Boekenweek

HET IS boekenweek, en volgens Henk Kraima, directeur van de stichting CPNB en uit dien hoofde boekenbaas van Nederland, gaat het uitstekend. Er worden meer boeken verkocht dan ooit tevoren, dus van ontlezing is geen sprake. Dat is een mooi geluid, maar er knarst toch iets in het achterhoofd: wat is er geworden van al die zorgelijke klachten dat het literaire boek in Nederland alleen nog overeind gehouden werd door vrouwen op leeftijd? En dat de jeugd steeds minder tijd aan lezen besteedt, in plaats daarvan liever voor de tv of achter de computer hangt?

Misschien is het allemaal toch best met elkaar te rijmen. Ten eerste zijn er tegenwoordig domweg meer Nederlanders dan vroeger, zij het dat de bevolking niet jaarlijks met drie procent stijgt, en de boekenverkoop wel. Die Nederlanders zijn ook stukken rijker dan vroeger, en als het u vergaat zoals mij, dan ziet u ook op verjaardagen hele stapels boeken uitgepakt worden. Of die ooit gelezen worden? Ik vermoed van heel vaak niet. Overigens, als we toch even demografisch bezig zijn: dat zorgwekkende gegeven dat de Nederlandse literatuur zwaar leunt op oudere vrouwen is voorlopig heel goed nieuws. Momenteel beschikt Nederland over buitenproportioneel veel vrouwen in de vruchtbare leeftijd, dat zijn dus buitenproportioneel veel literaire steunpilaren in wording.

Verder maakt Kraima zich, anders dan de doemprofeten van het Sociaal Cultureel Planbureau plegen te doen, niet al te druk over het verschil tussen het lezen van fictie en non-fictie, en tussen lezen voor je lol en lezen voor het nut. En gelijk heeft ie. Waarom zou het lezen van een verzonnen verhaal waardevoller zijn dan lezen over iets dat echt bestaat? Natuurlijk, er zijn grenzen, Elseviers belastinggids en de gebruiksaanwijzing van de video zijn nou niet echt wat onder `lezen' wordt verstaan, maar goede non-fictie kan minstens zo verrijkend zijn als welk literair werk ook. Dat wordt nogal eens vergeten.

Aan de andere kant blijft er het punt dat jongeren minder tijd doorbrengen met de geur van papier in de neus dan ze deden. Dat is heel begrijpelijk, er is gewoon veel meer te doen. Er is veel meer televisie, er is de tijdvretende computer (waar je overigens ook weer duchtig voor moet lezen, al is het geen Dostojevski), er zijn meer sportmogelijkheden en de druk van mevrouw Borst op jongeren om ook een blessure te komen halen is groot. Er zijn veel meer uitgaansgelegenheden en de jeugd heeft inmiddels ook het geld om daarvan gebruik te maken. Kortom, de verleiding om je tijd anders te besteden dan, zoals het ooit op de radio heette `met een boekje in een hoekje', is enorm toegenomen. En dan is er nog iets: misschien is het ouwe-zeurenpraat, maar de deductieve mode van de afgelopen decennia heeft talloze boeken, vooral non-fictie, die ik als kind verslond uit de jeugdbibliotheken doen verdwijnen, ten gunste van halfzachte gevallen vol plaatjes begeleid door kinderachtig gekwaak. Het was inspelen op de komst van de vermeende beeldcultuur, plus angst om de kinderziel te overbelasten. En tja, dan gaat zo'n kinderziel zich licht vervelen.

Dat het goed gaat met het boek wil overigens niet zeggen dat het boek zoals wij dat kennen altijd blijft bestaan. Juist de laatste maanden zijn de eerste probeersels op de markt gekomen van het echte elektronische boek. Het zijn dingen die een beetje lijken op een ouderwetse lei, met in plaats van het schrijfvlak een beeldscherm, waarop een boekpagina verschijnt. Een druk op een knopje in de rand bladert door naar de volgende of terug naar de vorige bladzijde, enzovoort. Dat begint zowaar op een serieuze bedreiging voor het papieren boek te lijken, zeker als de prijs haalbaar wordt, en het apparaat zo stevig dat het niet erg is als je met `boek' en al in slaap valt en er vervolgens bovenop gaat liggen. Stel je dan nog even voor dat er naast de flappentap boekentappen komen op straathoeken, waar je je apparaat met elk gewenst nieuw boek kunt opladen, en het elektronisch leesparadijs kan beginnen.

Het zou een ware revolutie betekenen op allerlei gebied. De papierindustrie krijgt een dreun, binders raken brodeloos, boekenkasten onverkoopbaar. Het Centraal Boekhuis, spin in het distributienetwerk, verandert in een lege, hol galmende fabriekshal. Er gaan stemmen op om het gebouw tot cultureel en industrieel monument te verklaren. Of zou het toch anders gaan?

Het elektronische boek heeft ontegenzeggelijk voordelen, maar er zijn ook nadelen aan verbonden. Nadelen die te maken hebben met de manier waarop wij mensen in elkaar steken. Het papieren boek, de opvolger van de boekrol, was een werkelijk geniale uitvinding om twee redenen. Ten eerste betekende het, ten opzichte van de boekrol, de overgang van een sequentieel medium naar een `random access'-medium, een enorme stap vooruit. Het boek verhoudt zich tot de boekrol als een plaat tot een cassettebandje. Boek en plaat kun je op willekeurige welke plek onmiddellijk openen, bij de andere twee moet je vanaf de toevallige plaats waar het ding openligt `doorspoelen'. Ten tweede sloot het boek in zijn uitvoering perfect aan bij de manier waarop mensen met de dingen om zich heen omgaan: door schatten op het oog en op het gevoel. Iedereen weet zonder er ook maar een gedachte aan te wijden elke globale plaats in een boek ongeveer in één greep te vinden. Zo is een boek `bijna uit' als het nog te lezen stuk een bepaalde dikte heeft bereikt (iets dat trouwens vies kan tegenvallen bij dun papier). Niemand kijkt daarvoor naar de paginanummers.

Dat is waar het elektronische boek toch tekort zal blijven komen, in die aansluiting op onze natuur. Een elektronisch boek is altijd even dik, je kunt het niet op je gevoel bedienen, of er op die manier in zoeken. Er zijn domweg geen geschikte visuele of andere sensorische aanwijzingen. Het gedraagt zich min of meer als een boekrol als het op `ongeveer' zoeken aankomt.

Daar staat tegenover dat je er wel weer gemakkelijk in kunt zoeken op trefwoord, dus naar heel specifieke informatie. Elektronische boeken zullen dan ook vast in beroepsmatige omgevingen het eerst doordringen. In magazijnen, werkplaatsen en laboratoria. Maar het papieren boek echt verdringen, dat zie ik zo gauw nog niet gebeuren.