Dubbel inkomen voor drie van de vier paren

Het aantal tweeverdieners in Nederland blijft gestaag groeien. In 1997 kwamen er 105.000 tweeverdieners bij waardoor het totaal op 2,4 miljoen komt. Inmiddels heeft 72 procent van de echtparen een dubbel inkomen.

Het aantal éénverdieners daalde in het zelfde jaar voor het eerst onder de grens van één miljoen tot 941.000. Dat blijkt uit een onderzoek dat het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) vanmorgen bekend maakte.

In zes jaar tijd nam het aantal huishoudens met één inkomen met een kwart af. ,,Je vraagt je af wanneer die daling een keer ophoudt'', aldus W. Bos van het CBS in Heerlen.

Voor de komende jaren verwacht hij wel een verdere daling van het aantal éénverdieners, ,,maar wel minder dan de afgelopen jaren omdat de bodem zo langzamerhand in zicht komt''.

De forse groei van het aantal tweeverdieners wordt volgens het CBS vooral veroorzaakt door de economische hoogconjunctuur. Bos: ,,De sterke economie maakt het bijvoorbeeld voor herintredende vrouwen makkelijker om werk te vinden.''

In 1996 steeg het aantal tweeverdieners ook al met honderdduizend. In de periode 1992-1995 bedroeg de toename slechts 64.000 per jaar. Bijna alle (96 procent) jonge echtparen zonder kinderen hebben een dubbel inkomen. Op het moment dat er een kind geboren wordt stopt één van de twee partners in de regel met werken, hoewel dat aantal volgens Bos langzaam afneemt. Tweeverdieners hebben per jaar gemiddeld 66.600 gulden te besteden. Dat is ruim 11.000 gulden meer dan huishoudens met één inkomen.