Rabbijn: `Zelfontplooiing is leuk'

Bij de opening van de verbouwde synagoge in de Gerard Doustraat in Amsterdam wordt morgen ook een nieuwe jongerenrabbijn aangesteld, Menachem Sebbag.

Menachem Sebbag schuift zijn keppeltje recht, tikt zijn sigaret op de rand van de bank en neemt een slok bier. De nieuwe `jongerenrabbijn' in Amsterdam — zondag wordt hij officieel aangesteld — is zelf pas dertig jaar. Hij is zwaar orthodox, maar dat beperkt hem niet in de omgang met niet-religieuze jongeren. Nou ja, soms. Als de nogal `vrije' joodse jongerenvereniging MOOS! een weekend organiseert, kan Sebbag niet mee. Ze houden geen sabbat en er is geen synagoge op loopafstand.

Omdat MOOS! een tijdje geleden toch een dienst wilde houden, gaf Sebbag de jongeren de tora-rollen uit zijn synagoge mee. ,,Die waren niet verzekerd, maar ik zei: `hou een dienst'. ,,Daar was het bestuur van het Nederlands-Israelitisch Kerkgenootschap heel boos over, dat had ik niet mogen doen. Maar ik luister wel vaker niet naar ze.'' Het NIK is de werkgever van Sebbag. De belangrijkste boodschap van de nieuwe jongerenrabbijn: zelfontplooiïng is leuk.

Waarom een jongerenrabbijn?

,,Het helpt toegang te krijgen, ik denk dat het duidelijker is. Het past ook een beetje in de Nederlandse cultuur: als het eigen briefpapier heeft, is het oké.''

Sebbag werd geboren in Engeland en groeide op in Londen. Hij ging naar een joodse school (jeshiva) in Jerusalem en woont nu een kleine acht jaar in Nederland. Hij is eigenlijk net klaar met studeren. Zijn aanstelling is niet toevallig: Sebbag fungeerde al een beetje als jongerenrabbijn. ,,Ik kreeg vrienden en contacten en toen dacht het NIK: this guy is cool.'' Vijftien jaar lukte het niet om een jongerenrabbijn te vinden, omdat niemand aan de vereisten `zeer religieus, maar toch open en benaderbaar' voldeed.

Zoeken joodse jongeren u op, of gaat u op zoek naar hen?

,,Beide. Ik ga naar de discotheek, naar cafés en feestjes. Voor jeugdorganisaties ben ik beschikbaar, ik geef les en lezingen en nodig jongeren uit voor sabbatmaaltijden. Daar nodig ik drie mensen voor uit, dan komen er tien. Ik weet wat ze leuk vinden. Haal ik een paar biertjes, een fles whisky en toch doen we alles netjes volgens de regels. Dan realiseren ze zich: als ik het zo leuk kan hebben en toch religieus kan zijn, waarom ben ik dan seculier?''

Omdat er bij de religie een hoop regels komen kijken. Dat vinden jongeren nogal eens vermoeiend.

,,Het is moeilijk, zeggen ze. Maar dan zeg ik: het is de moeite waard. En je hoeft ook niet meteen alles volgens de regels te doen. Het gaat mij erom dat mensen het beste uit hun leven halen. Het jodendom kan daarbij helpen, in spitituele zin. Door jezelf te analyseren, door aan anderen te denken, door sabbat te houden of kaarsjes aan te steken op chanoeka. De joodse jongeren voelen zich daar goed bij. Ze merken dat een mitzwe doen meer geeft dan dronken worden.''

Er wordt gezegd dat het `in' is onder joodse jongeren om iets met hun geloof te doen. Merkt u dat?

,,Ik voel wel een toenemende nieuwsgierigheid. Maar dat is niet alleen bij joodse jongeren. Het past in deze tijd. Madonna bestudeert de kabbala, new age is populair, er komt van alle kanten informatie. Het is wel `in', inderdaad. Misschien hebben de joodse jongeren er ook extra behoefte aan, omdat ze worstelen met hun identiteit.''

Worstelen met hun identiteit?

,,Ja, negentig procent van de gesprekken die ik voer gaan over identiteit. De jongeren weten niet wat ze moeten doen met het feit dat ze joods zijn. Ze vinden dat ze er `iets' mee moeten, maar weten niet wat. En anderen doen er niets mee en vragen zich af: `wat ben ik nou?'. Dan zeg ik: `Doe er iets mee!' Je wordt er een beter mens van. Je kan prima in Nederland wonen, geassimileerd zijn en toch de joodse tradities volgen.''

Er zijn drie joodse jongerenverenigingen in Amsterdam. Heeft u met alle drie contact?

,,Ja, de grootste groep waarmee ik in aanraking kom zijn jongeren die een beetje traditie en besef hebben meegekregen en daar iets meer mee willen doen. Er zijn natuurlijk ook de orthodoxen, maar dat is een kleinere groep. De heel erg geassimileerde jongeren zijn moeilijk te bereiken.

Die kent u dus niet?

,,Nee, maar ik zou ze herkennen. Mijn vader was rabbijn, maar een hele open man, niet veroordelend. Hij zei altijd: als je een kamer binnenkomt en je wilt weten wie joods is, zoek de mensen met een geweten.''