Beheers vooral uw reflexen

Voor wie van een beetje doorrijden houdt is de snelweg tussen Wenen en Boedapest een droom. Prachtig aangelegd in een licht glooiend landschap. Vooral het eerste stuk Hongarije vlak na de grens lijkt speciaal neergelegd voor snelheidsmaniakken. Een dolzinnig tolsysteem (13,50 gulden voor nauwelijks dertig kilometer) jaagt de meeste Hongaren naar secundaire wegen met als gevolg dat de M-1 er totaal verlaten bij ligt. In heel Europa is er geen betere plaats om uit te testen hoe hard de auto echt gaat.

Groot is daarom de verbazing als zich naast mijn middenklasser plotseling een verroest wit Golfje wurmt dat zijn uiterste best lijkt te doen om nog harder te gaan. Gaan we racen? Even naar links gekeken. Nee, de twee mannen in het Golfje maken dramatische gebaren en wijzen ontsteld op de onderkant van mijn auto. Ze lijken hun leven op het spel te willen zetten om het mijne te redden. Een lekke band? Een loshangende uitlaat? Of nog erger... vuur?

De schrik slaat toe en even laat ik het gas los zodat het Golfje voor me komt te rijden. Een Roemeense nummerplaat! Nog net op tijd dringt het tot me door dat niet stóppen maar juist keihard doorrijden de beste beslissing is. Opgelucht zie ik het roestbakje in mijn achteruitkijkspiegel kleiner worden.

Het seizoen is dus weer begonnen. Jaarlijks worden tientallen nietsvermoedende toeristen slachtoffer van de wegpiraten. Vrolijk rijden de buitenlanders met hun glanzende auto's en Westerse nummerplaten Hongarije binnen, tevreden dat het grootste deel van de tocht erop zit. En dan doemen ineens twee mannen op die op je wielen wijzen. ,,Wat een aardige mensen zijn die Hongaren toch.'' Er wordt gestopt en één van de mannen gaat vrijwillig onder de auto liggen om het mankement aan te wijzen. De buitenlandse bestuurder is dan allang uitgestapt, zijn bijrijder die natuurlijk nieuwsgierig is – meestal is dat de vrouw die haar tas gewoon in de auto laat liggen – inmiddels ook. Vervolgens springt nummer twee uit de auto van de wegpiraten, graait tassen en papieren van de voorbank en weg zijn ze. Ordinaire tasjesdieven dus. In Hongarije zijn twee varianten bekend. Het gebeurt ook dat de toeristen aan de praat worden gehouden bij een benzinestation langs de M-1 terwijl hun auto ondertussen vakkundig wordt leeggehaald. Geweld wordt bij deze Hongaarse vorm van wegpiraterij zelden of nooit gebruikt.

De Hongaarse praktijk is kinderspel bij de Poolse. Daar verdwijnen niet alleen tasjes, maar ook de auto's. Het spel op de grote weg heeft een hogere graad van verfijning bereikt, want iedereen weet daar allang dat je niet moet stoppen voor iemand die op je wielen wijst. Dus zodra er iemand langszij komt die begint te wijzen, trapt men het gaspedaal in. Zelfs als er even later een tweede auto verschijnt met dezelfde boodschap. Maar na de derde of de vierde begint de buitenlander, die zich toch vaak op onzeker terrein voelt, te twijfelen. ,,Ben ik nou gek, zou er echt wat zijn?'' Een fataal moment van twijfel. Eenmaal gestopt ontspint zich dezelfde scène als in Hongarije. Alleen neemt de bijrijdende wegpiraat in Polen niet alleen de tasjes mee, maar de hele auto.

De tweede variant is het `van achteren aantikken' bij stoplichten of kruispunten. De buitenlandse auto wordt van achteren licht aangereden waarop de bestuurder natuurlijk woedend naar buiten stormt om de schade op te nemen. Er ontstaat een oploopje, er wordt wat heen en weer gepraat en gescholden, en voor de argeloze buitenlander er erg in heeft springt een makker van de `aanrijder' achter het stuur van zijn auto en scheurt weg. Meestal heeft de buitenlander zijn sleuteltjes in het contact laten zitten, maar als dat niet het geval is wordt er geduwd en getrokken – in een enkel geval wordt er zelfs grof geweld gebruikt – tot ze zijn afgegeven. Het gebruik van vuurwapens schijnt in Polen nog niet aan de orde te zijn.

Zowel in Hongarije als in Polen krijgt de Nederlandse ambassade jaarlijks tientallen aangiften van wegpiraterij binnen. In Hongarije bestaat te indruk dat de tasjesdieven betrekkelijk ongestoord hun gang kunnen gaan. De politie lijkt niet erg actief om aan deze praktijken een einde te maken. In Polen komen in het hoogseizoen dagelijks meldingen binnen van autodiefstal door wegpiraterij. Het blijkt vooral om luxe wagens en four wheel drives te gaan. Ook daar doet de politie niet veel meer dan proces verbaal opmaken, ervan uitgaand dat tegen de tijd dat de gedupeerde aangifte komt doen, de auto allang in oostelijke richting over de grens is gebracht. De wegpiraten zijn zeer goed georganiseerd. Ze zouden zelfs speciaal worden getraind op hun dramatische talenten om het `wijzen' en het ruziën na het `aantikken' zo echt mogelijk te laten lijken. De buitenlander rest weinig anders dan zich ook te trainen: in het onderdrukken van zijn reflexen en vooral niet reageren.