juni op hun top in Keulen verder praten over de defensie. Eind april willen de EU-landen die lid zijn van de NAVO op de NAVO-top in Washington horen wat de Verenigde Staten en Canada vinden van Europese militaire vredesoperaties met gebruikmaking van middelen van de NAVO. Voor deze mogelijkheid, die de afgelopen jaren is uitgewerkt en die ook in het Duitse discussiestuk wordt genoemd, is minister Van Aartsen wel geporteerd.

In het Duitse document wordt voorgesteld bij de EU een militair comité in te stellen, dat zou moeten bestaan uit militaire vertegenwoordigers van de lidstaten. De EU-ministers van Buitenlandse Zaken zouden regelmatig samen met hun collega's van Defensie moeten overleggen. Een militaire staf bij de EU zou ondersteund moeten worden door een inlichtingencentrum en een instituut voor veiligheidstudies. De EU-lidstaten zouden voor speciale strijdkrachten moeten zorgen, die ingezet kunnen worden voor crisisbeheersing.

In het Duitse voorstel wordt de mogelijkheid genoemd dat zowel de politieke als de militaire organisatie van de West Europese Unie (WEU) in de EU opgaat. De WEU beschikt al over een inlichtingencentrum en een militaire staf. Van Aartsen heeft steeds bepleit dat het militaire deel van de WEU naar de NAVO gaat en alleen het politieke deel naar de EU.