Ziek van lichaamsruis

Giftige stoffen die vrijkomen tijdens een vliegramp, straling van gsm-antennes en zelfs windmolens, sommige mensen ontwikkelen er klachten door. De psyche beïnvloedt de fysiologie, en een oorzaak biedt houvast.

Angst voor het onzichtbare en reukloze lijkt bij een fiks aantal mensen een mechanisme te triggeren dat enigszins doet denken aan het `bijsluiter-effect'. Op een bijsluiter lees je dat je misselijk kùnt worden, waarna je werkelijk misselijk wordt, ook als het medicijn achteraf een neppil bleek. De psyche beïnvloedt de fysiologie.

Het opmerkelijke hierbij is dat die misselijkheid geen hersenspinsel is, de getroffene hangt werkelijk asgrauw boven het toilet. De klachten zijn geen `aanstelleritis'. De psychiatrie vangt de verschillende soorten psychofysiologische mechanismen onder de noemer somatisering. Er horen vage klachten als hoofdpijn, gewrichtspijnen, buikpijn en vermoeidheid bij.

``Zoals je door overtuiging en verwachting beter kunt worden, zo kunnen deze psychologische mechanismen je ook ziek maken,'' zegt de Leidse psychiater en epidemioloog dr. A.M. van Hemert, verbonden aan het Leids Universitair Medisch Centrum. ``Het idee van giftige stoffen of straling wordt verbonden met een al voor de ramp bestaande onbeduidende klacht. Dat wordt ook wel lichaamsruis genoemd. Vervolgens kan zo'n zelf gevonden relatie zich in het hoofd van de patiënt vastzetten. Hij raakt er steeds méér van overtuigd, dat het de schuld is van giftige stoffen, waardoor de klachten verergeren. Mensen hebben nu eenmaal behoefte aan oorzakelijke verbanden; eindelijk denken ze nu de oorzaak van hun klacht te weten, op een bepaalde manier biedt dit houvast en kan het dienen als repertoire voor actie.''

Een ander psychofysiologisch mechanisme dat een rol kan spelen en dat past in het somatisatie-begrip, is een proces waarbij het in wezen gaat om recht en erkenning.

Van Hemert: ``Het betreft hier de patiënt die de huisarts frequenteert met de meest uiteenlopende, maar onbegrepen klachten. Eigenlijk vraagt hij aandacht voor zijn `zaak'. Blijft, voor het gevoel van de patiënt, de aandacht en erkenning uit, dan ontstaan boosheid en gevoelens van afwijzing. In het geval van een ramp kun je zeggen: er is hun iets overkomen maar ze werden niet gehoord. Voor een aantal mensen is het aannemelijk dat het presenteren van klachten bedoeld is om gehoord te worden. Het gaat ze dus voor alles om erkenning, daarom was zo'n enquête die de laatste weken in het nieuws was op zichzelf een prima initiatief om mensen alsnog die erkenning te geven. Het vervelende is alleen dat de getuigen nogal eens in vaagheden vervielen, wat weer voedsel gaf aan nieuwe complottheorieën. De erkenning die sommige mensen nodig hebben, is daardoor toch weer ondermijnd.''

In hoeverre kan massahysterie een rol hebben gespeeld?

``Bij massahysterie heb je te maken met betekenisverlening die als een soort virus om zich heen grijpt. En ook dat speelt bij technologische rampen soms een rol. Men heeft in Israel eens onderzoek gedaan naar de reacties op een bominslag. Daar zou gif bij zijn vrijgekomen. Het gevolg was een epidemie van een bepaald soort ziekteverschijnselen, terwijl achteraf bleek dat er van gif geen sprake was geweest. Ik heb zelf ooit Loch Ness bezocht en daar was het interessant te zien hoe de feiten over een vermeend monster werden verzameld en hoe de bevolking daar in opging. Je ziet dan een zelfde soort mechanisme. In het algemeen kun je stellen dat als iets niet helemaal duidelijk is, of er wordt alleen maar iets vermoed, mensen de neiging hebben, er de meest uiteenlopende verklaringen voor te bedenken.''

Om de kluwen van mogelijke oorzaken van klachten nog wat ingewikkelder te maken: de vaak gehoorde lichaamsruisklachten als slaapstoornissen, concentratieverlies en algehele malaise treden ook op bij depressie.

``Het lijkt me inderdaad niet heel onwaarschijnlijk dat een aantal mensen eigenlijk aan een depressie lijdt. Probleem is echter dat de diagnose depressie weer kan worden afgewezen omdat mensen het gevoel bekruipt dat je ze eigenlijk tòch niet serieus neemt. Het is dan toch weer psychisch. Zo wordt door een aantal wetenschappers het chronisch vermoeidheidssyndroom met depressie in verband gebracht. En inderdaad treft je bij deze patiënten vaker depressies aan dan gemiddeld. Maar dit hardop zeggen, stuit vaak op weerstand, omdat men het idee heeft dat het specifieke van hun kwaal dan niet erkend wordt.''

We praten nu over psychische mechanismen die lichamelijke klachten lijken te veroorzaken. Is er iets bekend over de causale relatie tussen die twee?

``Ik spreek liever niet over causale relaties maar over werkings- of ziektemechanismen. We hebben hier al een aantal somatische equivalenten besproken: fysieke klachten bij depressie, het hechten van een onduidelijke en onbeduidende klacht aan een concrete oorzaak, massahysterie en het presenteren van klachten om erkenning te krijgen. Het gaat daarbij om verschillende werkingsmechanismen. De vraag naar wat het causele verband is dat optreedt binnen zo'n werkinsmechanisme, is onbeantwoordbaar. Want op het moment je de vraagt stelt hoe een mentaal verschijnsel een fysiek verschijnsel kan veroorzaken, moet je ook vragen hoe een fysiek verschijnsel een mentaal verschijnsel kan veroorzaken. Het is in feite een schijntegenstelling. Het gaat dan om parallelle processen.''

Psychische mechanismen kunnen ook gezondheid bevorderen: Het placebo-effect. Pijnklachten verminderen door de suggestie van een werkzame, maar feitelijke neppil, waarvan de dokter in de witte jas heeft verteld dat het een nieuwe pijnstiller is. Uit onderzoek is gebleken dat de hersenen op zo'n moment werkelijk pijnstillende stoffen (endorfinen) afscheiden.

``Het interessante van dat onderzoek was bovendien dat er uit naar voren komt dat het placebo- effect mogelijk het beste werkzaam is bij pijn veroorzaakt door bijvoorbeeld een verwonding, en minder bij `ingebeelde' pijn, waarvoor geen fysieke verklaring kan worden gevonden. Op zichzelf is dit niet zo vreemd, maar het suggereert wel dat het placebo-effect dan minder werkzaam zou zijn''.

Hoe werkt het placebo-effect het best?

``Wat we aannemen is dat, om het placebo-effect te induceren, de directieve aanwijzingen een belangrijke rol spelen. Je zegt bijvoorbeeld tegen de patiënt: u zult merken dat u vanavond al beter zult slapen. Je suggereert de zaak dus in een bepaalde richting.''

Spelen emoties een rol bij het placebo-effect?

``Ongetwijfeld, maar het gaat zeker niet alleen om emoties; ook aandacht, overtuiging en verwachting doen bij het placebo-effect hun werk. Het is bijvoorbeeld bekend dat pijnbewustwording door aandacht voor iets anders kan worden uitgesteld. Je ziet dat bij de frontsoldaat bij wie een arm wordt afgeschoten en dan toch nog een tijdje doorvecht, zònder pijn te voelen. Die ontstaat pas als de aandacht niet meer op de gevechtshandelingen is gericht. Hierbij kunnen endorfinen een rol spelen. Het is alsof ze voor enige tijd de aandachtsfunctie beschermen, zodat het organisme een betere overlevingskans heeft.''

Het placebo-effect is een krachtig `geneesmiddel'. Waarom wordt het in de geneeskunde niet veel meer toegepast?

``In elke arts-patiëntrelatie zit het placebo-effect op een natuurlijke manier ingebakken, door de positieve verwachting die de arts wekt en het vertrouwen dat de patiënt schenkt. Bij het voorschrijven van een medicijn is het wel belangrijk dat de arts de positieve verwachting benoemt. Als je bijvoorbeeld een antidepressivum voorschrijft, dan weet je dat er eerst bijwerkingen kunnen optreden, daarna de bedoelde werking. Het placebo-effect zit 'm er dan in dat je tegen de patiënt zegt. Je stuurt de verwachting dus enigszins, maar je geeft eveneens op een integere manier informatie over hoe het medicijn werkt en wat ervan kan worden verwacht. Natuurlijk vertel ik de patiënt niet dat ik er gebruik van maak en hoe het placebo-effect werkt, want dan ondermijn je de verwachten, hetgeen het effect teniet zou kunnen doen.''

Het is mogelijk gebleken ook bij dieren (honden) een soort placebo-effect te induceren: je begint met ze een geneesmiddel te geven, daarna vervang je het door een placebo. De werking gaat dan gewoon door. Je zou haast zeggen dat de dieren ervan `'overtuigd' zijn geraakt dat het middel werkt.

``Ik denk dat het hier vooral om `verwachting' gaat, de verwachting dat zich een bepaalde waarneming zal voordoen. Je ziet dit verschijnsel ook bij wat we onze `motieven' noemen: het `waarom' van een actie of een bepaald gedrag lijkt meer voort te komen uit wat we verwachten dat zal gaan gebeuren dan om wat er feitelijk plaatsvindt. Het zou me dan ook niet verbazen als de mechanismen die in gang worden gezet door verwachtingen, bij mens en dier ongeveer hetzelfde werken.''

Welke behandelmogelijkheden zijn er voor mensen die na een ramp met onbegrepen klachten rondlopen?

``Het belangrijkste is dat deze mensen gehoord worden en dat er serieus op klachten wordt ingegaan. Vervolgens moet je informatie geven, waarbij je moet aansluiten bij de verwachtingen en zorgen van de patiënt. Op die manier kun je de verwachtingen dan trachten bij te stelen.''

Kun je, nadat lichamelijk onderzoek heeft plaatsgevonden, niet tegen een patiënt zeggen dat zijn klachten hoogstwaarschijnlijk een psychofysiologische oorzaak hebben?

``Dat kun je als arts niet zeggen, want dat weet je niet. Je kunt wel vertellen dat het geen kanker of een infectieziekte kan zijn. Een patiënt heeft er niets aan dat je uitlegt welke dingen allemaal een rol kùnnen spelen of dat je vertelt dat er wellicht een soort placebo-effect meespeelt. Heel soms, bij bepaalde patiënten, vertel ik wel eens dat suggestieve een rol kùnnen spelen, maar dat ik met geen mogelijkheid kan zeggen of dit ook bij hem het geval is.''

Als de zaak goed wordt aangepakt, verminderen onbegrepen klachten dan?

``Bij aan aantal mensen is dat zeker het geval. Wat je met name kunt doen is de mate van belasting verminderen, bijvoorbeeld door angst weg te nemen. De patiënt raakt dan minder gefocused op de klachten, en soms gebeurt het wel dat de klachten tenslotte verdwijnen.''

Van Hemert: `het placebo-effect werkt mogelijk het best bij pijn door een verwonding, en minder bij ingebeelde pijn'