Kameraden

Het artikel `Kameraden onder elkaar' (Z 20 febr.) bevat aan de ene kant gegevens die inmiddels als bekend mogen worden verondersteld, aan de andere kant is het doordesemd van suggesties die op zijn minst onnauwkeurig zijn.

Ondergetekende was in dezelfde periode (1970-1972) lid van de Kommunistische Eenheidsbeweging Nederland (marxistisch-leninistisch) en voor ons was het een vaststaand feid dat de BVD in onze organisatie infiltreerde. Buitenstaanders beschuldigden ons vaak van paranoia, maar het lag er duimendik bovenop.

Het toeval wil dat mijn ouders naast een Rotterdamse politie-agent woonden, die later voor de BVD ging werken. Deze Jan, ook maar een mens en onder invloed van een paar biertjes loslippig, wilde mij laten merken dat hij wel het een en ander van mijn reilen en zeilen in maoïstisch Rotterdam afwist. Hij vertelde toen over een intern discussiestuk van mijn hand. Dit vooral speelde zich in 1972 af. Peter M. was toen weliswaar vertrokken, maar er waren blijkbaar nog meer infiltranten in omloop. Overigens werd Peter M. in 1971 met 59 van 418 stemmen op 31 oktober 1971 in het nieuwe Landelijke Komitee van de KEN (ml) gekozen, dus zijn rol was toen nog niet uitgespeeld. Zijn opvolger, Leo van Z., had zich voor deze verkiezing teruggetrokken, maar bleef tot zijn ontmaskering nog actief in afsplitsingen van de KEN.

De onthullingen en publicaties over het optreden van PID, BVD en IDB die ons de laatste jaren hebben bereikt, bevestigen dat de overheid zich in het verleden goed op de hoogte stelde van het functioneren van links Nederland. Iets anders is of de invloed van deze diensten echt zo groot was als dit artikel suggereert. Het feit dat Peter M. bij de oprichtingsvergadering van de KEN aanwezig was, wil nog niet zeggen dat de KEN door de BVD is opgericht. Evenmin als de Socialistische Werkers Partij in 1959 door de BVD is gesticht. Zo groot was de invloed van die enkele infiltrant natuurlijk niet. Via deze mensen hield de overheid de vinger aan de pols en als het mogelijk was, zal de agent zeker hebben geprovoceerd of de organisatie in een bepaalde richting gestuurd.

De schrijver van het NRC-artikel lijkt echter wel in dergelijke complot-theorieën te geloven. Een aanwijzing daarvoor is het feit dat hij niet alleen de ontwikkelingen in de KEN slechts uit het optreden van dan eens de BVD, dan ens de Volksrepubliek China tracht te verklaren. Hij beweert ook met grote stelligheid dat Nico Schrevel, de vertegenwoordiger die met evenveel gemak het marxisme als stofzuigers wist te verkopen, vanuit de KEN `een van de grootste havenstakingen uit de Nederlandse geschiedenis entameerde'. Dit is niet alleen onzin, maar ook een belediging aan het adres van de zestienduizend havenarbeiders die in 1970 het werk neerlegden. Zoals de KEN zelf in zijn analyse achteraf constateerde viel `de leiding over een gigantische, spontane massabeweging, gericht tegen NVV, NBV en havenbaronnen' haar in de schoot.