Kok en Lubbers laken houding Israel na ramp

Premier Kok en zijn voorganger Lubbers hebben voor de enquêtecommissie hun ontevredenheid geuit over de opstelling van Israel in de nasleep van de Bijlmerramp. Vooral de mededeling van de commissie dat El Al nu pas vrachtdocumenten overhandigt die ruim een jaar geleden vanuit New York naar Israel zijn gestuurd, wekte gisteren de verontwaardiging van Kok. ,,De conclusie die ik hieruit trek is dat men het in Israel pas serieus is gaan nemen toen het bloedserieus werd', aldus Kok, doelend op de parlementaire enquête.

Minister Borst (Volksgezondheid) deelde de commissie vanmorgen mee dat voortaan bij een vergelijkbare ramp onmiddellijk een epidemiologisch onderzoek moet beginnen gestart. ,,Volg de klachten vanaf de eerste dag, is de les die ik uit deze zaak heb getrokken', aldus Borst. Haar werd onder meer gevraagd waarom het zo lang heeft geduurd voor de klachten van hulpverleners en bewoners worden onderzocht. ,,Een breed ongericht onderzoek zou één grote teleurstelling worden, de mensen zouden even blij gemaakt zijn en verder niks', aldus Borst.

Premier Kok deed geen moeite zijn irritatie te verbergen over de gang van zaken met de vrachtbrieven en ook zijn voorganger Lubbers toonde zich ,,als vriend van Israel' zeer teleurgesteld. A. Yarkoni, hoofd dienst Burgerluchtvaart in Tel Aviv, ontkent echter deze gang van zaken. ,,Ik weet zeker dat ik de documenten pas tien minuten in handen had voor ik ze [half februari – red.] aan de commissie overhandigde.'

In de afgelopen jaren is – met onderbrekingen – op aandrang uit de Tweede Kamer zowel door de minister van Verkeer en Waterstaat als de minister van Buitenlandse Zaken en via het diplomatieke verkeer getracht opheldering te verkrijgen over de lading in het verongelukte vliegtuig. Bij aanvang van de enquête had de Nederlandse overheid geen precieze documenten van 20.000 kilo vracht. Waarom deze informatie niet eerder ter beschikking kon worden gesteld, is vooralsnog onduidelijk.

Kok en Lubbers informeerden de commissie ook over de speciale status die El Al zou hebben op Schiphol. Die betreft volgens de commissie bijvoorbeeld de verblijfs- en wapenvergunningen van de veiligheidsmedewerkers van El Al. Kok en Lubbers bevestigden dat El Al sinds jaar en dag meer mag dan andere maatschappijen, maar die ruimte betreft volgens hen uitsluitend veiligheid van bemanning en passagiers in verband met eventuele terroristische aanslagen.

,,El Al heeft geen speciale status, maar er bestaat een grote sympathie voor Israel en het is meer een houding geweest van geef El Al maar een beetje ruimte indien nodig', zei Lubbers. Hij sloot niet uit dat die ruimte in de loop der jaren flink is opgerekt. Medewerkers van El Al zouden niet worden gecontroleerd, laat aangeboden vrachtzendingen evenmin. ,,Als dat zo is, dan is dat gebeurd door ambtenaren die aardig wilden zijn', meende Lubbers. Ook Kok sloot niet uit dat ,,El Al-medewerkers zich in de loop van de tijd meer ruimte hebben toegeëigend'. Hij heeft een vertrouwelijke notitie naar de commissie gestuurd over het dragen van wapens door El Al-medewerkers. Oud-minister Sorgdrager (Justitie) zei vanmorgen dat elf Israelische veiligheidsmensen in ons land een wapen mogen dragen. Lubbers citeerde uit een brief die hijzelf enige tijd geleden aan de enquêtecommissie heeft geschreven over leveranties van DMMP (dimethyl methylfosfonaat), één van de grondstoffen voor het dodelijke zenuwgas Sarin. Van deze stof was ruim 200 kilo aan boord van de verongelukte Boeing. Die zending werd de volgende dag al gecompenseerd door het Amerikaanse bedrijf Solkatronic in New Jersey, eigendom van Solvay America Inc, waar Lubbers een functie vervult. Volgens hem zijn er meer leveringen van DMMP geweest: in augustus 1992 en ergens in 1991, beide keren een partij van 240 kilo.

ACHTERGROND3