`Ik wil een omnivoor zijn'

Martin Heidegger is een van de meest invloedrijke en meest omstreden filosofen van de twintigste eeuw. De Nederlandse filosoof Herman Philipse schreef een nauwgezette analyse van diens werk. En concludeert dat iemand dat eigenlijk eens over zou moeten doen. `Je moet de rijkdom van het leven zelf exploreren, zonder iets transcendents te zoeken.'

Ik schrijf niet om te overtuigen. Ik wil erachter komen wat ik er zelf van moet denken

Is Heideggers filosofie vol te houden in het licht van tegenargumenten? Nee

Kledingvoorschrift: Lederhosen of knickerbockers. Aldus de uitnodiging die een select gezelschap intellectuelen, schrijvers en filosofen vorige maand ontving voor een diner ten huize van Herman Philipse, hoogleraar filosofie te Leiden. Aanleiding was het verschijnen van Philipse's boek Heidegger's Philosophy of Being, een omvangrijke en nauwgezette analyse van het werk van de Duitse filosoof Martin Heidegger.

Maar aan het diner op de bewuste avond in februari verschenen de gasten veelal in pak en niet in knickerbockers. ,,Dat was natuurlijk een grapje'', zegt Philipse. ,,Omdat Heidegger zich graag zo kleedde. Ik droeg zelf een bergbroek. Vroeger was ik een fanatiek bergbeklimmer en ik ben ook een keer omlaaggelazerd. Enkel verbrijzeld. Daarna heb ik die broek niet meer aangehad, tot dat diner.''

Herman Philipse (47) is een Nederlands filosoof met een high profile. Gepromoveerd op de logica van Heideggers leermeester Edmund Husserl, maakte hij buiten de universiteit naam met polemieken over theologie, moraal, en een Atheïstisch manifest. Uiterlijk cultiveert Philipse, onberispelijk gekleed en formulerend, een on-Nederlandse stijl en savoir vivre. ,,Het hoogste wat je tegenwoordig in Nederland kunt bereiken is je eigen bedrijf runnen'', stelt hij vast. ,,Nu vind ik het natuurlijk ook wel belangrijk dat de economie goed loopt, maar culturele en intellectuele waarden zijn een veel groter goed en zouden ook navenant hoger moeten worden gewaardeerd. Ik zou willen pleiten voor een wat aristocratischer mensbeeld, waarin commerciële waarden niet de hoogste zijn.''

In zijn boek buigt Philipse zich over het werk van Heidegger, een filosoof met een ten minste zo scherp profiel. Martin Heidegger (1889-1976) geldt als een van de invloedrijkste en meest omstreden filosofen van deze eeuw, het laatste vooral door zijn engagement met het nazisme vanaf 1933, toen hij rector werd aan de universiteit van Freiburg. Zijn hoofdwerk Sein und Zeit (1927), dat een troosteloze maar tegelijk heroïsch-romantische analyse biedt van het menselijk bestaan, heeft generaties Nederlandse filosofen beïnvloed. Heidegger-haters gruwen op hun beurt van zijn duistere orakeltaal, en ook sommige serieuzere interpreten zien de mystieke leer van `het Zijn' als een warrig substituut voor ouderwetse godsdienst.

Warrig of niet, sociologisch gesproken is Heidegger een eclatant succes, zegt Philipse. ,,Er leven nu waarschijnlijk meer Heidegger-aanhangers dan er volgelingen waren van de Mithras-cultus rond het jaar nul. Ik heb zelf andere criteria voor succes. Is Heideggers filosofie intellectueel vol te houden in het licht van tegenargumenten? Dan zeg ik: nee.''

Niet dat hij zijn boek heeft geschreven uit zendingsdrift, om de wereld te bevrijden van Heidegger. Of zelfs maar zijn eigen Leidse faculteit, die een aantal prominente Nederlandse Heideggerianen telt. ,,Ik schrijf niet om te overtuigen. Ik wil erachter komen wat ik er zelf van moet denken. Of anderen vervolgens mijn conclusies overnemen, interesseert me eigenlijk niet. Dat moeten ze zelf weten.''

Filosofie, aldus Philipse, is `beargumenteerde wereldbeschouwing'. ,,Een wereldbeschouwing bevat cognitieve elementen, maar ook evaluatieve, politieke, morele. Het is een amalgaam van zeer heterogene elementen die op een slimme manier tot een intellectuele eenheid zijn gesmeed. Dat is niet vrijblijvend, maar essentieel voor een overdacht menselijk leven.''

Ook Philipse meent dat Heidegger een religieus denker is die ondergronds ging in de filosofie. De profeet uit het Zwarte Woud volgde in zijn werk heimelijk een godsdienstige strategie, ontleend aan de Franse filosoof Pascal, om de mens rijp te maken voor een nieuwe religie. Die `Pascaliaanse Strategie' verloopt in twee etappes. Eerst, in Sein und Zeit, een inktzwart beeld van de condition humaine, waarna de Zijnsreligie verlossing moet brengen. Aanvankelijk geloofde Heidegger volgens Philipse nog dat de christelijke God redding zou brengen – het atheïstische karakter van Sein und Zeit is volgens Philipse tactiek – maar na de ontdekking, met Nietzsche, dat God dood was, volgden Hitler en het nazisme als nieuwe Openbaringen.

Het gaat u als filosoof om de waarheid. Dan zijn we meteen bij de hamvraag: is de filosofie van Heidegger waar of onwaar?

,,Nu ja, de filosofie van Heidegger bestaat uit veertigduizend bladzijden tekst. Er staan een heleboel dingen in die waar zijn, een heleboel dingen waarvan de betekenis te onduidelijk is om te bepalen of ze waar zijn of niet, en ook zeker een groot aantal dingen die niet waar zijn.''

Maar hij had toch maar één gedachte?

,,Ja, de zogenoemde Zijnsvraag. Maar vragen zijn niet waar of onwaar. Zodra je die vraag probeert te begrijpen, blijkt hij een aanzienlijke complexiteit aan ideeën en motieven te veronderstellen. De sport was voor mij om een schifting aan te brengen in dat geweldige oeuvre tussen wat er waar en onwaar is, vruchtbaar en onvruchtbaar, steriel of irritant.''

En er zat niets in?

,,Dat is niet helemaal waar. De inzet van Sein und Zeit is buitengewoon opwindend. Die is namelijk dat de mens zichzelf altijd verkeerd heeft geïnterpreteerd. Waarom? Omdat hij voor zijn zelfbegrip vanaf de Grieken categorieën heeft gebruikt die zijn ontleend aan andere domeinen van de werkelijkheid. Zoals artefacten, bij Aristoteles, of de dode natuur. Heidegger pretendeert dat hij voor het eerst concepten creëert waarmee de mens zichzelf wèl goed kan begrijpen. En dat verbeterde zelfbegrip kan volgens hem de aanleiding zijn tot een authentiekere bestaanswijze.''

Wat zit daar in? Wie de moderne filosofie overziet, aldus Philipse, vindt globaal twee extreme posities inzake de vraag: wat is de mens? Sommmige filosofen willen die vraag puur wetenschappelijk begrijpen. Al het discours over de mens dat niet reduceerbaar is tot de natuurwetenschap moet worden geëlimineerd. Anderen menen dat het meest menselijke van de mens niet ligt in zijn biologische substructuur, maar juist in de cultuur, met name in de taal en zelf-interpretatie van de mens.

,,Heidegger heeft in Sein und Zeit precies dat niveau, het niveau waarop de mens zichzelf interpreteert in het dagelijkse leven, genomen als het meest karakteristieke van het menselijke bestaan. Dat vind ik heel mooi, en een uitstekend idee. Er is niemand in de geschiedenis van de filosofie vóór Heidegger die dat zo heeft gedaan. Alleen het vervelende is: de methode waarmee hij het deed was totaal verkeerd. Dus je zou het over moeten doen.''

Zou dat voor een analytische filosoof eigenlijk niet een grotere uitdaging zijn geweest dan de destructie van Heidegger?

,,Ik ben geen analytisch filosoof. Ik wil een omnivoor zijn. Dat wil zeggen: ik vind dat het een uitdaging voor een Nederlandse filosoof moet zijn om diverse buitenlandse tradities met elkaar te confronteren. De meesten doen dat helaas niet, die worden simpelweg importeur van vreemd gedachtengoed. Je hebt mensen die hun hele leven Habermas importeren, of Levinas. Dat vind ik oninteressant. Een Nederlander moet origineel werk schrijven dat de deugden van verschillende intellectuele tradities probeert te combineren. Hij moet evenveel onderwerpen in de filosofie opnemen als de continentale Europese traditie doet, maar met de logische strengheid van de analytische traditie.''

U vergelijkt de effecten van Heidegger op de continentale filosofie met de verwoestingen die Duitsland heeft aangericht in de Tweede Wereldoorlog. Dat is nogal dwingende retoriek.

,,Oh, maar ik wil helemaal niet beweren dat er in dit boek geen retoriek zit! Waarom ook niet? Plato's dialogen zijn ook retorische teksten. De lezer moet zich niet vervelen. Filosofie doe je voor de lol – in elk geval niet om miljonair te worden, dat word je toch niet. Dus het is een doel op zichzelf. Net als kunst. Waarom doe je dit eigenlijk? Omdat het fantastisch is.''

Ondanks alle kritiek, heeft Philipse in zijn boek ook positieve superlatieven voor Heidegger. Hij noemt Sein und Zeit `brilliant', een `masterpiece'. Tegelijk hekelt hij de `hocus pocus' en verbale `fanfare'.''

Is dat niet tegenstrijdig?

,,Nee. Dat is alleen een probleem voor mij als die kwalificaties contradictoir zouden zijn, en dat zijn ze niet. Om die vergelijking tussen Heidegger en Duitsland in de Tweede Wereldoorlog te herhalen: je kunt best zeggen dat de prestaties van de Wehrmacht in 1940 zowel zeer destructief waren als ook militair gezien buitengewoon imponerend.''

Maar de Wehrmacht draaide echt als een geoliede machine. Heideggers werk ziet er misschien uit als een tank, maar zodra u de onderdelen gaat bekijken, blijkt het een rammelbak.

,,Wat ik bedoel is dit. Sein und Zeit is een bijzonder creatief boek. Lees eens dertig boeken van mensen die in dezelfde tijd schreven maar die nu niet meer bekend zijn. Je verveelt je te pletter! Dan zie je Heidegger verschijnen, en je kunt je voorstellen dat iedereen toen dacht: Dit is een enorme gebeurtenis. Of het waar is wat erin staat, is een tweede.''

Rudy Kousbroek zegt: het is allemaal taalverwarring.

,,Kousbroek wijst erop dat het woordje `zijn' niet voorkomt in bepaalde talen, zoals het Chinees, die daardoor niets zouden kunnen beginnen met Heidegger. Dat vind ik wat te snel. Het woord `gezelligheid' komt elders ook niet voor, maar we kunnen best duidelijk maken wat we daaronder verstaan. Je kunt je bovendien afvragen of het zo wezenlijk is voor Heidegger dat hij het woordje `zijn' heeft gekozen voor zijn denken. Hij dacht als fenomenoloog dat er een bepaalde werkelijkheid moest beantwoorden aan het begrip `zijn'. Dat is een verwarring. Maar andere leidmotieven bij Heidegger kun je best herformuleren zonder het woordje `zijn'.''

Aan welk ander woord denkt u dan?

,,Het traditionele woordje voor het Zijn is natuurlijk `God', alleen wilde Heidegger dat zelf niet gebruiken. Hij wilde in zijn latere denken de godsdienst juist rechts inhalen. De structuur van Heideggers filosofie is zonder meer religieus. Alleen werd hij in 1933 expliciet een antichristelijk denker. Dat intrigeert mij. Waarom wil iemand een filosofie ontwikkelen die qua structuur frappant lijkt op het christendom, maar die inhoudelijk toch antichristelijk is? Wat is daar de grap van? Mij lijkt de meest plausibele verklaring, en ik denk dat de haren van de meeste lezers van Heidegger daarvan overeind zullen gaan staan, dat hij na 1933 een antichristelijke, nazistische, Duitse religie wilde ontwikkelen.''

Die ambitie valt ook te herkennen in Heideggers visie op de geschiedenis. ,,De eerste christenen hadden natuurlijk een lastig probleem. Paulus dacht immers dat Jezus spoedig zou wederkeren, maar dat gebeurde niet. God kwam niet. Wat was de oplossing van de kerk? Wij bevinden ons in een verborgen heilsgeschiedenis. Een historicus zal die nooit ontdekken, maar het is wel de werkelijke geschiedenis, tot het Einde der Tijden. Dat is ook de visie van Heidegger. Alleen wordt het bij hem een onheilsgeschiedenis. Hij ziet tekenen van een transcendente macht, het Zijn, die zich steeds meer aan ons onttrekt. Wil je de geschiedenis goed begrijpen, dan moet je die interpreteren als een geheel van sporen van die verborgen bron, het Zijn.''

Volgens u was Heidegger aanvankelijk nog een christen die hoopte op een Openbaring, alleen niet wist wat die zou brengen. Maar een christen weet toch heel goed wat hij zoekt? De Openbaring is namelijk al geschied: in de Bijbel.

,,Ja goed, de Openbaring is wel geschied, maar de diepe inhoud ervan kan ons pas duidelijk worden op het moment dat we de genade ontvangen. Dat zegt Luther en dat vond Heidegger ook. En de vraag of Sein und Zeit nog christelijk was, tja, wat bedoel je dan? Hij gebruikt het woord `God' nog tot 1929 en daarna gaat hij zeggen `God is dood'. Ik zie dat als een belangrijke crisis in zijn leven.''

Als God dood is, waarom zou Heidegger dan nog in die Pascaliaanse Strategie geloven?

,,Na de mislukkig van zijn rectoraat komt hij opnieuw in een crisis. In een brief aan Karl Jaspers schrijft hij, met een toespeling op Paulus: ik heb Zwei Pfähle im Fleische. De christelijke religie en het rectoraat van 1933. Die twee dingen wil hij tegelijk overwinnen. Hoe doet hij dat? Door die nieuwe religie van het Zijn. Hij neemt afscheid van het praktische nazisme, daar is hij als filosoof niet geschikt voor. Hij wil iets veel mooiers en radicalers, namelijk een religieuze revolutie. Die moet de nazistische revolutie redden.'' Heideggers mythologie van het Zijn, geassocieerd met noodlot, strijd en een unieke rol voor het Duitse volk, werd volgens Philipse een `religieus Privatnationalsozialismus', dat hij trouw bleef tot zijn dood.

Waarom is Heidegger nog zo populair?

,,Hij spreekt om dezelfde reden aan als vroeger het christendom. Hij suggereert dat de mens kan doorbreken naar een bestaansmogelijkheid die intenser, individueler en fantastischer is dan het leven van alledag. Dat sluit aan bij allerlei religieuze preoccupaties. Bovendien is een deel van de analytische filosofie verzand, of te scholastiek en daardoor onaantrekkelijk geworden. Dus wat is er voor studenten nog te koop? Heidegger. Die heeft tenminste nog de pretentie dat filosofie een fundamentele zaak is.''

En, zegt Philipse, in weerwil van een cliché: ,,Heidegger consumeren is gewoon niet moeilijk. Lang niet zo lastig als bijvoorbeeld wijsgerige problemen met betrekking tot de algemene relativiteitstheorie. Het is nogal een onderneming om er precies achter te komen hoe zijn geschriften in elkaar zitten, maar ze lezen is niet moeilijk. Ça se consume comme une banane, zou Sartre zeggen. Makkelijk te consumeren maar moeilijk te begrijpen. Wat wil je nog meer?''

U merkt op dat Heidegger fascineert omdat mensen graag willen dat `there is more to life than in fact there is'. Hoe weet u eigenlijk dat dat niet zo is? Heidegger zou zeggen: hier spreekt de goegemeente die `wel weet hoe het zit' met het leven.

,,Dat zou hij kunnen zeggen. Heidegger gelooft in transcendentie. Ik niet, en ik meen daar sterke argumenten voor te hebben. Mijn overkoepelende verklaring voor het verschijnsel religie is dat mensen graag willen dat er meer aan de hand is in het leven dan er feitelijk is. Religie biedt empowerment, zoals Amerikaanse tv-dominees zeggen. Het suggereert dat we meer macht hebben dan we hebben. Ga naar een willekeurige Franse kerk. Kijk naar die aardige boekjes bij het altaar, waar mensen hun gebeden in schrijven. Dat gaat dan over triviale dingen als: God, of Maria, zorg dat ik volgende week mijn rijbewijs haal. Nou, dat is een poging om iets teweeg te brengen, om ervoor te zorgen dat iets gebeurt.''

Een gelovige die zakt voor zijn rijbewijs zal niet Maria de schuld geven.

,,Nee, dan zullen ze zeggen dat ze niet hard genoeg hebben gebeden. Maar het blijft een manier om langs niet-empirische weg de waarschijnlijkheid te vergroten dat iets gebeurt.''

Wittgenstein vergelijkt een ritueel met het kussen van een foto van een geliefde. Het heeft een effect op degene die het uitvoert, juist niet op de buitenwereld.

,,Ik denk dat in veel religies de wetenschappelijke behoefte om te begrijpen, de technologische wens om te manipuleren en allerlei emotionele noden, nog niet gescheiden zijn. Dat kun je in het Oude Testament ook allemaal ontdekken. Of lees de Odyssee voor mijn part! De goden hebben bij Homerus twee functies: het verklaren van natuurverschijnselen – `Waarom die storm? ja, omdat we Poseidon beledigd hebben' – en empowerment. De mens krijgt meer vermogens omdat hij geholpen wordt door de goden.''

Hoe staat het volgens u met de filosofie in Nederland?

,,Afgezien van de logica en de geschiedenis van de antieke filosofie, vind ik het niveau niet erg hoog. Het doctoraalrendement is echt heel laag. En de overheid heeft zwaar op de universiteiten bezuinigd. We zitten dus in een crisis. Terwijl de filosofie bij het grote publiek meer populair is dan ooit.''

U moet ongelukkig zijn in dit land.

,,Ik ben niet zo snel ongelukkig. Nederlanders laten zich er wel graag op voorstaan dat ze in zo'n tolerant land leven. Maar als het om geestelijke cultuur gaat is Nederland on-ge-loof-lijk intolerant. Er heerst hier een geest van morele zelfkastijding of zelfcensuur die ik verstikkend vind. Het intellectuele klimaat is van een saaie, grauwe eenvormigheid. Verdedig je in Nederland eens een ander standpunt, of gedraag je je wat anders, dan ben je meteen arrogant en wordt er op de man gespeeld. Dat is sick.''

Maar ook volgens u moeten we vooral niet denken dat er meer is `to life than in fact there is'. Dat is weer heel Nederlands. Je geen illusies maken.

,,Nee, dat is helemaal niet Nederlands. Dat is eerder stoïcijns. Het is iets heel anders dan `doe maar gewoon dan doe je al gek genoeg'. Je moet de rijkdom van het leven zelf exploreren, zonder iets transcendents te zoeken. Geestelijk betekent dat al een onmetelijke rijkdom. Denk bijvoorbeeld aan de fascinerende ontwikkelingen in de evolutie-biologie. Maar ook in esthetische zin. Kunst, muziek, menselijke relaties. Wat de filosofie je daarbij kan leren is een grote innerlijke vrijheid ten opzichte van dogma's, doctrines en theorieën. Dat lijkt me heel belangrijk. Zeker in Nederland.''

Herman Philipse: Heidegger's Philosophy of Being. A Critical Interpretation. Princeton University Press, 555 blz. ƒ121,95 (geb.), ƒ67,15 (pbk)