HET LEGE PROFIEL

`HET PROFIEL Natuur en Techniek in het vwo zou weleens een leeg profiel kunnen blijken. Geen enkele opleiding stelt het als ingangseis, ook de studie natuurkunde niet. Waarom zou je als vwo-leerling dan voor zo'n zware variant met nerd-imago kiezen? Als we niet oppassen zullen we het extra vijfde studiejaar dat er aan zit te komen voor een deel moeten vullen met een inleidende cursus om de ontbrekende kennis en de mindere praktische vaardigheden bij te spijkeren.'

Chris van Weert, hoogleraar basisonderwijs natuurkunde aan de Universiteit van Amsterdam, is bezorgd over de toekomst van het vak natuurkunde op het vwo. In een artikel in het maartnummer van het Nederlands Tijdschrift voor Natuurkunde waarschuwt hij dat de huidige ontwikkelingen in de bovenbouw van het middelbaar onderwijs weldra tot aanzienlijk kwaliteitsverlies zullen leiden die bij de vernieuwing van de bovenbouw beslist niet de bedoeling was. ``De universiteiten'', aldus Van Weert, ``zullen zich moeten voorbereiden op een nieuwe generatie studenten die op bèta-gebied aanzienlijke deficiënties hebben.''

De exacte vakken op de middelbare school hebben het tij niet mee. Onlangs besloot staatssecretaris Karin Adelmund van OC&W minder praktica verplicht te stellen voor het schoolonderzoek biologie, scheikunde en natuurkunde. De reden was dat het eindexamenprogramma anders te zwaar dreigde uit te vallen. Van Weert: ``De maatregel treft de natuurkunde zwaar omdat in de eindtermen voor dat vak veel gewicht aan onderzoeksvaardigheden wordt toegekend.''

Grote zorgen maakt Van Weert zich over invoering van de profielen. Daarvan zijn er vier, waaronder Natuur en Gezondheid (N&G) en Natuur en Techniek (N&T). Uit enquêtes was al gebleken dat de belangstelling bij vwo-scholieren voor N&T gering was en dat meisjes er al helemaal niets van moesten hebben. Nu de profielen op 30 procent van de scholen zijn ingevoerd – de rest volgt volgend jaar – zijn er indicaties dat zo'n 10 à 15 procent van de leerlingen voor het hardste profiel te kiezen, nog minder dan was gevreesd. Op die manier komt maar een zeer klein gedeelte van de leerlingen in aanraking met de moderne natuurkunde en scheikunde die is opgenomen in N&T.

Voor dat lage cijfer is een aantal oorzaken aan te wijzen, meent Van Weert. ``Allereerst moet de natuurkunde zich beter profileren, het imago is beroerd. We zijn niet sexy genoeg, stond pas nog in de krant. Wat ook speelt is dat het N&T-profiel nergens voor verplicht is. Onder politieke druk is besloten dat aanstaande studenten Geneeskunde aan het profiel Natuur en Gezondheid, waarin het vak biologie is opgenomen, genoeg hebben. Om te voorkomen dat de harde bèta-vijver wel erg klein zou worden is op voorstel van de Kamer Natuurkunde van de VSNU, de Vereniging van Samenwerkende Universiteiten, toen besloten leerlingen met alleen N&G ook tot de studie natuurkunde toe te laten, mits in de vrije keuzeruimte de wiskunde tot op N&T-niveau werd aangevuld. Het gevolg laat zich raden: bijna iedereen kiest voor Natuur en Gezondheid, als het zo doorgaat dreigt het profiel Natuur en Techniek leeg te blijven.''

Bovenop deze niveauverlaging komt nog het probleem van het groeiende tekort aan natuurkundeleraren. Van Weert: ``Nu al tekent zich een dramatische toename in het aantal vacatures af, er staan steeds meer onbevoegden voor de klas. De inschrijving op de eerstegraads lerarenopleidingen is miniem en de vergrijzing brengt over enkele jaren een stevige leegloop op gang. Niemand wil nog leraar worden. Het is een zwaar beroep met, gegeven de huidige arbeidsmarkt, een lage betaling en carrièrekansen zijn er nauwelijks. Dat alles heeft duidelijk zijn weerslag op de kwaliteit. Het gaat om een ernstig probleem dat hoger op de politieke agenda hoort dan het nu staat, omdat zelfs het profiel N&G gevaar loopt.''

BRANDBRIEF

Om dat voor elkaar te krijgen hebben de Kamer Natuurkunde van de VSNU en de Nederlandse Natuurkundige ereniging (waarvan Van Weert bestuurslid is) deze week een brandbrief gestuurd naar onderwijsminister Hermans. Een van de voorgestelde maatregelen betreft, naar Brits voorbeeld, speciale beurzen voor afgestudeerden die alsnog voor de lerarenopleiding kiezen. `De leraar', aldus de brief, `moet zich weer een volwaardige professional binnen de beroepsgroep voelen.'

Een ander initiatief behelst het bevorderen van netwerken van universitaire prakticumafdelingen natuurkunde en vwo-leerlingen met hun leraren. Van Weert: ``Waarom zou je die prakticumproeven niet op de universiteit doen. Die hebben mooie spullen staan waar geen school tegenop kan, de computers zijn er modern en voor de universiteit is het aantrekkelijk potentiële studenten alvast over de vloer te hebben. Bovendien vermindert zo'n verschuiving de financiële druk op de scholen, die zo minder apparatuur hoeven aan te schaffen waar geen budget voor is. Wel moeten er op het niveau van de decaan en het College van Bestuur garanties komen voor de continuïteit. De Kamer Natuurkunde maakt een kleine inventarisatie van wat dit met zich meebrengt.''

Blijven maatregelen uit, dan komt de natuurkunde in zwaar weer. Van Weert: ``Terwijl in de Verenigde Staten alles in het werk wordt gesteld om het niveau van het science-onderwijs op de highschool op te krikken, zie je bij ons een tendens de andere kant op. Dat Nederland internationaal goed scoort in natuurwetenschappelijk onderzoek heeft alles te maken met het goede onderwijs dat de onderzoekers in hun middelbare schooltijd hebben genoten. Zo'n voordeel moeten we niet lichtvaardig uit handen geven.''