DOEKJE

Een leerkracht heeft een kruisje met de lijdende Christus aan een kettinkje om zijn hals. Hij mag geen stage lopen op een openbare school omdat het schoolhoofd vreest dat hij zijn geloof zal uitdragen. Juist of onjuist?

Duidelijke kenmerken van een overtuiging maken het gemakkelijker om te controleren of iemand zich aan de regels van de school houdt. Zo lang iemand zich aan die regels houdt, is er niets tegen een kettinkje of een hoofddoek. Een groter probleem zijn juist die leerkrachten zonder zo'n uiterlijk kenmerk, hun overtuiging blijft verborgen. Maar daar heeft de heer Prick (`Doekje', W&O, 20 februari) geen oog voor, want wat niet weet dat niet deert.