Tefaf: één groot museum waar alles te koop staat

De internationale kunst- en antiekbeurs Tefaf in Maastricht is vandaag begonnen. Liefhebbers vinden er een aanbod variërend van Chinees aardewerk tot een landschap van Van Ruysdael, een rococo-kastje, een Mondriaan of een voorouderbeeld van een koppensneller.

De geur van hyacinten komt je tegemoet bij het betreden van de MECC, de expositiehal in Maastricht waar vandaag de twaalfde Tefaf (European Fine Art Fair) is begonnen. De controle aan in- en uitgang is streng, er staat dan ook voor vele miljoenen guldens uitgestald op deze beurs die bekend staat als beste ter wereld op het gebied van kunst en antiek. Negen dagen lang vormt de hal een immens, oogverblindend museum vol oude en moderne kunst, etnografica, manuscripten, zilver, porselein en meubels, met dat verschil dat bijna alles hier te koop is en dat je er – soms – aan mag zitten.

De beurs is ingedeeld in straten en pleinen waarlangs de handelaren hun mooiste objecten zo gunstig mogelijk uitstallen. De ene tovert zijn stand om tot een kasteelzaal met kroonluchters en elegante meubels uit een ver verleden, de ander hangt moderne kunst tegen witgekalkte wanden of toont Griekse oudheden in dromerig schemerlicht. Nieuw is de scheiding van de horeca die in een aangrenzende, pas gebouwde hal is ondergebracht. De looproutes op de beurs zijn daardoor breder en er is meer plaats voor banken en bloemperken.

Al op het eerste plein, de `Place de la Concorde' valt de bezoeker links en rechts met de neus in de oude meesters, terwijl recht vooruit een rond, blauw-beige tapijt uit de Qing Dynastie (ca. 1700) lonkt als een reusachtig oog. Kunsthandel Noortman uit Maastricht, gespecialiseerd in 17de-eeuwse en ook impressionistische schilderkunst, heeft onder zijn altijd indrukwekkende aanbod een mooi 17de-eeuws interieur van de Oude Kerk in Amsterdam van Emanuel de Witte. Bij het Londense Agnew's tegenover hem stijgen twee heiligen in zachte pasteltinten ten hemel op een 18de-eeuws Italiaans plafondstuk. Overbuurman French en Co uit New York heeft voorin een merkwaardige schilderij hangen, gevat in een lijst van takken, met een scène rondom de ezel Bottom uit Shakespeare's A Midsummernight's Dream. De bezoeker wordt er als het ware door de stand ingetrokken om daar kennis te maken met een stralend bloemstuk uit 1796 (vier jaar na de Franse Revolutie) van de bloemenschilder Redouté en met een schilderij van Turpin de Crissé, die in 1804 de Acropolis in Athene schilderde, nog met de later door lord Elgin geroofde `Elgin Marbles'. De bloemen moeten 8 miljoen gulden opbrengen, de Acropolis 3 miljoen.

In de miljoenen loopt ook het pronkstuk van Rob Smeets uit Milaan, die een Gerrit van Honthorst uit ongeveer 1615 op de kop heeft getikt, voorstellende de bespotting van Christus. Grijnzende mannen omringen de Christusfiguur; de fakkel van een van hen werpt een geelachtig licht op de gezichten.

Al kan men er ook voor enkele duizenden guldens terecht voor bijvoorbeeld een oud sieraad, prijzen van enkele tonnen of meer zijn niet ongebruikelijk. Veel stukken zijn van museale kwaliteit, zoals, bij Hall & Knight uit Londen, een landschap van Jacob Maris met gezicht op de Haagse Buitensingel, uit de collectie van de Amerikaanse familie Frick en in december 1997 een van de hoogtepunten van de tentoonstelling Langs velden en wegen in het Rijksmuseum. Over prijzen wordt soms wat geheimzinnig gedaan, meestal moet je er om vragen. Een van de uitzonderingen is de Amsterdammer Loek Brons die gewoon aan alles een prijskaartje hangt. Zoals aan Willem van Velthuijzens interieur van museum Pompidou uit 1981, een groot, bijna leeg doek met twee Rietveldstoelen die weerspiegelen in een marmeren vloer (225.000 gulden).

Het aanbod 20ste-eeuwse kunst is groot, al is dit geen beurs voor het allernieuwste. Dwalend door de stands stuit je herhaaldelijk op `klassieke modernen' als Picasso, Miró, Botero, Calder, Chagall, Ernst, Cézanne, Gauguin. Een enkeling biedt fotografie aan, maar ook dan de klassieken: Mapplethorpe, Warhol. Tot de toppers onder de 20ste-eeuwse schilderijen behoort Mondriaans Compositie in rood geel en blauw, een klein doek met een grijze achtergrond, dat wat verscholen in een zijstraatje hangt. Prijs: bijna 8 miljoen.

Bij de antiquairs is een enorm aanbod van meubels uit de 17de en 18de eeuw. De Amsterdamse antiquair Fijnaut heeft beslag weten te leggen op een opmerkelijke kast, gedecoreerd met bloemen naar een voorbeeld van Jan Brueghel de Oude. De kast is, evenals 46 stuks majolica bij Aronson Antiquairs, afkomstig van de Nederlandse zakenman-verzamelaar Ritman.

Om de kwaliteit te waarborgen zijn standhouders verplicht de echtheid van hun objecten met documenten te staven. Een commissie van keurmeesters beoordeelt elk voorwerp, bij twijfel moet het stuk worden teruggetrokken. Constant Vecht uit Amsterdam overkwam dat vorig jaar met een paar antieke koperen potten. Bij nader onderzoek bleken ze toch antiek te zijn en dit jaar zijn ze alsnog toegelaten. Soms werkt de keuring ook voordelig voor een handelaar: een bronzen figuur van de Indiase godin Parvati werd door de keurmeesteres een eeuw ouder gedateerd en dat heeft weer zijn invloed op de prijs.

De meeste deelnemers hebben een bepaalde specialisatie, zoals het Duitse boekantiquariaat Heribert Tenschert, dat een twaalfdelige Historia Naturalis heeft meegebracht uit ongeveer 1600, met 728 schitterende aquarellen van bloemen, planten en dieren. De Amsterdamse antiekhandelaar Jaap Polak daarentegen is nog een van de weinige generalisten en heeft zijn wereld en tijden omspannende collectie oudheden, etnografica, zilver en kunstvoorwerpen van kleiner formaat uitgestald in een lange vitrine. Onder de grote objecten zit een opmerkelijk, scherp geprofileerd vooroudermasker uit Nieuw Ierland, waar de ziel in de vorm van een vogel via de mond het lichaam verlaat. Dat deel van de wereld is ook vertegenwoordigd aan de andere kant van de hal, bij de Parijse galerie Meyer Oceanic Art. Vorig jaar moesten de keurmeesters even slikken toen hij aankwam met een kunstzinnig getatoeëerd hoofd van een Maori-hoofdman. Volgens Meyer is het niet verkocht maar wordt er een regeling getroffen om het terug te sturen naar het land van herkomst. Maori's zijn ruim een jaar geleden begonnen hoofden van hun voorouders, die in de 19de eeuw vooral door Britten als souvenir werden meegenomen, terug te eisen bij volkenkundige musea over de hele wereld. Meyer houdt het nu bij houten objecten: krijgers uit Nieuw Ierland en een drietal deels aangevreten, maar zeldzame middeleeuwse yipwons, voorouderbeelden uit Papoea Nieuw-Guinea. Al is het volgens Meyer niet uitgesloten dat ze ooit door koppensnellers zijn gebruikt om hoofden op te spiesen.

Tefaf. MECC Maastricht. T/m 21 maart. Open: ma t/m vr 11-20u, za en zo 11-18u. Inl. (073) 614 73 60.

Franse jaartelling

In het artikel Tefaf: één groot museum waar alles te koop staat (in de krant van zaterdag 13 maart, pagina 9) was sprake van het jaartal 1796 als `vier jaar na de Franse Revolutie'. Bedoeld was: vier jaar nadat, volgend op de Revolutie, de Franse Republiek met een nieuwe jaartelling (vanaf september 1792) was begonnen.