Terug naar de plantage

`Wat jij aan het doen bent, veroorzaakt alleen maar problemen. Het roept woede op en het verdeelt mensen', foetert een oom van Edward Ball als hij hoort dat zijn neefje op zoek is naar nakomelingen van de familieslaven. De oom wordt helemaal woedend als Ball ook nog vraagt naar nakomelingen van plantagehouders die met hun slaven naar bed gingen.

De weergave van het telefoongesprek aan het begin van Slaves in the Family laat de lezer weten wat Ball precies uit wil vinden over het verleden van zijn familie en hoe sommige familieleden daarop reageren. Het schrikachtige gedrag van de oom is ook typerend voor de houding van een oudere generatie blanke Amerikanen als het gaat om zwarten en hun verleden. Nog altijd ligt de verhouding blank-zwart in de Verenigde Staten gevoelig en is er rassenhaat.

De oorsprong ervan is eeuwenlange slavernij en 134 jaar na afschaffing zijn de verhoudingen nog steeds niet gelijkgetrokken. Zwarten worden nog steeds gediscrimineerd in het dagelijks leven, op de arbeidsmarkt en in het rechtssysteem. De VS is nooit in het reine gekomen met de slavenperiode en de gevolgen ervan. Edward Ball – voormalig columnist van The Village Voice in New York maar geboren in Georgia – lijkt zich tot taak te hebben gesteld daar iets aan te doen. Met Slaves in the Family heeft hij vorig jaar de National Book Award gewonnen.

De familie van Ball had uitgebreide bezittingen in de omgeving van Charleston (South Carolina) en heeft sinds het einde van de zeventiende eeuw duizenden slaven bezeten. Edward Ball groeide op met die wetenschap maar wat hij hoorde waren traditionele verhalen over de bezittende klasse. Er was maar heel weinig bekend over slaven in familiebezit, over hoe ze geleden hadden en hoe het hen is vergaan na 1865.

Dankzij onderzoek naar brieven, dagboeken, een familiegeschiedenis en plantage-archieven weet hij tot een verrassend gedetailleerd verhaal te komen over zijn voorouders, hun slaven en het leven op de plantages. Dat verhaal en de zoektocht die eraan voorafging staan in Slaves in the Family, een bewonderenswaardig boek dat in de VS veel lof heeft gekregen. Het is het eerste boek in zijn soort en wordt wel vergeleken met Roots van Alex Haley, vijfentwintig jaar geleden. Beide boeken leggen de nadruk op het menselijke aspect van de slaven en hun bazen en kunnen daardoor alleen maar meer begrip kweken tussen blank en zwart.

Balls boek is maar gedeeltelijk een verhaal over zijn plantagehoudende familie. Hij beschrijft die vrij beknopt en komt er alleen in meer detail op terug in relatie tot zijn onderzoek naar het lot van de slaven. Elias Ball kwam in 1698 op 22-jarige leeftijd uit Engeland over naar Charleston omdat zijn oom en tante hem als erfgenaam voor een plantage hadden aangewezen. De slaven die er toen al woonden moesten hun meester waarschijnlijk leren hoe je een plantage leidt. In de streek rond Charleston werd er vooral rijst verbouwd. Charleston was bij uitstek een centrum van de slavenhandel. Veertig procent van alle ingevoerde slaven kwam via die stad het land binnen.

De familie Ball breidde zich uit en kocht meer grond. De kinderen en kleinkinderen kregen hun eigen plantages in het stroomgebied van de Cooper River bij Charleston. De zonen hadden plantages van vele vierkante mijlen, de dochters trouwden met de grootste slavenhandelaren die de Verenigde Staten heeft gekend. Ball maakt gebruik van de notities over de slaven in de boekhouding van zijn voorouders. Ze hebben meestal alleen voornamen en het zijn er veel. Sommigen worden later weer genoemd als ze kinderen krijgen of ook als ze worden verkocht. Ball volgt de levens van sommige slaven, zoals dat van Angola Amy, een meisje dat op ongeveer zestienjarige leeftijd uit Afrika naar Charleston vaart en in 1736 op de plantage van Elias Ball terechtkomt. In de boekhouding van de plantages is haar leven en dat van haar honderdvijftig nakomelingen te volgen tot de afschaffing van de slavernij. Een verdere speurtocht brengt Ball bij een paar van haar nakomelingen. De ontmoetingen zijn soms onwennig maar de meeste zwarten zijn bereid te praten.

Ball weet heel wat nakomelingen van Ball-slaven op te sporen. De mondelinge overlevering in die zwarte families leert hem veel over het gedrag van zijn eigen voorouders, bij voorbeeld dat de plantagehouders in de familie het toedienen van lijfstraffen overlieten aan hun voormannen. Maar ook weten zwarte Amerikanen details over het dagelijks leven op plantages die hij nog in geen boek is tegengekomen, namelijk dat de zwarten hun doden altijd 's avonds begroeven omdat ze overdag moesten werken.

Hoe verrassend nauwkeurig de mondelinge overlevering kan zijn bewijst een passage waarin een nakomeling van een slavin hem vertelt over een gebeurtenis, die Balls eigen betovergrootmoeder ook heeft beschreven. Emily Frayer, nakomeling van Philip en Ellen Lucas heeft van haar familie gehoord wat er gebeurde op de dag dat de slaven hun vrijheid kregen. Haar overgrootmoeder, die in de keuken werkte, stond in de deuropening van het plantagehuis. `De Yankie zei: Je bent zo vrij als een vogel in de lucht! Ze zei dat ze op haar knieën viel en zei: Dank God! en Dank u, massa! tegen de Yankie.' Als Ball het dagboek raadpleegt van Mary Ball, op dat moment de vrouw des huizes, staat daar: `Hij zei: Je bent vrij! Vrij als een vogel, je hoeft niet meer te werken. Vrouwen vielen op hun knieën en zeiden: Dank u, massa.' Honderddertig jaar later blijkt het een met het ander exact overeen te komen.

Ball heeft talloze nakomelingen van slaven gevonden, onder wie ook bloedverwanten. Ball komt een dame op het spoor die hem vertelt over Kate Wilson, een van haar voorouders. Kate is geboren in 1820 als slavin maar kreeg een verhouding met plantagehouder William Harleston, verre familie van de auteur. Ze kregen acht kinderen en hij noemde haar in zijn testament. Hoewel velen van de verhouding wisten, kon Wilson niet in hetzelfde huis wonen als haar partner. Ze had echter een eigen huis in Charleston en had veel omgang met andere zwarte vrouwen in de stad die ook verhoudingen hadden met blanke plantagehouders. Veel buitenechtelijke kinderen van plantagehouders hadden een voorkeurspositie maar dat Wilson in het testament is vernoemd, wordt als uitzonderlijk beschouwd. Balls boek staat vol met dit soort ontdekkingen.

Aan het eind van de rit is Ball uit op boetedoening. Hij wil vergeving voor de daden van zijn familie, bijvoorbeeld van Emilie Frayer, en zegt dat hij niet verantwoordelijk is maar wel verantwoording wil afleggen voor de daden van zijn familie. Ook maakt hij in een `Epiloog' een reis naar Sierra Leone, waar veel slaven vandaan kwamen, en zoekt hij een zwarte familie op die twee- tot driehonderd jaar geleden slaven verkocht voor verzending naar Amerika. Ook daar wil Ball boete doen, het liefst met de Sierra-Leonezen. Samen met de familie daar houdt hij een ceremonie waarin ze vergeving vragen aan de Almachtige. Het is een beetje te veel van het goede. Balls persoonlijke betrokkenheid pleit voor hem maar aan het eind van de pelgrimage is het indrukwekkende boek dat eruit voortkwam voldoende.

Edward Ball: Slaven in de familie. Vertaling Carla Benink. Arena, 384 bz. ƒ49,90 (Slaves in the Family. Random House, 505 blz. ƒ40,65)