Boksende Engelse sukkel boezemt Amerika angst in

In Madison Square Garden maken zwaargewichten Evander Holyfield en Lennox Lewis vannacht uit wie zich de koning van het profboksen mag noemen. Amerika vreest een Engelse machtsovername.

Een plaats in de geschiedenisboeken, dat is vannacht de inzet van het gevecht tussen Evander Holyfield en Lennox Lewis. De naam van de winnaar zal voortaan in één adem worden genoemd met die van grootheden als Joe Louis, Floyd Patterson, Rocky Marciano en Muhammad Ali.

Achtentwintig jaar nadat Ali de strijd aanbond met Joe Frazier staat vannacht in New York opnieuw de kroonjuweel aller bokstitels op het spel: the undisputed world heavyweight championship. Oftewel de strijd om de titels in het zwaargewicht van de drie toonaangevende profbonden, de WBA, de WBC en de IBF.

Madison Square Garden is al maanden uitverkocht voor de titatenstrijd. Op de zwarte markt werd de afgelopen dagen 7.000 gulden neergeteld voor een kaartje dat in de voorverkoop `slechts' 1.500 gulden kostte. De recette van het titelgevecht bedraagt maar liefst tweehonderd miljoen gulden. Het leeuwendeel daarvan komt voor rekening van de Amerikaanse betaaltelevisie. Wereldwijd zijn ruim 38 miljoen huishoudens rechtstreeks getuige van het beulswerk van Holyfield en Lewis, vertelde een trotse promotor Don King deze week. ,,Zelfs in Kosovo zwijgen de geweren komende zaterdag.''

Holyfield, titelhouder van de WBA en IBF, geldt als de favoriet. Bij winst wordt de 36-jarige Amerikaan de eerste bokser sinds Mike Tyson in 1987 die drie wereldtitels in bezit heeft. Eerder al evenaarde hij al het record van Ali door drie keer de wereldtitel te heroveren.

Lennox Claudius Lewis vervult de rol die hem volgens de Amerikaanse pers op het lijf geschreven is: die van underdog. De zoon van Jamaïcaanse ouders ontbeert het charisma van gevestigde namen als Tyson en Holyfield, al is hij sinds twee jaar kampioen van de World Boxing Council en won hij in 1988 olympisch goud.

Geen gelegenheid liet de Amerikaanse pers de afgelopen weken onbenut om Lewis af te schilderen als een tweederangs bokser. ,,Een zwaargewicht zonder het hart van een krijger'', meende een columnist. ,,Hij oogt indrukwekkend, maar slaat nog geen vlieg dood.'' Inspiratie putte de schrijver verder uit het feit dat de 33-jarige bokser samenwoont met zijn moeder, zelden in het uitgaansleven wordt gesignaleerd en bekend staat als een verwoed schaker. ,,Lewis bokst zoals hij schaakt: als een loser.''

Tot vervelens toe herinnerden de media aan Lewis' eerste en enige nederlaag, vijf jaar geleden tegen Oliver McCall. Als een dronken piloot zwalkte de Brit toen door de ring, niet bij machte zichzelf op een behoorlijke manier te verweren. McCall, een vuistvechter met een beperkt slagenarsenaal, sloeg de titelverdediger uiteindelijk knock-out met een rake stoot op zijn kaak – voor de Amerikanen hét bewijs dat Lewis over een `glazen kin' beschikt.

Zelfs Holyfield mengde zich onlangs in de verbale strijd. ,,Lewis is slechts een hobbel op de weg die ik moet passeren'', sprak de gelovige reus geestdriftig. En voor wie twijfelde aan die woorden: ,,Ik heb God aan mijn zijde en verkondig daarom de waarheid. Die waarheid zegt dat ik Lewis in de derde ronde tegen de vlakte sla.''

Alle stemmingmakerij lijkt vooral ingegeven door angst. Profboksen geldt als een van de boegbeelden van de Amerikaanse sportcultuur, een tak van sport die telkens weer goed blijkt voor recordwinsten. Mocht de Engelsman vannacht zegevieren, dan dreigen de Amerikanen hun greep op de lucratieve business in een klap te verliezen.

Zeker nu een opvolger ontbreekt. Iron Mike Tyson is geen schim meer van de onverwoestbare strijder van weleer en slijt zijn dagen achter de tralies. Voor Holyfield lijkt het einde eveneens nabij. Zijn reputatie is vooral gebaseerd op twee veelbesproken zeges op Tyson. Een nederlaag tegen Lewis betekent vermoedelijk zijn afscheid van het profboksen, waarna hij ongestoord kan rentenieren in Texas.

Het vooruitzicht van een Engelsman die de hoogste trede beklimt, jaagt Amerika schrik aan. Slechts vier niet-Amerikaanse zwaargewichten groeiden deze eeuw uit tot de alleenheerser van het profboksen. De laatste overall-kampioen was Ingemar Johansson, de Zweed die in de jaren 1959-'60 de belangrijkste titels in zijn bezit had.

Engeland moet terug tot eind vorige eeuw voor een volwaardig kampioen. In 1897 kreeg Bob Fitzsimmons een heldenontvangst nadat hij de Amerikaan James J. Corbett had verslagen. Amerikaanse kranten konden het deze week niet nalaten te melden dat Fitzsimmons weliswaar in Engeland werd geboren, maar dat hij al op jonge leeftijd naar Nieuw Zeeland emigreerde.

Frank Maloney, de manager van Lewis, ergerde zich de afgelopen maanden groen en geel aan het chauvinisme van de Amerikanen. ,,De Yankees menen dat zij het alleenrecht hebben in de koningsklasse van het boksen'', klaagde Maloney in The Daily Telegraph. ,,Daarom beschouwen ze Lennox als de zoveelste Engelse sukkel.''