Terugblik op een oer-Hollandse film

In 1978 verandere mijn leven grondig. Ik kreeg de Jan Greshoffprijs voor mijn boek De som van misverstanden. Ik promoveerde op het doorkruipgedrag van driedoornige stekelbaarzen. Ik publiceerde een boekje over de driedoorn. En in september verscheen mijn roman Een vlucht regenwulpen.

Voor ik die roman publiceerde was ik een auteur wiens werken een klein publiek trokken en die geacht werd door de kritiek. Na Een vlucht Regenwulpen, nog door de critici bejubeld, was ik opeens een publiekstrekker en is het nooit meer goed gekomen tussen de kritiek en mij.

Omdat de roman bij tienduizenden tegelijk verkocht werd, bleek hij opeens ook verfilmbaar. Ik vond dat vreemd. Mij leek dat mijn roman Ik had een wapenbroeder veel beter verfilmbaar zou zijn. Ik riep dat de filmers steeds toe, maar dat baatte niet. Regenwulpen moest verfilmd worden. Wie was ik om mij daartegen te verzetten? Bovendien leek het een spannend avontuur, zo'n verfilming. En dat was het ook.

Producent, hoofdrolspeler en regisseur probeerden mij bij de verfilming te betrekken. Jeroen Krabbé en Ate de jong kwamen bij mij thuis. Later bleek dat ze in de film precies dezelfde kast met grammofoonplaten hadden neergezet als ze bij mij thuis hadden gezien. Opnames vonden plaats op Jan van Goyenkade 29 te Leiden, terwijl ik zelf op nummer 31 woonde. Herhaaldelijk werd ik uitgenodigd op de set te komen.

Toen ik de rolprent voor het eerst zag, bleken al die pogingen om mij bij de verfilming te betrekken voor niets te zijn geweest. Wat ik zag vond ik een heel aardige, bij vlagen zelfs boeiende film, maar ik had en heb nog steeds niet het gevoel dat die film ook maar iets met mijn roman uitstaande heeft. Al waar het in de roman opaan komt is in de film afwezig. Wat in de film cruciaal is – dat de hoofdrolspeler binnen een week een vrouw moet vinden om groot onheil af te wenden – ontbreekt in de roman.

Mijn roman is (helaas) volstrekt onhumoristisch, de film grossiert in slapstick. Voor mij was al vanaf de eerste minuut van de film identificatie ermee onmogelijk omdat Jeroen Krabbé in die eerste scènes een gruwelijk kledingstuk draagt, pyjama geheten. Zoiets is in mijn wereld ondenkbaar.

Het is eigenaardig dat ik vanuit de hele wereld dankbare brieven heb gehad van Nederlanders in den vreemde die mij schreven dat zij zo enorm van de film hebben genoten. Dat komt omdat de Commandeurspolder bij Maasland zo prachtig in beeld is gebracht in de film. Een hoog liggende vaart in een polder die diep daaronder ligt. Woon je als Hollander in Nieuw Zeeland, dan krijg je tranen in je ogen als je die vaart ziet. Ik ben, al heeft de film met mijn boek slechts de titel gemeen, toch redelijk content omdat de film zo oer-Hollands is.

Ik ga niet kijken als de film nu weer wordt uitgezonden. Alleen de scène in het stadhuis zou ik nog wel eens willen zien. Voor de bruid van de vriend van de hoofdrolspeler. Het meisje wat daar in een witte bruidsjurk op de huwelijksvoltrekking staat de wachten is onmiskenbaar het mooiste meisje wat ik ooit van mijn leven heb gezien.

Een vlucht regenwulpen (Ate de Jong, Nederland, 1981). Ned.1, 21.06-22.43u.