Corruptie terug in Spaanse politiek

Het corruptiespook is terug. Na een korte periode van afwezigheid, duiken de smeergeldaffaires weer op in de Spaanse politiek. En ditmaal niet bij de socialisten, maar bij de partij van premier Aznar.

Het tot dusver redelijk smetteloze blazoen van premier José María Aznar raakt volgespat met schandalen. Het jongste slachtoffer van de corruptie in eigen partijpolitieke kring heet Julia Bango, advocate en lid van de Partido Popular, afdeling Canarische Eilanden.

Bango begon kort geleden een onderzoek naar een vermoedelijk geval van bouwfraude in Tegueste, een dorp op het eiland Tenerife. Het onderzoek nam een vervelende wending toen de ene na de andere doodsbedreiging in de brievenbus begon te vallen. Ze zocht hulp bij haar partij, maar haar partijgenoten maakten haar uit voor een lichtelijk getikte fantast. ,,Tot het moment dat ze bijna naar mijn begrafenis hadden kunnen gaan'', vertelt de advocate geëmotioneerd.

Vorige week werd Bango voor haar huis tegen het trottoir gemept door een onguur type. Bango moest zich met haar eigen zaken bemoeien, zo luidde de boodschap. De advocate – hals stevig verpakt in een steunverband – onthulde deze week dat ze het vermoeden heeft dat partijpolitieke belangen een rol spelen bij de bouwfraude. Ze wordt in deze gedachte gesterkt door het totale gebrek aan steun vanuit haar partij.

De zaak in Tenerife trad de afgelopen dagen in rap tempo buiten de lokale partij-oevers. De kersverse secretaris-generaal van het PP-hoofdkwartier in Madrid, Javier Arenas, verordonneerde dat de Canarische partijleiding snel orde op zaken moest stellen.

Opmerkelijk genoeg vloog Francisco de la Barreda, de voorzitter van de PP op Tenerife, als eerste de laan uit. Barreda was juist één van de weinige partijgenoten die Julia Bango steunde in haar onderzoek naar de vermeende bouwfraude.

Voor de socialistische oppositie in Spanje zijn de corruptie-affaires bij de politieke tegenstander een geschenk uit de hemel. Na dertien jaar geregeerd te hebben, heeft de Socialistische Partij (PSOE) nog steeds niet de slag van het oppositievoeren te pakken. Op de golven van de voorspoedige economie doet de conservatieve regering het bovendien niet zo slecht. Het thema van de corruptie is dus van harte welkom.

De socialisten presenteerden deze week de ,,Landkaart van de Corruptie'', waarop in totaal 160 gevallen van veronderstelde smeergeldaffaires binnen de PP geografisch zijn weergegeven.

Het antwoord van de PP liet niet lang op zich wachten. ,,Wij zullen nooit ook maar in de buurt komen van wat de socialisten hebben aangericht'', zei premier Aznar deze week in het parlement. De PSOE is met zijn talrijke eigen affaires in het recente verleden wel de laatst aangewezene om de conservatieve partij een lesje ethiek te geven. Einde discussie, wat betreft Aznar.

Maar het is de vraag hoe lang de regeringspartij de kritiek op deze wijze kan afwimpelen. Ook Aznars minister van Industrie, Josep Piqué, die tevens woordvoerder is van de regering, staat namelijk ter discussie. Piqué heeft als minister een miljoenenschuld kwijtgescholden van een onderneming waarover hij kort geleden nog de scepter zwaaide. Dat riekt naar belangenverstrengeling, maar de minister weigert het parlement uitleg. Het betreft hier volgens hem een privé-aangelegenheid. De vraag om opheldering is een ,,heksenjacht'' door de socialisten, menen zijn bondgenoten. De geplaagde minister dreigt de oppositie voor de rechter te slepen wegens smaad.

Het is een pijnlijke kwestie voor de regering. Piqué, Catalaan van geboorte, werd als onafhankelijke minister het kabinet binnengehaald om de banden aan te trekken met de Catalaanse nationalistische partij die het minderheidskabinet steunt. Met zijn wapperende haar en innemende presentatie is hij een van de boegbeelden van de regering. Hij heeft het gematigde, centrumliberale imago dat premier Aznar nastreeft. Het zou zonde zijn om uitgerekend deze minister te moeten missen.

De positie van Piqué brokkelt verder af door een nieuw subsidieschandaal. Piqué keurde een subsidie van twaalf miljoen gulden aan een varkensfokkerij goed. Dat was in strijd met de regels in Brussel, en tevens bleek het geld afkomstig uit het potje voor mijnbouwsubsidies. De minister van Landbouw, Loyola de Palacio, viel Piqué deze week openlijk af: volgens de landbouwminister had zijn ministerie Piqué ervoor gewaarschuwd dat de subsidie niet correct was.

Binnen Aznars eigen partij werd de afgelopen week openlijk verkondigd dat politici open kaart moeten spelen, wat niet minder dan een aanval op de eigen woordvoerder lijkt. In Madrid klinkt dan ook steeds sterker de suggestie dat het hoofd van Piqué moet rollen.