Een zwarte ikoon

Paul Robeson (1898-1976) leidde een fascinerend leven. Afgestudeerd in de rechten, sportheld, acteur, zanger, filmster, schrijver, internationaal politiek agitator: een opvallend cv voor een zwarte Amerikaan uit het begin van deze eeuw. Helaas concentreert de documentaire Paul Robeson – zwart, rood en dwars zich op zijn slachtofferschap; op de zwarte martelaar van politiek correct Amerika tegen het McCartheyisme.

Paul Robeson was een golden boy. Oude bekenden – heel oud inmiddels – vertellen krakend over hun held. ,,Geweldig'', ,,briljant'', ,,mijn vriendin waste haar hand een week lang niet toen Robeson die had gekust''. Fijn om te weten, maar het werpt weinig licht op zijn karakter. Gelukkig spreken de beelden voor zich: een koppige, trotse, strijdlustige geweldenaar.

Na zich letterlijk in het blanke football-team van zijn universiteit te hebben ingevochten, voltooit Paul Robeson in 1921 zijn rechtenstudie. Hij kiest voor een toneelloopbaan; op het toneel is hij, als Porky of als Othello, een groot succes. Ook als zanger valt hij meteen in smaak. In 1928 vestigt Robeson zich in Londen. Hij zingt en acteert, komt in contact met toekomstige Afrikaanse leiders - als figuranten in een film waarin Robeson hun stamhoofd speelt - en met links Engeland. Zes jaar later bezoekt hij als fellow traveller de Sovjet–Unie. Robeson meent dat blanken hem daar behandelen als mens, niet als neger. De doctrine die hem in problemen brengt, zet zich vast: de strijd tegen racisme is onderdeel van de klassenstrijd. Robeson is bekeerd tot het communisme.

Na de Tweede Wereldoorlog ontvouwt het drama zich. In 1949 verklaart Robeson in Parijs dat het ondenkbaar is dat de Amerikaanse negers vechten tegen de Sovjet–Unie. Zijn paspoort wordt tot 1958 ingetrokken, hij komt op de zwarte lijst, het leven als `politiek lepralijder' begint.

Begin de jaren zestig trekt een zieke en depressieve Robeson zich terug in een semi-kluizenaarschap. Martin Luther King noch Malcolm X willen iets van hem weten.

Een fascinerend leven, dat in deze documentaire net iets te larmoyant wordt behandeld. Robeson was toch meer vechter dan martelaar, een man die zijn tomeloze energie in dienst stelde van een land waarmee Amerika op voet van oorlog was. Natuurlijk raakte hij in problemen. Wel draaide Robeson mee in de Russische propagandamachine, Stalin-ordes incasserend, babies knuffelend, fabrieken inspecterend. Dit terwijl Russisch-joodse vrienden richting Goelag werden afgevoerd. Een minpuntje op zijn conduitestaat, geven ook vrienden toe. Waarom zweeg Robeson, zelfs na de destalinisatie? Naïviteit? Heiligde het doel de middelen? Had hij zoveel opgegeven dat hij twijfel niet kon verdragen?

Robeson, zwart, rood en dwars is in zijn eenzijdigheid het aanzien overigens meer dan waard. Ongelukkig is dat tijdens de documentaire Robesons klagelijke bas vrijwel continu op de achtergrond blijft doorgalmen. Na een half uur voelt dat alsof men met een dronken Kozakkenkoor in een echoput is opgesloten.

Kunst...Omdat het moet. Zaterdag, Ned.2, 00.04-01.03 u.