Zenuwachtige Jorritsma blijft met moeite overeind

A. Jorritsma, de meest betrokken minister, hield zich gisteren met enige moeite overeind voor de enquêtecommissie.

De bravoure, het handelsmerk van Annemarie Jorritsma, was verdwenen, toen ze gistermiddag aantrad voor haar verhoor. Stijf van de zenuwen begon ze met de beantwoording, in de wetenschap dat haar politieke toekomst daar van afhing. Gaandeweg brak echter haar zelfvertrouwen door en breed lachend verliet de vice-premier en minister van Economische Zaken twee uur later de zaal van de Eerste Kamer.

De enquêtecommissie wilde opheldering van Jorritsma als voormalige minister van Verkeer en Waterstaat over een aantal essentiële punten. Zo had ze tijdens overleg met de Tweede Kamer in juni 1995 verklaard dat ze bereid was de beladings- en vrachtpapieren ter inzage te geven. ,,Alles is nagegaan en klopt exact'', verzekerde ze toen. Later bleek dat nog steeds onzekerheid bestond over een aanzienlijk deel van de lading, omdat de papieren niet volledig waren. Jorritsma zei gisteren dat ze slechts had gedoeld op een vergelijking van het gewicht van de vracht en de beladingspapieren. Ze had destijds uitdrukkelijk niet verwezen naar de inhoud van de lading. Commissielid Augusteijn liet merken niet overtuigd te zijn.

Ook werd Jorritsma geconfronteerd met een opmerking van een jaar later in de Kamer. Van Gijzel (PvdA) drong toen aan op nader onderzoek naar de ontbrekende vrachtpapieren. Ze zei toen: ,,Voorzitter! Het lastige is dat ik nu in een positie word gemanoeuvreerd waarin ik blijkbaar nader onderzoek moet doen naar iets waarvan de Raad voor de Luchtvaart geconstateerd heeft dat het voldoende onderzocht is. Ik moet zeggen dat ik daar verdomd weinig voor voel.'' Even eerder had ze gezegd over de documenten: ,,Inderdaad, er is nu niets meer. (...) Het onderzoek hier is afgesloten.''

Gisteren zei Jorritsma dat ze had bedoeld dat ze geen zin had om het onderzoek van de Raad van de Luchtvaart te heropenen. Dat was vooral gericht op de oorzaak van het ongeluk. Dat het debat toen vooral over de ontbrekende ladingpapieren ging, negeerde ze.

Een complicerende factor bij haar zoektocht naar de vrachtdocumenten was, aldus Jorritsma gisteren, dat ze steeds naar andere zaken op zoek moest: eerst naar papieren over het gewicht van de lading, daarna de zogeheten master airway bills en ten slotte de house airway bills. ,,Ik heb absoluut alles gedaan om ze te achterhalen.''

Een andere omstreden stap van Jorritsma was de toezending van een reeks vrachtdocumenten in augustus 1996 aan de Kamer. Zonder uitleg. Jorritsma verklaarde gisteren dat ze de stukken zo snel mogelijk naar de Kamer had gestuurd, omdat die er zo op aandrong. ,,Ik heb gezegd: klap ze in een map en zo gauw mogelijk naar de Kamer. Achteraf heb ik buitengewoon veel spijt dat ik die map meteen heb doorgestuurd.'' Zo kwam het vorig jaar voor de Kamer als een onaangename verrassing dat er grondstoffen voor het zenuwgas Sarin aan boord bleken te zijn geweest.

Over haar versluierende berichtgeving in 1997 over het verarmde uranium gaf ze toe dat die ,,communicatiever'' had gekund. Het uranium was volgens haar zo onschadelijk dat ze het niet nodig vond minister Borst (Volksgezondheid) in te lichten.