Intifadah in de banlieues (deelartikel)

Straffen, avondklok, dwangscholen, het zoveelste herstelplan: Frankrijk weet zich met de grauwe voorsteden geen raad. Nu ruziet de linkse coalitie over de aanpak van de sauvageons.

Bijna ieder weekeinde is het raak. Dan gaan er messen tussen ribben en vliegen er auto's in brand. Als de politie uitrukt branden even later de stadsbussen. Treinbestuurders en conducteurs worden dagelijks bedreigd. Daarom zijn stakingen van het lokaal openbaar vervoer in heel Frankrijk routine geworden. Als het in meer dan één stad tegelijk misgaat hervatten de Franse media hun berichtgeving over de `Intifadah in de banlieues', `De voorsteden: laboratorium van het Frankrijk van morgen'.

Dan roept de politiek om `een Marshall-plan voor de banlieues'. Een deskundige presenteert zijn `banlieuescopie' en het blijkt nog erger te zijn dan men al wist: de jongeren van de tweede of derde generatie Noord-Afrikaanse immigranten kennen alleen hun betonnen voorstad, zonder deel te hebben aan de Franse democratie, cultuur, de wereld van het werk, laat staan de rechtsstaat.

Geen nieuwe regering kan zich vertonen zonder een nieuw alomvattend plan, een `pact voor het herstel van de stad'. De een stuurt opbouwwerkers. De regering-Juppé stelde `zônes franches' in, gebieden met een minimum aan belastingen en formaliteiten. Daar zouden bedrijven op afvliegen en banen creëren.

Iedere volgende regering constateert de mislukking van het vorige plan, en komt met een nieuwe analyse en een hoger bedrag om de strijd aan te binden met de uitzichtloze situatie van `het andere Frankrijk'. Deze kweekvijvers voor de werkloosheid zijn te vinden in de voorsteden in een wijde kring rondom Parijs, maar even goed in de flatwijken die in de jaren zestig, zeventig en tachtig `voor tijdelijk' zijn geplakt tegen de oude binnensteden van Lyon, Straatsburg, Nantes, Toulouse, Marseille, Rouen en al die andere grote steden.

Steeds als weer beelden op de televisie komen van een `zaterdagavond vrij spel voor de stadsguerrilla' klinkt ook de roep om meer dan sociaal beleid alleen. Actie, straf, gewapende bescherming van de onschuldigen. Die jongens mores leren, laten zien dat de wetten van de Republiek ook voor hen gelden. `We gaan ze sneller berechten', beloofden de centrum-rechtse regeringen-Balladur en Juppé tussen '93 en '97.

Bestuurders, zoals de socialistische burgemeester van Mulhouse, experimenteerden met een zeer omstreden avondklok voor jongeren. Rechtse collega's pleitten voor korting op de sociale uitkering van ouders van relschoppers. Even omstreden. Het kwam er allemaal niet van. Een plan om politiemannen uit rustige buitengebieden over te plaatsen naar de moeilijke wijken leidde vorig jaar tot een politiestaking. Het plan is ingetrokken. En de politie vertoonde zich zo min mogelijk in de guerrillazone. Optreden tegen anonieme groepen jongens in een doolhof van Bijlmergebouwen valt niet mee, zeker niet 's avonds als de `oudere broer'-functionaris uit het jongerenwerkplan naar huis is.

Binnen de linkse coalitie is na de jongste nieuwjaarsrellen een felle discussie uitgebroken over de aanpak van relschoppers en busverbranders. De minister van Binnenlandse Zaken, Jean-Pierre Chevènement, gaf de eerste stoot door de probleemjeugdigen als `sauvageons' aan te duiden. Bijna niemand wist raad met het woord. Velen dachten dat die mystieke etikettering een naverschijnsel was van Chevènements wonderbaarlijke herrijzenis uit een post-operatiecoma van twee maanden. Sauvageon betekent `wilde loot' aan een plant, een ongeënte boom, maar volgens sommige woordenboeken ook: `zonder scholing opgegroeid kind'.

Toegepast op de jongeren in de banlieues kreeg het S-woord in de publieke opinie een discriminerende klank. Voor deze jonge wilden, die het strafrecht door hun leeftijd meestal ontlopen, luidde Chevènements recept: haal zware overtreders weg uit hun milieu en plaats hen in gesloten huizen (geen gevangenissen) om met vaste hand te worden opgevoed tot Franse burgers. De steeds meer op Mr. Bean lijkende bewindsman sprak zijn recept uit met meer vertedering dan wrok jegens het legioen schavuitjes van zes tot twaalf jaar oud.

Het mocht niet baten: de commotie was groot. Rechts was te opgetogen om instemming te betuigen. Links wist volstrekt geen raad met dit law and order-voorstel. De meesten vergaten dat Chevènement een jaar geleden precies hetzelfde had voorgesteld. Dat was alleen niet opgevallen. Zichzelf respecterende socialisten verwezen nu met enige medische prudentie naar de toestand van de ex-partijgenoot Chevènement. Anderen, onder leiding van minister van Justitie Guigou, reageerden klassiek: Justitie behandelt wetsovertreders, mijn onderwerp. En, volgens een even gebruikelijke redenering: als we werkloosheid wegnemen, groeit de maatschappelijke betrokkenheid en daalt de criminaliteit vanzelf. Toch niet mijn probleem.

Waar stond de regering nu voor? Zoals dat gaat, waren aller ogen al snel gericht op de minister-president. Die moest de over straat rollende bewindslieden uit elkaar halen. Dat deed hij via een lange toespraak waarin hij politiek bemiddelde. Tienduizend hulponderwijzers erbij in de banlieues. Meer police de proximité in de quartiers sensibles, op de stations en in het openbaar vervoer. En Chevènement had niet voor niets gesproken: vijftig `dwangscholen' in de omgeving plus, voor de zwaarste gevallen, enige tientallen `opvoedcentra' voor een `verblijf van enige maanden weg van huis'. En ten slotte – voor Guigou – meer rechterlijke capaciteit om direct recht te kunnen spreken bij ieder vergrijp.

De politiek was weer even van de banlieues verlost. Het leven in de cités (of técis zoals de bewoners in hun authentieke omkeer-Frans zeggen) was niet echt veranderd. De chauffeurs van Toulouse hebben na vier hulpeloze weken protest tegen de onveiligheid het werk hervat. Het nieuws was er allang van af. In een vorige maand bij Seuil uitgekomen studie (Violence en France) constateren de Franse socioloog Michel Wieviorka en zijn onderzoeksteam dat de media een belangrijke rol spelen bij het vergroten van uitingen van onvrede. Na intensief veldonderzoek stellen zij dat het geweld in de `moeilijke wijken' vooral een uiting is van desoriëntatie in een snel veranderende wereld, waarin de Franse Republiek niet het onderwijs, het werk, de woonomgeving en dus het leven kan waarmaken dat zij alle burgers belooft.

De steeds maar herhaalde beelden van geweld en onveiligheid, schrijft Wieviorka, zijn onlosmakelijk verbonden met de trage erkenning in Frankrijk dat het leven mondiaal is geworden. Frankrijk heeft op die ontdekking vooral gereageerd door alles van waarde in gevaar te verklaren, bedreigd door een kil kapitalisme dat alle beschermende solidariteit afbreekt. Die angst heeft extra segregatie voortgebracht, die op haar beurt verantwoordelijk is voor veel grootstedelijk geweld. Als, zoals in 1998, de groei terug is in de economie, de werkloosheid daalt en Frankrijk de Wereldbeker wint met een ploeg die allerminst uit elf Galliërs bestaat, blijkt dat het zelfvertrouwen in een modern, harmonieus land ook weer terugkomt. ,,Van alle geweld zullen we niet afkomen. Er blijft een restant aan geweld waar de democratie in geen enkele samenleving tegen opgewassen is. Maar we kunnen het geweld wel sterk terugdringen, in de werkelijkheid en in de beelden die ervan in omloop zijn.''