Poezen zoeken

Met ruim dertigduizend bezoekers was in 1996 ook in Nederland de derde speelfilm van Cédric Klapisch, Chacun cherche son Chat, een verrassend hitje. De surprise zit vooral in de bedrieglijke simpelheid van een low-budgetfilm zonder sterren en met veel personages die zichzelf vertolken, waaruit de achtergrond van Klapisch als documentairemaker blijkt.

De Franse titel, verwijzend naar de zoektocht van buurtbewoners in het elfde arrondissement van Parijs naar de weggelopen poes van een verlegen visagiste, kan op twee manieren vertaald worden: letterlijk als `iedereen zoekt haar kat' en overdrachtelijk als `een ieder zoekt zijn eigen kat'. Beide zijn juist, maar de bedoeling van de film zit natuurlijk in het aforisme. Chloé (Garance Clavel) weet namelijk niet zo goed hoe ze moet leven; haar bestaan, professioneel bivakkerend in de marge van de wereld van mode en loze glamour, privé op zoek naar affectie, die slechts mondjesmaat geleverd wordt door een homoseksuele huisgenoot en al te gretige passanten, lijkt maar geen betekenis te krijgen. Het verlies van een huisdier verdiept de crisis, totdat ze langzaam tijdens de zoektocht ontdekt dat iedereen op zoek is en dat het leven juist in het schijnbaar onbetekenende de moeite waard kan zijn. En ten slotte lijkt het gezochte al die tijd vlak onder je neus te hebben gezeten, nadat een droom je heeft wakker geschud.

Wie op zoek gaat naar de boodschap van de film, komt niet verder dan openstaande deuren en kalenderwijsheden. Klapisch hoedt zich voor een al te pijnlijke verbeelding van de moderne leegte, en vermeit zich liever in verheerlijking van het triviale. Daar lust het publiek in de jaren negentig wel pap van.

De kracht van Klapisch, die uit deze film meer blijkt dan uit zijn volgende (Un Air de Famille), ligt in zijn cameravoering en het in shots met verrassende diepte betrappen van flarden dagelijks leven. Van de trivialiteit van moderne Parijse jongeren, die in halve zinnetjes maar voort rebbelen, zou ik ook acuut depressief worden, maar de authentieke oudere poezenvrouwtjes hebben meer persoonlijkheid in hun pink dan Chloé en haar maten in hun hele ranke lijf. In de glorieuze finale – wanneer ze een one night stand en een ware liefde geboekt heeft, en ook de kat terug is – begrijpt ze het lied van de dames in de kroeg beter: Paris, c'est une blonde! Ach ja, Parijs... De dialogen van Eddy Terstalls verwante films over de Amsterdamse Jordaan zijn een stuk geraffineerder.

Chacun cherche son Chat (Cédric Klapisch, Fr'96), Ned.3, 23.19-00.48u.