`Dat hic en hunc, ik weet het niet meer.'

Nelson Mandela kreeg een eredoctoraat van de Universiteit van Leiden en daarna hielden de rector magnificus en zijn vrouw een ontvangst. Wie waren er?

,,Ik ga alleen naar bijeenkomsten waar de echte top komt'', zegt de concerndirecteur van Stork. ,,Mijn tijd is beperkt hè.'' De vorige keer was hij in Davos, bij het World Economic Forum (Bill Gates, Al Gore, enzovoort). Nu is hij gast op de receptie in de Pieterskerk ter ere van Nelson Mandela, doctor honoris causa.

Wie wil de concerndirecteur – hij wil niet met zijn naam in de krant – vanmiddag tegenkomen?

,,Jahaha'', lacht hij, ontwijkend. ,,Ik heb altijd een lijstje in mijn hoofd. Drie mensen wil ik zeker spreken. Twee eventueel. Je moet het efficiënt aanpakken.''

Een paar mensen van de overheid. Een ambassadeur. ,,Een beetje invloed uitoefenen op beleid dat her en der in de wereld wordt opgebouwd.''

Heeft hij zoveel invloed?

Hij lacht weer, nu bereidwillig. ,,Om allerlei redenen'', zegt hij, ,,leerde ik jaren geleden Yasser Arafat kennen en toen bleek dat hij Nelson Mandela goed kende en Fidel Castro en de president van Maleisië en al die mannen die toen nog werden gezien als gevaarlijke terroristen. Ze kenden elkaar allemaal. Voor Stork kwam dat goed uit, want Arafat zei: wat Stork in Palestina doet, dat kan Stork ook in Cuba.'' Stork legde in die landen infrastructuur aan voor de watervoorziening.

,,En weet je wat er gebeurde toen Mandela een bezoek aan Lubbers bracht, een jaar of zes terug? Toen werd ik gebeld door een vertegenwoordiger van de PLO. Of ik ervoor kon zorgen dat Mandela's goede vriend Arafat ook werd uitgenodigd.''

En?

,,'s Avonds zaten ze samen aan het diner in Kasteel Wittenburg en 's morgens stonden samen om acht uur op het bordes van het Catshuis.''

Wat heeft Stork daaraan?

,,Contacten die kunnen helpen om je commerciële positie te versterken moet je altijd koesteren.''

Hij stelt vast dat het aantal vertegenwoordigers uit het bedrijfsleven in de Pieterskerk ,,bar tegenvalt''. Vier, hooguit vijf heeft hij er gezien, en verder ,,alleen maar hoogleraren en mensen uit maatschappelijke groeperingen die ik minder goed ken''.

Toch gaat hij nu op jacht, zegt hij terwijl hij zich omdraait. ,,Straks is iedereen weg.''

Hij loopt vlak langs Ruud Hazelhoff – altijd te herkennen aan zijn zwaar doorrookte stem, Een paar maanden geleden legde hij daarmee als president-commissaris van Vendex nog op de televisie uit hoe onzinnig het was dat andere partijen (WE International) KBB te pakken probeerden te krijgen. ,,Ik ben hier voorzitter van de raad van toezicht'', zegt hij om zijn aanwezigheid in de Pieterskerk te verklaren. ,,En daarom ben ik enorm trots dat ik dit hier allemaal mag meemaken.''

Hazelhoff wendt zich naar de man met wie hij stond te praten, de decaan van het Medisch Centrum. ,,Mooi hè, dat latijn'', zegt hij.

Hij doelt op de laudatio op Mandela die de rector magnificus net heeft uitgesproken.

,,Heel mooi'', zegt de decaan. ,,Zelf kan ik het niet meer zo goed. Dat hic en hunc, ik weet het gewoon niet meer.''

Hazelhoff: ,,Ik heb jaren in Argentinië gezeten. Toen kwam het bij mij allemaal weer terug.''

De decaan: ,,Mijn vrouw spreekt heel goed Frans en...''

Hazelhoff: ,,Mooi ook dat Mandela het eredoctoraat gekregen heeft op grond van het devies van de universiteit. Praesidium Libertatis.'' (Verdediger van de vrijheid.)

De decaan: ,,Heel mooi.''

Hazelhoff: ,,Churchill en Wilhelmina zijn de enige twee anderen met een eredoctoraat uit Leiden.''

De decaan: ,,Ja twee. Churchill. En Wilhelmina.''

(Het zijn er meer. In ieder geval Juliana en Perez de Cuellar.)

Hazelhoff lacht. ,,Dat betekent dat we lang op de volgende kunnen wachten.''

De decaan lacht ook. ,,Zeker tot 2050.''

Maar Hazelhoff hoort het niet meer. Hij is al weer doorgelopen.

Bij de muur staan Henk van Woerden en zijn uitgever Joost Nijssen, van Podium. Henk van Woerden schreef drie romans over Zuid-Afrika. Hij mocht donderdagavond ook naar het staatsbanket. ,,Ik niet'', zegt Joost Nijssen. ,,De verdeling is zo dat ik alleen hiervoor ben uitgenodigd.''

Hij brengt een serie Afrikaanse romans op de markt. En passant noemt hij alle subsidiënten. ,,Eigenlijk hoop ik dat er hier iemand naar me toe komt en zegt: kom nou eens op mijn kosten naar Zuid-Afrika.''

Henk van Woerden: ,,Dat hoop ik nou ook.''

Joost Nijssen: ,,Maar jij bent toch al een keer geweest? Toen met Rudy Kousbroek toch?''

Hij loopt opeens weg om een paar woorden te wisselen met een jonge vrouw die hij verderop ziet staan. ,,Sorry'', zegt hij als hij weer terug is. ,,Dat was de recensente van Zuidafrikaanse literatuur voor Vrij Nederland.''