Maijdonna

Het vierde `grote ongeluk' in het leven van Hanja Maij-Weggen voltrok zich kort nadat ze de drie vorige ongelukken tegenover de Bijlmer-enquêtecommissie had gememoreerd. Zo gaat het vaker met huilen: je huilt vooral om het huilen van vroeger.

Die beelden zullen haar de rest van haar leven blijven achtervolgen. Ze haalt er niet alleen het jaaroverzicht, maar ook het eeuwoverzicht mee. Iedere journalist zal er in elk diepte-interview weer over beginnen. ,,Denkt u nog wel eens terug aan die dag?'' De hypocrietere exemplaren onder mijn collega's zullen de variant proberen waarmee een reporter van Netwerk de reputatie van zijn rubriek eer aandeed: ,,Hoe vindt u het dat de pers u maar blijft opjagen omdat u ooit emoties hebt getoond?''

De vorige legendarische huilbui van een politicus op tv was die van Wiegel, die – pas weduwnaar geworden – instortte na een ontactische vraag van Jaap van Meekren. De beelden daarvan hebben we daarna nooit meer teruggezien, maar de journalistiek is inmiddels drastisch veranderd. De beelden van de huilende Maijdonna heb ik alleen al gisteravond minstens tien keer gezien.

We kregen alle tijd om de details te bestuderen. Het glaasje water, de hand voor de mond, de verstarrende blik, de dramatische hand voor de ogen. Naarmate je er onthechter naar keek, ontstond er meer ruimte voor de vraag: was het verdriet echt of geacteerd? Er zijn psychologen die beweren dat het meeste huilen te herleiden valt tot een, al dan niet bewuste, tactische manoeuvre om de tegenstander te ontwapenen. Daarom zouden vrouwen in hun machteloosheid meer huilen dan mannen.

Ik weet het niet. Met psychologen, is mijn ervaring, moet je nog meer oppassen dan met huilende vrouwen. Er is weliswaar vaker openbaar gehuild door vrouwelijke politici – Adelmund, Ter Veld – maar vrouwen als Maij-Weggen, Neelie Kroes en wijlen Ien Dales hebben me nooit types geleken voor de manipulatieve huilbui.

Gistermiddag kreeg ik nog een andere reden om me tegen de algemene geldigheid van dergelijke psychologische theorieën te verzetten. Bij een brug op de Leidsegracht stond ik te wachten op de rondvaartboot van Mandela. Bovenop de brug zong een Amsterdams koortje aanstekelijke levensliederen als ,,Twee reebruine ogen'' en ,,Op de woelige baren''.

Toen kwam Mandela langs. Hij zag het koortje (,,Geef mij maar Amsterdam!''), ging met die prachtige, bruine Russische berenmuts op zijn kop overeind staan en zwaaide uitbundig terug. Op dat moment voelde ik een brok in mijn keel en... eh...eh...ja, zet die computer maar even uit.