UNICEF hekelt slavernij Soedan

Rebellen in het zuiden van Soedan hebben twee Zwitserse hulpverlener van het Rode Kruis vrijgelaten die al drie weken gevangen werden gehouden. Functionarissen van het Rode Kruis in Nairobi hebben dat gisteren gezegd. Ook een Soedanese medewerker van de Rode Halve Maan zou zijn vrijgelaten, maar dat bericht is niet bevestigd.

Het kinderfonds van de Verenigde Naties, UNICEF, heeft gisteren een dringend beroep gedaan op de regering in Khartoum een eind te maken aan de slavernij in het land. Mensenrechtenorganisaties beschuldigen de Soedanese strijdkrachten ervan systematisch christenen en animisten op te pakken en te behandelen als slaven, als wapen in de strijd tegen de bevolking in het zuiden die zich verzet tegen het islamitiseringsbeleid van de regering. In het buitenland wordt geld ingezameld om slaven vrij te komen, maar volgens UNICEF komt daarmee geen einde aan de praktijk. De regering zou zich moeten inspannen de al 16 jaar durende burgeroorlog te beëindigen, die al aan 2 miljoen mensen het leven heeft gekost, aldus UNICEF.

De twee vrijgelaten hulpverleners werden overmeesterd door soldaten van het Soedanese Volksbevrijdingsleger (SPLA) toen ze onder begeleiding van drie lokale Soedanese regeringsfunctionarissen een bezoek brachten aan een dorpje in de buurt van de stad Bentiu. In dat gebied zijn het SPLA en het rebellenleger recentelijk slaags geraakt. Het SPLA beschuldigde de hulpverleners ervan zich zonder toestemming te hebben begeven op gebied dat onder controle staat van de rebellen. Hoewel de Soedanese regering vorige week nog verklaarde niet akkoord te gaan met vrijlating van de Zwitsers indien ook niet de Soedanese gijzelaars zouden vrij komen, zitten de drie overheidsfunctionarissen nog vast. ,,Ze zijn krijgsgevangenen'', aldus de SPLA. (AP)