Seizoen

Aleksandra Vassiljevna, gepensioneerd toneelregisseur, is bedlegerig als ze mij ontvangt. Ze ligt onder een roodgeblokte deken, een klein wit gezicht, diep in de kussens. `Ilja, wat is dat met die Primakov?' roept ze als eerste tegen haar kleindochter. Ze is 102 jaar oud.

Aleksandra was een van die jonge schonen die de Franse ambassadeur Maurice Paléologue in 1916 zag bij de opening van het nieuwe seizoen in het Mariinsky-theater, `met heldere ogen, sprankelend van opwinding' . `Ik kwam vaak in `de Marie' ', vertelt Aleksandra. `Soms kreeg ik van een bevriende koopman (ze giechelt) kaartjes voor de tweede rij, heel chique. Ik was meestal eenvoudig gekleed, wat vreemd daar, want om ons heen was het alleen maar luxe, goud en edelstenen.'

`Er hing een vrolijke onwerkelijkheid in de lucht', schreef de ambassadeur in september 1916. `Vanaf de stalles tot de achterste rij van het schellinkje zag ik niets anders dan een zee van opgewekte, lachende gezichten.' Nog geen half jaar later was alles voorbij. In maart 1917, vlak na de eerste revolutie, bezocht hij de Marie opnieuw. `Alle keizerlijke wapens en alle gouden adelaars waren verwijderd. De loge-bedienden hadden hun hoflivrei vervangen door vuile, grijze jassen. Het theater zat vol burgers, studenten en soldaten.' De statige hertogen zaten vast, de adjudanten in hun glanzende uniformen waren doodgeschoten, de rest was op de vlucht. In de voormalige loge van de tsaar zaten ballingen, net terug uit Siberië, verwilderd keken ze naar het publiek. Zo eindigde het theaterseizoen 1916-1917.