Aardappeloproer

In Engeland is opwinding ontstaan over genetisch gemanipuleerde aardappelen die schadelijk zouden zijn voor jonge ratten. Maar statistici twijfelen aan de gegevens.

NOG STEEDS vindt dr. Arpad Janos Pusztai dat hij volkomen onterecht is ontslagen door zijn werkgever, het Rowett Research Institute (RRI) in Aberdeen. En nog steeds is de Hongaars-Britse voedingsdeskundige van mening dat de genetisch gemanipuleerde aardappelen die hij de afgelopen jaren heeft onderzocht schadelijk zijn voor jonge ratten. Dat benadrukte hij afgelopen maandag weer eens, toen zijn zaak voorkwam in het Britse Lagerhuis.

Pusztai heeft in Engeland een rel veroorzaakt over de veiligheid van genetisch gemanipuleerd voedsel. Aanleiding was de uitzending op 10 augustus van het tv-programma `World in Action'. Daarin legde Pusztai uit dat hij de veiligheid van genetisch gemanipuleerde aardappelen onderzoekt. De aardappelen die hij onderzocht bevatten een extra lectine-gen waardoor het gewas beter bestand is tegen insecten en nematoden. Pusztai voerde deze aardappelen - rauw, gekookt dan wel gebakken - aan jonge ratten. Hij nam nadelige effecten waar. Sommige vitale organen, zoals de darmen, bleken langzamer te groeien, vergeleken met de organen van ratten die gewone aardappelen te eten krijgen. Ook de afweer van de ratten die transgene aardappelen aten werkte minder goed, aldus Pusztai.

Enkele kranten publiceerden de uitspraken van Pusztai. De berichten zijn in de daaropvolgende weken hun eigen leven gaan leiden. De tabloids bliezen het nieuws op. Er verschenen koppen als `Don't mess with our food' en `Frankenstein Food'. Er ontstond een hetze rond biotech-voedsel. Prins Charles richtte een website op die zich uitspreekt tegen genetische manipulatie, terwijl premier Tony Blair tegenover de Daily Telegraph juist verklaarde dat hij geen bezwaar heeft tegen het eten van genetisch gemanipuleerde voeding. In het House of Commons verdween al het biotech-voedsel (voeding waar bijvoorbeeld olie van genetisch gemanipuleerde soja in verwerkt is) van het menu.

Twee dagen na de tv-uitzending werd Pusztai ontslagen. Het RRI stelde een commissie in die de labjournaals van Pusztai doorploegde. Niks aan de hand, concludeerde de commissie binnen een dag. De transgene aardappelen hebben ``geen effect op groei, orgaanontwikkeling of de immuunfunctie''. Op 12 januari kreeg Pusztai steun van een internationaal gezelschap onderzoekers. Zij stellen zich achter de Hongaar en menen dat zijn resultaten wel degelijk alarmerend zijn. Een maand later verwierp het RRI deze uitspraken als `misleidend'. De gevonden nadelige effecten worden betiteld als `ongefundeerd'.

AGGLUTININE

Bij nader onderzoek blijkt de kwestie-Pusztai vol met onduidelijkheden. Zo heeft het RRI altijd beweerd dat de aardappelen helemaal niet voor menselijke consumptie waren bedoeld. Ze maakten deel uit van een verkennende studie die bedoeld is om genen op te sporen waarmee gewassen beter beschermd zijn tegen insecten en nematoden. De in opspraak geraakte aardappelen zijn daar een voorbeeld van. Zij bevatten een gen voor een speciaal soort lectine, het agglutinine. Het gen voor agglutinine wordt inmiddels ook gebruikt bij de manipulatie van rijst, kool en koolzaad. Het agglutinine-gen dat in de aardappel werd gezet, kwam uit het sneeuwklokje (Galanthus nivalis). Daarom heet dit agglutinine afgekort GNA. Of de aardappel door agglutinine inderdaad een hogere resistentie heeft tegen insecten of nematoden, is niet duidelijk (zie kader). Daarnaast manipuleerden de Schotten ook nog aardappelen met twee andere lectines, het concavaline A (erg giftig voor bodem-aaltjes) uit de Zuid-Amerikaanse jack bean en het lectine PHA, afkomstig uit de kidney bean. Het RRI werkte aan dit project samen met de University of Durham en de Scottish Crop Research Institute in Dundee die de aardappelen transgeen maakten. Het RRI onderzocht de aangeleverde knollen op gezondheidseffecten.

Alleen de aardappelen met het GNA-gen werden aan jonge ratten gevoerd. Van de andere transgene aardappelen, met het ConA-gen en het PHA-gen, was niet voldoende materiaal beschikbaar. Dat is voortdurend verkeerd begrepen. In een persbericht van 10 augsutus, naar buiten gebracht onder naam van RRI-directeur prof. W.P.T. James, wordt beweerd dat de aardappel met extra concavaline A verantwoordelijk was voor de waargenomen groei-achterstand in de jonge ratten. Dat bleek niet het geval. Pusztai heeft het James altijd kwalijk genomen dat hij hem hierover niet heeft geraadpleegd voordat het bericht de deur uit ging. Misschien was hem dan alle ellende bespaard gebleven. Nu moest James zijn fout rechtzetten, meent Pusztai. Een dag later werd hij beschuldigd van fraude. ``Blijkbaar vond hij de beste manier om zich vrij te pleiten uit deze lastige situatie ... om de wereld te vertellen dat er met de resultaten geknoeid was en dat ik zelfs data van een collega had genomen die een tijdje afwezig was.'' De verhouding tussen James en Pusztai is sinds dit incident niet best meer.

Maar ook Pusztai gaat niet vrijuit. Zijn resultaten zijn inmiddels in twijfel getrokken door het Britse bedrijf BIBRA International dat zich specialiseert in toxiciteitsproeven. Ook het RRI liet een analyse uitvoeren door de eigen afdeling Biomathematics and Statistics. Uit het voorlopige rapport blijkt dat de verschillende diëten inderdaad effect hebben op het gewicht van sommige organen. Maar er zit geen consistent patroon in die verschillen. Ook de waarneming dat de afweer verzwakt zou zijn, trekt het RRI in twijfel. De proefopzet laat te wensen over, zo blijkt uit het rapport. ``De resultaten van Pusztai zijn van een dermate kwaliteit dat ik zijn uitspraken niet durf te onderschrijven,'' zegt ook dr. H. Kuiper, hoofd van de afdeling Veiligheid en gezondheid van voedsel van het RIKILT-DLO in Wageningen.

TWEE TRANSGENE LIJNEN

Pusztai heeft altijd beweerd dat de GNA-aardappelen door de genetische ingreep ingrijpend van samenstelling waren veranderd – het RRI is dat om onduidelijke redenen tot op de dag van vandaag blijven tegenspreken. Volgens Pusztai zou het eiwitgehalte van de transgene aardappelen met twintig procent zijn afgenomen. Ook het gehalte zetmeel daalde, terwijl het gehalte aan glucose steeg. In de transgene aardappelen zou er minder glucose worden vastgelegd in het energierijkere zetmeel. Maar uit de tabellen van Pusztai blijkt dat niet helemaal te kloppen. Hij werkte namelijk met twee transgene lijnen, 71/1 en 74/2. Bij de lijn 71/1 verschillen de transgene planten wat betreft zetmeel en glucose-gehalte weliswaar met de ouderplanten, maar het eiwitgehalte is precies hetzelfde. Bij de lijn 74/2 blijkt het eiwitgehalte van de transgene aardappelen inderdaad twintig procent lager dan de niet gemanipuleerde ouderplanten, maar van deze knollen heeft Pusztai weer niet de zetmeel en glucoseconcentraties bepaald. ``En in beide lijnen heeft hij het gehalte glyco-alkaloïden niet gemeten. Dat is vreemd, want dat zijn natuurlijke toxines met bekende schadelijke effecten,'' aldus Kuiper.

De vermeende negatieve effecten van de transgene aardappelen doen zich voor bij de experimenten met de transgene lijn 74/2. Maar omdat deze aardappelen zo weinig eiwit bevatten, vulde Pusztai het dieet van de ratten aan met een ander eiwit, lactalbumine (12g/kg dieet). Kuiper: ``Je mag verwachten dat deze stof een effect heeft op de test. Dat vertroebelt het eindresultaat.''

De negatieve effecten doen zich met name voor bij ratten die gedurende tien dagen transgene aardappelen aten (aangevuld met extra eiwit). Bij de ratten die 110 dagen op dieet stonden was dit effect veel zwakker. Waarom, is niet duidelijk. ``Maar zo zit er heel veel variatie in de resultaten van Pusztai'', zegt Kuiper. ``Je kunt uit zijn gegevens geen harde conclusies trekken. Een dergelijke proefopzet en zulke resultaten zullen de wetenschappelijke barrières naar mijn mening niet halen.''

Afgelopen maandag werd de zaak gepresenteerd aan de commissie Wetenschap en Technologie van het Lagerhuis. Pusztai en het RRI legden hun gegevens op tafel. Wanneer de commissie haar conclusies bekendmaakt staat nog niet vast.