Centra voor Werk, Inkomen en Ruzie

Volgende week vrijdag vraagt minister De Vries akkoord van het kabinet over 200 nieuw op te richten Centra voor Werk en Inkomen (CWI). Vier dagen later vergaderen ministers Zalm en Peper met de Vereniging van Nederlandse Gemeenten over het budget voor de Bijstandswet. Het is immers nog steeds zo dat als een gemeente efficiënt en snel kan werken bij de sociale dienst, zodat het aantal mensen met een uitkering afneemt, het die gemeente door perverse financiële regels in feite geld kost. Vorig jaar moest Utrecht 3 miljoen bezuinigen op andere onderdelen van de gemeentebegroting omdat de sociale dienst daar te succesvol was geweest. Een werkelijk idioot systeem. Maar gelukkig hebben Zalm en Peper nu de moed verzameld om een betere relatie tussen gemeenten en rijk aan de orde te stellen. Verdrietig is alleen dat wat Zalm en Peper willen nu weer in strijd is met wat minister De Vries beoogt met de Centra voor Werk en Inkomen. De sympathie van praktisch alle mensen in het veld ligt bij Zalm en Peper. Dus laat ik eerst hun ideeën samenvatten en daarna aantonen waarom die botsen met het plan van De Vries.

Zalm en Peper redeneren als volgt. Er is maar bitter weinig bekend over wat nu echt het goede recept is om mensen te helpen van een uitkering terug naar werk. Soms een Melkert-baan, vaak een opleiding, dan weer controle op zwart werk, maar ook serieuze hulp met kinderopvang of met de sanering van oude schulden. Hoe zou een minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid in Den Haag regels kunnen maken die op iedereen precies goed van toepassing zijn? Dus is het verstandiger dat het rijk natuurlijk wel vaststelt hoe hoog een uitkering is in de bijstand en wie daar recht op heeft, maar dat daarna op lokaal niveau professionals de mensen persoonlijk helpen.

Financieel betekent dat: geef iedere gemeente een voldoende bedrag op een gecombineerde rekening waaruit de gemeente dan zelf kan putten voor de uitkeringen, maar ook voor Melkert–banen, subsidies aan werkgevers, scholing, en financiële hulp bij kinderopvang. Geef de gemeente daarbij de vrijheid om in de wijk samen te werken met wijkorganisaties en om andere partners te zoeken in het onderwijs, of bij de uitzendbureaus. Daarover willen Zalm en Peper nu eindelijk afspraken maken met de Vereniging van Nederlandse Gemeenten. De steden met meer dan 100.000 inwoners zijn in het algemeen wel voor, want die zijn niet bang voor de grotere financiële zelfstandigheid en hebben ook vaak eigen ideeën over lokale partners met wie de gemeente goed kan samenwerken. Sommige kleinere gemeenten aarzelen: kan hun sociale dienst al die financiële risico's wel dragen? Is voor een dorp het huidige systeem niet veiliger, want het rijk betaalt toch alles en de gemeente heeft wel geen belang om zich in te spannen, maar loopt ook geen financieel risico. Hoe dit ook zij, Zalm en Peper zijn nu vastbesloten om door te zetten en veel meer financiële verantwoordelijkheid voor de bijstandswet te decentraliseren naar de gemeenten. Zo staat het ook in het regeerakkoord, en is allang bijvoorbeeld de praktijk in Duitsland.

Tegelijkertijd vraagt minister De Vries goedkeuring van het kabinet voor een plan dat op zichzelf ook wel zou kunnen, maar zich niet verdraagt met de actie van Zalm en Peper. De ambtenaren van De Vries hebben allerlei ideeën gekopieerd uit Engeland, waar de centrale overheid gratis kantoren (job centers) financiert en het ministerie van Sociale Zaken uitkeringen, scholing en dergelijke heel centraal regelt. Sociale partners hebben in Engeland niets te vertellen, gemeenten zijn op dit terrein veel minder belangrijk dan in Nederland, en ambtenaren in Londen maken daar het arbeidsmarktbeleid.

Zo stelt minister De Vries voor om 200 nieuwe kantoren te openen die in heel Nederland instructie moeten geven aan de gemeenten welke werkloze recht heeft op scholing, wie in aanmerking komt voor een Melkert-baan en wie onderin de kaartenbak maar het best met rust kan worden gelaten. En dat precies op het moment dat Zalm en Peper een succes hopen te boeken met voorstellen om de gemeenten veel meer financieel te betrekken bij de bijstandswet. Dus gaan de nieuwe centra van De Vries brieven en formulieren versturen naar de gemeenten met instructies over wat wel en niet is toegestaan, terwijl de machteloze gemeente volgens Zalm en Peper steeds meer financieel verantwoordelijk wordt voor het succes van een en ander. Je ziet de conflicten al hangen. De nieuwe centra sturen hun tienduizenden brieven te laat, verkeerd, of onduidelijk. Ze willen mensen naar een cursus sturen die een heel jaar duurt, maar de gemeente ziet meer in een combinatie van werk en opleiding. Of de gemeente wil samenwerken met de `NV Werk' (Amsterdam), `Maatwerk' (Helmond) of het nieuwe bedrijf ASV, maar al zulke partners stellen de redelijke eis dat ze liever zelf met de cliënt aan tafel gaan zitten om afspraken te maken over de beste combinatie van werk, geld, en scholing. In een nieuw boek over scholing De schoolbanken in, de uitkering uit? komen NYFER-onderzoekers Ingrid Lageweg en Lisa Putman tot de conclusie: ,,Er bestaat nauwelijks inzicht in de effectiviteit van scholing.'' Waarschijnlijk hebben de Arbeidsbureaus in het verleden wat te veel ingezet op heel lange cursussen, maar zelfs dat is niet helemaal zeker. Wat wel vaststaat is dat scholing nog het meest nuttig is wanneer mensen intensief begeleiding krijgen, de opleiding samengaat met werk in de praktijk en er een goede nazorg is (p. 127 van het rapport van de Rekenkamer).

Conclusie: minder gedetailleerde voorschriften van bovenaf en meer financiële vrijheid voor gemeenten passen goed bij onze gebrekkige kennis over wat wel en niet werkt qua scholing, en zijn dan ook de inzet van Zalm en Peper. Als daar nieuwe CWI's bij moeten kan dat alleen nog maar wanneer die echt heel klein zijn, mensen helpen met het invullen van het eerste formulier en met gratis informatie over vacatures, maar daarna cliënten individueel laten spreken met professionals die ook het geld hebben voor scholing en subsidies. Wat natuurlijk niet kan is: de beslissing over scholing in een kantoor (De Vries) en het geld bij de gemeente (Zalm en Peper). De inhoudelijke bevoegdheid bij de een; de financiële risico's bij de ander. Wat hebben de ambtenaren die zoiets onzinnigs bedenken zelf gestudeerd? Marxistische economie, met specialisatie permanente dialectiek? Bestuurskunde met een keuzevak over kantelende organisaties? Straks mag hun baas De Vries op 200 plaatsen in Nederland de officiële opening verrichten van een Centrum voor Werk, Inkomen en Ruzie.