Exxon Valdez laat zijn sporen na

Tien jaar na de ramp met de supertanker Exxon Valdez in Alaska is de meeste olie opgeruimd. Maar de natuur heeft zich nog niet hersteld. De lokale bevolking, die aanvankelijk goed verdien- de aan de olievlek, worstelt nog met de gevolgen.

Het was meteen duidelijk, op 24 maart 1989, dat zich voor de kust van Alaska een enorme milieuramp had voltrokken. Ruim 40 miljoen liter ruwe olie stroomde het ijzige water van de Prins William Sound in, nadat de supertanker Exxon Valdez daar aan de grond was gelopen. De onmiddellijke schade voor de natuur was groot. Over een lengte van zo'n 2.500 kilometer was de prachtige kustlijn van Alaska besmeurd. De olie kostte zeker 250.000 vogels, 2.800 otters, 300 zeehonden en 22 orca's het leven. De beelden van de catastrofe schokten de wereld.

Over de vraag hoe ernstig de schade op lange termijn zou zijn, bestonden meteen al heftige meningsverschillen. En bijna tien jaar later duren die nog steeds voort — in de rechtszaal, in wetenschappelijke kringen en in de media. Volgens oliemaatschappij Exxon heeft de natuur in het gebied zich redelijk hersteld. Maar volgens de overheid is dat nog nauwelijks het geval. En de bevolking klaagt dat het het ongeluk het sociale en economische leven aan de baai ernstig heeft ontwricht.

Voor honderden vissers, schoonmakers en zakenlui was de olievlek aanvankelijk een goudmijn. Met de ogen van de wereld op zich gevestigd, wilde Exxon zo snel mogelijk met de opruimwerkzaamheden beginnen. Zelf had de oliemaatschappij geen schepen ter plaatse, en dus moest ze de lokale vloot huren. Exxon besteedde aan de hele schoonmaakoperatie twee miljard dollar, en wie schepen of schoonmaakmateriaal had, of wie de handen uit de mouwen wilde steken, kon snel rijk worden. De oil spill maakte van deze ondernemende figuren ,,spillionaires'', zoals ze al snel heetten.

Maar voor de meeste bewoners van de getroffen kuststreek, pakte het ongeluk minder positief uit. Voor het plaatsje Cordova bijvoorbeeld, waar 90 procent van de bevolking afhankelijk is van visvangst, was het afgelopen decennium rampzalig. Meteen na het ongeluk gaven mensen hun banen in visfabrieken, hotels en kinderdagverblijven op om, tegen betere betaling, te helpen met de grote schoonmaak. Maar die bron van inkomsten was slechts tijdelijk. Volgens ex-burgemeester Kelley Weaverling van Cordova is de lokale gemeenschap door de ramp ,,uiteengetrokken en verscheurd''.

Drie jaar kon er door de olievervuiling niet op haring worden gevist. De markt voor zalm stortte ineen. De inkomsten uit de visserij liepen in de hele baai dramatisch terug, van 85 miljoen dollar per jaar voor 1989, tot 35 miljoen nu. En nog steeds bestaat onzekerheid of vissen en schelpdieren die naar laboratoriumstandaard ,,schoon'' zijn, echt wel veilig gegeten kunnen worden. Volgens Exxon zijn de problemen van de vissers meer te wijten aan ontwikkelingen op de wereldmarkt, zoals de groei van het aantal zalmkwekerijen, dan aan de olievlek. Het bedrijf wijst erop dat veel van de mensen die nog steeds over de ramp klagen, in 1989 en 1990 schadevergoedingen hebben gekregen die verscheidene keren hun jaarinkomen bedroegen.

Nog steeds is Exxon in bittere juridische en wetenschappelijk gevechten gewikkeld over de gevolgen van het ongeluk. Behalve de schoonmaakkosten van twee miljard dollar, heeft de oliemaatschappij een miljard betaald in een schikking met de federale overheid en zo'n 300 miljoen aan schadevergoedingen aan mensen in het getroffen gebied. In 1994 kende een jury in Anchorage nog eens vijf miljard dollar aan schadevergoeding toe aan Cordova en andere plaatsen. Maar tegen die uitspraak heeft Exxon beroep aangetekend, en een definitieve uitspraak laat nog op zich wachten.

De schikking met de overheid kan herzien worden als blijkt dat de schade aan het milieu ernstiger is dan werd aangenomen. Volgens een recent rapport van de overheid hebben van 28 onderzochten diersoorten er zich slechts twee volledig van de effecten van de olievlek hersteld: de Amerikaanse adelaar en de rivierotter. In het algemeen is het ecosysteem weliswaar aan de beterende hand, aldus het rapport, maar dat geldt niet voor alle dieren. Ondermeer de orca, zeehond, aalscholver en harlekijneend geven nog geen tekenen van herstel. En volgens sommige onderzoekers blijven verweerde olieresten een bijzonder schadelijke invloed uitoefenen op de eitjes van de zalm, waardoor veel nieuwgeboren vis zwakker en kleiner zou zijn dan vroeger.

Het meten van de schade is moeilijk, omdat er weinig harde gegevens bestaan over het ecosysteem vóór het ongeluk. Wel is duidelijk dat de het effect van de intensieve schoonmaak beperkt is geweest. De reinigende werking van de natuurlijke doorspoeling waar golven en stormen voor zorgen, was volgens de National Geographic van deze maand effectiever dan de sponzen, bezems en hooggedrukspuiten van alle schoonmaakploegen bij elkaar. Ook meldt het blad dat de redding van met olie besmeurde otters en watervogels, weinig heeft bijgedragen aan het herstel van de soorten in de baai. Veel van de schoonmaakte otters stierven bijvoorbeeld kort nadat ze weer in de natuur werden losgelaten.

De kapitein van de Exxon Valdez, Joseph Hazelwood, houdt 10 jaar later nog steeds vol dat hij geen schuld had aan de ramp. De derde stuurman, die op het fatale moment op de brug stond, zou de schuldige zijn. Hazelwood erkent dat hij op de bewuste avond zeker drie glazen wodka had gedronken, maar hij spreekt tegen dat hij dronken was. In 1990 werd hij vrijgesproken van dronkenschap tijdens zijn werk, maar veroordeeld voor laksheid bij het lozen van olie. Deze zomer zal hij in Anchorage beginnen met de duizend uur maatschappelijke dienstverlening waartoe hij is veroordeeld: papiertjes prikken langs snelwegen en in parken.

De bewuste tanker is nog steeds in het bezit van Exxon, maar inmiddels omgedoopt tot SeaRiver Mediterranean. In 1990 nam het Congres een wet aan waarbij het schip voorgoed verboden werd om Alaska terug te keren. Exxon probeert dat verbod nu via het Congres en de rechter ongedaan te maken.