Klits-klets-klander kapitalisme

Moddergooiende modekoningen – mag het een onsje meer zijn? Tussen de miljardenovernames door hadden advocaten en de financiële media een opwindend verzetje: LVMH versus Gucci, vorige week live in de Ondernemingskamer van het gerechtshof aan de Amsterdamse Prinsengracht.

Weer bestormt een buitenlandse ondernemer de beschermingswallen van het Nederlandse bedrijfsleven tegen ongewenste opkopers. Ook R. Homburg, de Canadese directievoorzitter van vastgoedfonds Uni-Invest, heeft het geprobeerd, maar hij kreeg gisteren met zijn zaak tegen Breevast nul op request. Wat langer geleden beten de Duitse supermarktketen Asko en het Belgische installatiebedrijf Fabricom bij de rechter hun tanden stuk op de bescherming van respectievelijk Ahold en GTI.

Louis Vuitton Moët Hennessy, beter bekend als LVMH, kampioen van het goede leven (champagne, parfums als Givenchy, modemerken als Kenzo), heeft in twee maanden ruim eenderde van de Gucci-aandelen bij elkaar gekocht. Prijskaartje: ruim twee miljard gulden.

Gucci plaatste vervolgens eigen aandelen bij een stichting die een aandelenplan voor het personeel gaat uitvoeren. Toevallig precies evenveel effecten als LVMH had gekocht, zodat het overwicht van de Fransen op een komende aandeelhoudersvergadering werd geneutraliseerd.

Dat de aandelen (beurswaarde: 2,5 miljard gulden) naar het personeel gaan en dat Gucci dat zelf financiert zijn nieuwigheidjes, maar een grote emissie om een tegenstander de wind uit de zeilen te nemen is een oud-Hollandse truc. Daarom is de Vereniging van Effectenbezitters (VEB) mordicus tegen ruime bevoegdheden voor bedrijven om nieuwe aandelen uit te geven.

LVMH betwist deze aandelenuitgifte en beschuldigt Gucci van wanbeleid. LVMH wil daarom dat de Ondernemingskamer een onderzoek door deskundigen gelast (zogeheten enquête) naar het beleid van Gucci. Zulke enquêtes naar de lopende zaken van beursgenoteerde bedrijven zijn een zeldzaamheid.

LVMH kwam naar Amsterdam omdat Gucci, van Italiaanse origine, formeel een Nederlands bedrijf is, wiens aandelen onder meer aan de Amsterdamse effectenbeurs zijn genoteerd. Gucci-topman De Sole en ontwerper Ford resideren in Amerika. Dankzij een beursnotering in New York zijn de meeste effecten in handen van Amerikaanse geldbeheerders, terwijl Gucci geen juridische bescherming heeft tegen ongenode opkopers.

De botsing typeert het moderne zakendoen: grenzeloze geldstromen, ontworteld ondernemerschap en het klits-klets-klander kapitalisme van eten of gegeten worden.

Gucci maakt zich terecht bezorgd. LVMH's leider Arnault gebruikt pakketten aandelen in ondernemingen als pressiemiddel om lucratieve ijzers uit het vuur te slepen, zoals bij de drankenfusie Guinness en Grand Metropolitan.

In een voorlopige voorziening leek de Ondernemingskamer de kool en de geit te sparen. Zowel de Gucci-stichting als LVMH mogen hun stemrecht voorlopig niet gebruiken. De Ondernemingskamer vraagt zich af of de personeelsaandelen van Gucci geen nep zijn en wil meer duidelijkheid. Dit verlies van Gucci lag voor de hand: de constructie oogt kunstmatig en lijkt een schijnhandeling.

Verstrekkender voor de relaties tussen bedrijven, aandeelhouders en (buitenlandse) overnemers zijn de argumenten waarmee de Ondernemingskamer LVMH in de hoek zet. Als ,,behoorlijk aandeelhouder'' had LVMH ,,redelijk overleg'' moeten plegen met Gucci. Maar dat is nog niet alles.

LVMH mag ,,niet alleen zijn eigen belangen'' volgen, maar moet in zijn doen en laten ,,ook de belangen van de vennootschap in al haar facetten'' betrekken plus ,,de belangen van de bij de vennootschap betrokken personen''.

Niet alleen in Angelsaksische ogen is dit een onbegrijpelijke opvatting en Frankrijk ligt, als het om de macht van grootaandeelhouders gaat, in de Angelsaksische invloedssfeer. LVMH gaat ervan uit dat zij als grootste aandeelhouder de andere belangen vanzelfsprekend meeweegt. Doet zij dat niet, dan heeft zij het meeste te verliezen.

De norm van de Ondernemingskamer lijkt afgeleid van het wettelijk voorschrift dat directie en commissarissen van grote ondernemingen zich te richten naar de continuïteit van de onderneming en de belangen van alle betrokkenen. Voor specifieke belangenbehartiging van werknemers zijn er ondernemingsraden en vakbonden. LVMH valt als buitenlandse minderheidsaandeelhouder zonder invloed bij Gucci volledig buiten de wetstekst voor grote Nederlandse bedrijven.

Bij de Tweede Kamer ligt een wetsontwerp dat de Ondernemingskamer de arbiter maakt in een versnelde procedure bij betwiste overnames. Het (voorlopige) oordeel in deze zaak lijkt eerder een stap terug dan een stap vooruit.

Is deze verwarring het gevolg van gebrekkige regelgeving? Ja en nee. Ook in het strict gereguleerde Amerika is er plaats voor de rechter: Philips vecht daar een `gifpil' aan die chipmaker VLSI heeft aangebracht tegen een vijandige overname. In Nederland doet het gemis van een biedplicht zich voelen: een bedrijf dat zeg 30 procent van de aandelen verwerft moet een reëel openbaar bod doen op de overige effecten. Dat schept duidelijkheid voor alle betrokkenen.