Intifadah in de banlieues

Als zijn zonen met nieuwe Nikes of een tv thuis komen vraagt Mahmoud Ghazali niet eens meer hoe ze eraan komen. Niet alleen de ouders, ook de kinderen voelen zich mislukt en buitengesloten. `Wacht niet op de overheid, die heeft haar handen allang van jullie afgetrokken.'

Bus 172 rijdt naar Cité des Indes in Sartrouville, vanaf Parijs een rit van twintig minuten. In deze banlieue is negentig procent afkomstig uit de Maghreb – Marokko, Algerije en Tunesië. De andere tien procent uit Portugal, Ghana en Mali. Het is een wijk waarin de kleur grijs de boventoon voert. Geen groen te bespeuren of het moet het gras zijn dat groeit tussen de tegels op het trottoir. Grijze flats van acht, tien, twaalf verdiepingen hoog waarvan de liften vaak stuk zijn.

Mahmoud Ghazali (57) is oud en moe. ,,Kom in mijn huis'', zegt hij, ,,we drinken thee.'' Hij draagt een wit gewaad met witte muts. Zijn vrouw zet de theeglaasjes op het blad. De muren zijn versierd met koranspreuken en bruine sporen van lekkages. Ghazali kwam in de jaren zestig naar Frankrijk. ,,Ik heb twintig jaar bij een metaalfabriek gewerkt'', zegt hij. Zijn gezondheid is er bij ingeschoten en nu is hij afgekeurd. Hij heeft zeven kinderen, drie dochters en vier zonen. Zijn huis ligt op de twaalfde verdieping en telt zes kamers. Veel komt hij niet buiten. Maar wat zou hij daar trouwens moeten doen? Een koffiehuis is er niet in Cité des Indes. Mannen van zijn leeftijd ontmoet hij alleen bij de Tunesische slager en de Marokkaanse bakker. Verder leidt hij, net als vele ouderen in de wijk, een geïsoleerd bestaan. Gelukkig heeft hij een schotelantenne. De hele dag verbinding met Marokko. Thuisland achter glas.

Twee van zijn dochters zijn getrouwd. Zijn zonen Khalid van dertien en Omar van vijftien heeft hij niet meer in de hand. ,,Ze zitten nog op school. Na schooltijd hangen ze op straat rond en razen op hun scooters door de wijk. We zien ze alleen maar als ze honger hebben. Soms komen ze thuis met een nieuwe tv, jeans, Nikes. Ik vraag niet eens meer hoe ze eraan komen. Mijn twee oudste zoons, Houcine van 24 en Said van 22, hebben de middelbare school doorlopen, maar ze voelen zich te goed om zo maar een baan aan te nemen: ze willen niet met hun handen werken.

,,Vroeger was ik vader. Ik werkte, ik verdiende geld, ik bracht mijn kinderen het geloof bij en zij respecteerden mij. Maar ik ben allang geen vader meer. Hun respect voor mij hebben mijn zoons verloren.'' Hij maakt een hulpeloos gebaar met zijn handen. Hij heeft zijn kinderen normen en waarden bijgebracht op zijn manier. met af en toe een flink pak slaag. ,,Maar dan stond de Franse politie op de stoep en vertelde me dat ik mijn kinderen niet mocht slaan.''

Ghazali heeft vaak gedacht: ik pak mijn koffers en ga met het hele gezin terug naar Marokko. ,,Mijn kinderen willen niet mee, maar ik zou er graag mijn laatste dagen slijten. En telkens denk je weer: morgen geeft de Franse overheid ons een beter huis, in een betere wijk. Maar betere wijken zijn alleen voor Fransen. Wij horen daar niet.''

In deze wijken, waarin geen Fransman meer komt, waarin iedereen het recht in eigen hand heeft genomen, heeft zelfs de islam een ander gezicht gekregen. Drie gezichten, om precies te zijn. Voor de ouderen is de islam de veilige wieg waarin men zich terugtrekt en waarin men nog een beetje veiligheid probeert te vinden. Voor de jongeren is de islam een protestmiddel die ze inzetten tegen een vijandige samenleving. Voor de Franse overheid heeft de islam een afschrikwekkend gezicht waar ze geen raad mee weet.

De Algerijn Toufik Chakoun is straathoekwerker. Dertig jaar oud. De laatste tijd regende het klachten van de oudere wijkbewoners op zijn bureau in het jeugdhuis, Maison de Quartière Tonnerre. Er wordt openlijk hasj gedeald. Inbraken in de flatgebouwen zijn aan de orde van de dag. De ouderen zeggen dat de wijk schoongeveegd moet worden, drugscriminelen en gewelddadige jongeren moeten weg. De straathoekwerker legt een flink deel van de verantwoordelijkheid bij de ouders: zij moeten corrigerend optreden tegen hun kinderen, vindt hij. Veel ouders vinden dat de jongeren te zacht worden aangepakt door de overheid en anderen zijn van mening dat de overheid haar handen allang van de wijk heeft afgetrokken.

Toufik Chakoun hoort tot de tweede generatie. Hij heeft het er moeilijk mee dat de ouderen zich zo mislukt voelen in de Franse samenleving. Ook de tweede en zelfs al de derde generatie zit in hetzelfde schuitje. Chakoun wijst op het jeugdhuis: ,,Zes jaar geleden waren hier rellen. Daarna is dit buurthuis gebouwd, het enige vertier dat de jongeren hebben. De Franse overheid probeerde te voorkomen dat de wijk een kruitvat werd.'' Na schooltijd kunnen ze hier terecht, maar 's avonds om acht uur gaan de deuren dicht.

Nouradine (16) is een trouwe bezoeker van het jeugdhuis, maar als 's avonds de deur dichtgaat, gaat hij met zijn kameraden een beetje lopen zieken. ,,Roken een stickie, rijden op de scooter. Er is hier verder niks in de buurt. Vijftien kilometer verderop, in het centrum van Sartrouville, kun je uitgaan, maar daarvoor moet je geld hebben en dat hebben we vaak niet. Als we daar rondlopen, hebben we meteen de politie op ons dak.'' Vorige week is het goed uit de hand gelopen, vertelt Nouradine. Toen ze een speelhal binnenliepen werd de politie gebeld. Binnen vijf minuten waren er vier politieauto's. ,,We hadden niks verkeerds gedaan, maar we moesten weg, zei de politie. Toen we buiten stonden, hebben we maar een paar stenen door de ruiten gegooid. De politie begon meteen te meppen. Een paar van ons werden gearresteerd en naar het politiebureau gebracht. Twee dagen later zijn we teruggekomen en hebben de boel kort en klein geslagen. De zaak is nu dicht en wordt verbouwd. Als het werk klaar is, gaan we terug.''

Midden in de wijk staat het College Romain Rolland, een middelbare school met achthonderdvijftig leerlingen. Benjil Abdelwahad is hier al vijf jaar docent wiskunde en is wat je kunt noemen een `geslaagde Marokkaan'. Zijn opleiding kreeg hij in Marokko. Dat was een voordeel. Hij was al iemand. En zijn baan had hij snel. Zijn school bestaat voor vijfennegentig procent uit migranten kinderen. Hij kan niet accepteren dat tal van zijn witte collega's op het Front National stemmen.

Hij loopt naar het bord op de school met tekst `Liberté Egalité Fraternité' en grimlacht. ,,Wat nu gelijkheid? De mensen leven hier onder erbarmelijke omstandigheden, terwijl vijftien kilometer verderop de rijke, blanke Fransen wonen. Zij hebben zich verschanst achter hun hoge hekken, ze zijn bang dat er op een dag horden migranten jongeren komen en hen lastig vallen. Twee gescheiden werelden zijn het. De mensen in deze wijk hebben hun eigen slagers, bakkers, andere winkels. Ze hebben geen Franse vrienden – en we praten nu over de derde generatie, hoor. De Franse overheid stopt alle migranten bij elkaar en laat ze vervolgens aan hun lot over.''

Abdelwahads leerlingen zien het nut van school niet in. ,,Een baan krijgen ze toch niet. De ouders hebben geen enkel gezag meer en vinden dat de school de kinderen maar moet opvoeden. De meeste leerlingen hebben een achterstand van drie jaar op hun Franse leeftijdgenoten. Leraren worden in elkaar geslagen, laatst hebben ze nog een auto van een docent in brand gestoken.''

Benjil Abdelwahad klemt zijn lippen op elkaar en zegt: ,,Men praat er nu over om de ouders van deze jongeren te beboeten of zelfs terug te sturen naar het land van herkomst. Zal ik eens iets raars vertellen? Ik ben daar een voorstander van. De ouders moeten weer de taak van opvoeder op zich nemen. Ze moeten gaan deelnemen aan de samenleving. Wacht niet op de overheid, roep ik dan, die heeft haar handen allang van jullie afgetrokken.''

Jemal – 27, getrouwd en vader – was hasjdealer. Nu heeft hij een baan. Voor het minimumloon van 1.400 gulden in de maand moet hij de leefbaarheid in de wijk bevorderen. De overheid heeft banen als toezichthouders in het openbaar vervoer en functies als bewakers en buurtwachters gecreëerd. Samen met Salim (24) en Kamal (20) loopt hij in zijn lichtblauwe uniform door de wijk. ,,Men respecteert ons en luistert naar ons.'' Vroeger, toen hij nog veel geld verdiende in de hasjhandel, waren de jongeren trots op hem. ,,Nu vragen ze me wel eens waarom ik voor zo'n hongerloontje ben gaan werken. Ik snap ze wel hoor, die jongeren. Ze kijken naar hun vaders die wel twaalf uur per dag werkten en nu thuis zitten met een kapotte rug. In hun ogen zijn hun vaders totaal mislukt. Dat gevoel ken ik ook. Ik wil niet dat mijn kinderen hier opgroeien, ik zal er alles aan doen om hier weg te komen.''

Kinderen spelen voetbal met een lappen bal. Een klein jongetje maakt een pirouette om de bal en roept: ,,Je suis Zidan!'' Een jonge knul op een scooter lacht en roept: ,,Vive Zidan!''. Een oude vrouw rust tegen de flatmuur. Boven haar hoofd graffiti: Police Gestapo.

Fatima Zahia is al zeven jaar sociaal cultureel werkster in Cité des Indes. ,,De jongeren hebben niet alleen schuld'', zegt ze gedecideerd, ,,de politie treedt soms heel provocerend op. De jongeren zoeken steeds meer de weg van de confrontatie, ze vechten met de politie en schromen ook niet er op te schieten.''

Een van Zahia's taken is werkloze jongeren via bedrijven aan een baan te helpen. De werkloosheid is hoog onder de jongeren, slechts veertig procent heeft een baan. ,,Geen enkele werkgever zit op een Noord-Afrikaan te wachten'', zegt ze. ,,Zodra ze horen dat je Mohamed heet en uit de banlieue komt, zijn ineens alle vacatures vervuld. De samenleving heeft onze jongeren niets te bieden. Is het een wonder dat ze ontsporen? De mensen hier willen deelgenoot zijn van de maatschappij om hen heen, van het Frankrijk buiten de banlieue.''