Monarchie (1)

Professor Van den Bergh gaat in zijn artikel van 6 maart in op de commotie, ontstaan na het verbreken van `het Geheim van Het Noordeinde' door enkele onervaren Kamerleden en op de drogredenering van Fontaine (NRC Handelsblad, 30 januari), die met behulp van historische statistieken de monarchale staatsvorm meent te kunnen rechtvaardigen. Wonderlijk is dat Van den Bergh het volstrekt ontoereikende argument van die statistiek niet van tafel wuift als irrelevant, maar er zijn eigen, foutieve statistieken tegenover plaatst, als hij zegt dat in drie van de vijf continenten het erfelijk koningschap tegenwoordig niet meer voorkomt. Afgezien van het feit dat dat nog niets over de waarde van de monarchie zegt, is het niet waar. Zo uit mijn hoofd tel ik, naast Europa (tien monarchieën), er één in Amerika (Canada), drie in Afrika (Lesotho, Marokko en Swaziland), vijftien in Azië (Bahrein, Bhutan, Brunei, Cambodja, Japan, Jordanië, Koeweit, Maleisië, Nepal, Oman, Qatar, Saoedi-Arabië, Thailand, Ver. Arab. Emiraten) en vier in Oceanië (Australië, Nieuw-Zeeland, Tonga, en West-Samoa)

Voorts schrijft hij: ,,Het enige schandalige in deze kwestie is immers dat Beatrix haar bevoegdheden te ver oprekt en Kamerleden die gekozen zijn om hun eigen ideeën onafhankelijk uit te dragen, probeert te beïnvloeden [...]'' en pleit hij voor een zuiver ceremoniële president als staatshoofd. Blijkbaar is hij dan niet bevreesd voor beïnvloeding van Kamerleden. Waarom heeft een monarch zoveel meer invloed achter de schermen dan een president, die toch een mandaat van het volk heeft? Blijkbaar gaat er toch nog steeds een dermate ongrijpbare magie, om niet te zeggen mystiek, van het koningschap uit, dat steeds weer angstige stemmen opgaan om het af te schaffen.

Stel dat de koningin zich na haar afzetting verkiesbaar zou stellen voor het presidentschap en met die beroemde 87 procent van de stemmen gekozen werd. Zou dat haar invloed achter de schermen verminderen? Ik dacht het niet. Vooralsnog lijkt het mij verstandiger dat Kamerleden zich van wat de koningin binnenskamers tegen hen zegt, net zo veel of weinig aantrekken als van een president.