Fiscale aantrekkelijkheid verschuift

Het belastingplan voor de 21ste eeuw heeft zijn gevolgen voor veel financiële producten. Begrippen als aftrekpost, belastingvrije som en vrijstelling gaan grondig op de helling.Veel fiscaalvriendelijke producten van nu zijn straks onverkoopbaar.

Zoals bakkers koekjes kneden van boter, meel, suiker en aroma's, zo fabriceren geldbedrijven producten uit sparen, beleggen, verzekeren en lenen. Onder het huidige belastingstelsel levert dat fiscaalvriendelijk combinaties op als de koopsompolis, het leasen van aandelen, groeisparen, verzekerd sparen of de (beleggings)spaarhypotheek. Al die producten ontlenen hun populariteit aan extra aftrekposten en/of aan belastingvrije inkomsten of vermogensgroei. Tenminste, totdat het belastingplan voor de 21ste eeuw in werking treedt. Misschien al over ruim anderhalf jaar vallen rente, huur en dividend niet meer onder de inkomstenbelasting. In plaats daarvan heft de fiscus over iemands hele vermogen, exclusief pensioenvoorziening, eigen huis en een vrijstelling van 37.500 gulden per persoon, simpelweg 1,2 procent vermogensrendementsbelasting. Ook populaire begrippen als `aftrekpost', `belastingvrije som' en `vrijstelling' gaan grondig op de helling. En passant maakt het nieuwe belastingplan diverse fiscaalvriendelijke producten van nu straks onverkoopbaar. Als alles doorgaat, kunt u ongeveer het volgende verwachten.

Het zit er dik in dat aandelenlease in het nieuwe stelsel uit de gratie is. Vooruitbetaalde rente mocht u vanaf januari al niet meer aftrekken, maar in het nieuwe belastingstelsel gaat ook de aftrek van betaalde rente voor leasen van aandelen verdwijnen. Kortom: uw gehuurde aandelen moeten straks wel héél bijzonder presteren, willen ze de kosten van de (dure) lening goedmaken. Bij dalende tot kabbelende aandelenkoersen kost een leaseconstructie straks gewoon geld. En tussentijds uitstappen, kan meestal niet of soms alleen tegen hoge kosten.

Naast leaseconstructies hebben ook de vermogensgroeifondsen hun langste tijd gehad. Deelnemers over zo'n fonds omzeilen nu tot 60 procent inkomstenbelasting. Om dat te bereiken moet het fonds wel 35 procent vennootschapsbelasting afdragen, wat het rendement van de groeibelegger afroomt. Als straks de hoogte van rente en dividend niet meer uitmaakt, pakt een gewoon obligatiefonds of een spaarrekening voordeliger uit.

Voorts zal de koopsompolis aan populariteit verliezen. Premies voor lijfrenten zijn straks alleen aftrekbaar als uw pensioen minder is dan zeventig procent van het laatstgenoten salaris of misschien zelfs van het gemiddeld genoten salaris. Vooral de tweede mogelijkheid zal aftrekmogelijkheden beperken. Over uw oudedags-spaarpot boven de zeventig procent van uw salaris betaalt u straks gewoon 1,2 procent vermogensrendementsheffing. Daarbij is lijfrenteaftrek in het nieuwe stelsel toch al minder gunstig door de matiging van de belastingtarieven. Het 50-procentstarief zakt mogelijk naar 41 tot 43 procent, en 60 wordt 51 tot 53 procent.

De fiscale tegenhanger van de lijfrentepolis, de kapitaalverzekering (premie niet aftrekbaar en uitkering onbelast), wordt in het nieuwe stelsel te duur. Naast de vaak hoge kosten betaalt u dan namelijk over de waarde, net als over vermogen buiten verzekeringen, 1,2 procent vermogensrendementsheffing. Dat geldt overigens niet voor de kapitaalverzekeringen die in spaarhypotheken zitten. Die zullen van de 1,2-procents heffing zijn vrijgesteld.

Toch zijn er ook fiscaalvriendelijk producten die aantrekkelijk blijven. De spaarloonregeling bijvoorbeeld, al wordt overwogen de automatische deblokkering na vier jaar te schrappen en opname alleen toe te staan voor speciale doelen als de eigen woning, het starten van een bedrijf, pensioenopbouw, verlof of studiekosten. Ook de opbrengst van groen sparen en beleggen in erkende projecten zal onbelast blijven. Waarschijnlijk hoeft geen 1,2 procent rendemenstheffing over de waarde te worden betaald.

De hypotheek voor de eigen woning zal wellicht aan populariteit winnen. De lagere belastingtarieven maken aflossing weliswaar aantrekkelijker, maar daar staat tegenover dat hypotheekrente nog de enige aftrekbare rente is. Menig woningkoper zal zich daarom straks (door financiële adviseurs) laten verleiden het huis maximaal te verhypothekeren, om het daarmee uitgespaarde eigen geld in aandelen te steken. Huis-met-hypotheekbezitters zal wellicht worden aangeraden de hypotheek aflossingsvrij te maken om de renteaftrek optimaal te houden. Of zelfs om de te betalen rente steeds te laten bijschrijven bij de hoofdsom, waardoor de hypotheekschuld gestaag oploopt terwijl de almaar groeiende rente toch aftrekbaar blijft.

De gewone spaarrekening valt in het nieuwe stelsel gunstiger uit voor mensen die over de top van hun inkomen meer dan 30 procent belasting betalen. Straks kijkt de fiscus namelijk niet meer naar de rente, maar heft gewoon 1,2 procent over uw (gespaard) vermogen, eventueel verminderd met een vrijstelling van 37.500 gulden per persoon (75.000 gulden per stel).

Ook het `gewone' beleggen in effecten of beleggingsfondsen zal straks mogelijk populairder raken. De particulier kan zich immers minder laten (ver)leiden door fiscale voordelen van allerlei dure (verzekerings)constructies, en hij zal zijn geld toch ergens in moeten steken. In theorie zijn aandelen die traditioneel (veel) dividend uitkeren, straks aantrekkelijker dan nu. Voor de belasting maakt het immers niet meer uit of u uw dividend handje-contantje krijgt of als belastingvrij stockdividend. Beleggen wordt dus hopelijk een stuk helderder, waardoor de particulier zich eindelijk kan concentreren op de èchte verhouding tussen risico en rendement. Wat dat betreft zullen beleggingsfondsen straks waarschijnlijk meer dan nu hun beste beentje voort moeten zetten.

De particulier ondertussen, kan weinig anders doen dan zich geestelijk op het nieuwe systeem voorbereiden. Tips om er financieel op vooruit te lopen, zijn moeilijk te geven, want over de precieze wetten en overgangsmaatregelen is nog niets bekend.

Bron: De invloed van belastingregelgeving op financiële producten, 1999, uitgave van Sarluy & Josephy, tel 020 - 509 10 26 en Belastingen in de 21e eeuw, 1997, ISBN 90 399 1408 7