Gespannen wachten in een onguur politiek klimaat

Den Haag wacht op het eindrapport van de enquêtecommissie Bijlmerramp, maar voor het kabinet-Kok is het wachten in een onguur klimaat.

Het geroezemoes in Den Haag zal de komende weken groot zijn. Minstens tot het eind van de maand blijven politiek en ambtenarij in onzekerheid over het oordeel van de commissie-Meijer.

Gisteren was er voor het kabinet-Kok reden voor enige opluchting. De beide vice-premiers Jorritsma en Borst leken niet in de gevarenzone te komen. Voor het politiek dodelijke oordeel dat zij de Tweede Kamer ,,onvolledig en onjuist'' hebben geïnformeerd lijkt vooralsnog geen grond. Maar voor de leden van het kabinet-Kok is er weinig reden om rustig achterover te leunen. Ook als de commissie-Meijer geen politieke doodzondes vaststelt, blijft er voor het kabinet een ongemakkelijke situatie bestaan. Want het eindrapport verschijnt in een periode dat er in de coalitie een onguur klimaat heerst.

Sinds de provinciale statenverkiezingen van vorige week is de kilheid in de coalitie alleen maar toegenomen. Fractievoorzitters van de regeringspartijen verschillen van mening over het asielbeleid. Fractiespecialisten maken elkaar bij het zoeken naar nieuwe WAO-maatregelen ongeveer uit voor rotte vis. Tegelijk moet de coalitie in het voorjaar fors bezuinigen. Opvallend is dat partijen zich scherper dan voorheen ingraven. Zowel voor de WAO als de bezuinigingen geldt dat standpunten worden ingenomen, maar geen alternatieven worden aangedragen. Intussen tikt de tijdbom van het referendum — waarvoor de senatoren van de VVD moeten buigen wil D66 niet uit de coalitie stappen — gewoon door.

En dan zijn er nog externe factoren die het clubgevoel in Paars niet versterken. De PvdA liet deze week in Zuid-Holland gemakkelijk de VVD vallen als collegepartij. D66-partijleider De Graaf heeft al openlijk gezegd dat paars niet heilig is. En nog deze week meldde VVD-fractieleider Dijkstal én aankomend Europees lijstrekker Wiebenga dat D66 eigenlijk geen reden van bestaan heeft. Over coalitiegenoten spreek je meestal iets gedempter. In dit klimaat kan het eindrapport van de commissie-Meijer de instabiliteit van de coalitie gemakkelijk vergroten. Want coalitiepartijen zullen de oordelen van de enquête-commissie niet afmeten aan de juistheid of logica, maar scherp langs de partijpolitieke maatlat leggen. En met drie partijen is dat een knap ingewikkeld proces.

Mocht de commissie-Meijer één van de betrokken ministers van het kabinet-Kok extra scherp beoordelen dan is een ,,afruil'' ingewikkeld. Toen VVD-minister van Eekelen in 1988 moest aftreden na de paspoort-affaire, vertrok later ook CDA-staatssecretaris Van der Linden, terwijl CDA-premier Lubbers hem niet kwijt wilde. Als het kabinet-Kok in zo'n situatie terecht komt is er met drie partijen al snel geen kabinet meer.

Zo kan het rapport van de enquêtecommissie een stevige test zijn voor de coalitieverhoudingen. Zet het bederf in de coalitie door dan kan het rapport voor iedere partij als een hefboom fungeren om de coalitie op te blazen. Ook al is er strikt logisch gezien niet direct een alternatief voorhanden. Willen partijen verder met elkaar dan kunnen ze het rapport even gemakkelijk neutraliseren — dan houden ze elkaar gewoon vast.