Jarige NAVO telt vandaag negentien leden

Polen, Tsjechië en Hongarije treden vandaag officieel toe tot de NAVO. Deze voormalige Warschaupactlanden brengen het aantal leden van het bondgenootschap op negentien.

In de Truman Library in het Amerikaanse Independence (Missouri) leggen de Poolse, Tsjechische en Hongaarse ministers van Buitenlandse Zaken vanavond hun zogeheten instrument van toetreding neer. Dit moet in de VS gebeuren omdat zij houder zijn van het verdrag van Washington, het oprichtingsverdrag van de NAVO. De Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken Albright koos Independence, omdat het de woonplaats was van president Truman, die de basis legde voor de NAVO.

De toetreding zal nog eens gevierd worden, volgende week op het NAVO-hoofdkwartier in Brussel, waar in aanwezigheid van de Poolse, Tsjechische en Hongaarse premiers de drie nationale vlaggen worden gehesen. Later op de dag wordt de ceremonie nog eens overgedaan op het militaire hoofdkwartier in het Waalse Mons. De drie premiers zullen aanschuiven bij een raad van de NAVO-landen. Polen, Tsjechië en Hongarije mochten deze vergaderingen al bijwonen, maar ze konden nog niet meebesluiten en zaten apart.

Hoe belangrijk voor de toetreders alleen al de symboliek rond de uitbreiding is, blijkt uit de verwarring deze week over de vraag op welke dag de vlaggen worden gehesen op het NAVO-hoofdkwartier. De Tsjechische ambassadeur bij de NAVO was ervan overtuigd dat dit vandaag zou gebeuren, op de dag van de toetreding, en hij wilde er absoluut bij zijn. Maar na enige navraag bleek het toch pas dinsdag te gebeuren.

Tot de uitbreiding van de NAVO is in de zomer van 1997 besloten op een bijeenkomst van de staats- en regeringsleiders in Madrid. Aanvankelijk zouden de drie nieuwe landen toetreden op een feestelijke top eind april in Washington, waar het vijftigjarig bestaan van het bondgenootschap wordt gevierd. Maar de kandidaten hebben er zelf op aangedrongen dat ze eerder konden toetreden. Ze willen meebesluiten over het nieuwe zogeheten strategisch concept met doel en taken van de NAVO, dat in Washington rond moet zijn. Vooral Polen vreesde dat in dit concept te veel de nadruk wordt gelegd op nieuwe taken van het Atlantisch bondgenootschap, zoals vredeshandhaving buiten het NAVO-grondgebied. Dat zou ten koste gaan van het oorspronkelijke doel: de collectieve defensie.

Dag en nacht is er gewerkt om de drie nieuwe leden te laten voldoen aan de minimumeisen op het gebied van luchtdefensie, communicatie, de beveiliging van informatie en deelname aan de geïntegreerde militaire structuur. Het zal nog jaren duren voor ze kunnen meedoen op hetzelfde niveau als andere NAVO-landen. Maar hun achterstand wordt gerelativeerd: geen enkele bondgenoot was echt klaar bij de toetreding. ,,Duitsland had niet eens een leger toen het toetrad en het had twintig jaar nodig om te integreren'', zegt een functionaris. ,,En Spanje telt nog steeds veel officieren die geen Engels spreken.''

Inmiddels zijn er nog negen Oost-Europese landen die willen toetreden. Maar in het bondgenootschap is even geen behoefte aan verdere uitbreiding. ,,Iedereen wil nu even een adempauze en eerst de toetreding van deze drie verwerken'', zegt een functionaris. Voor de popelende landen wordt een zogeheten Madrid-pluspakket opgesteld, om hen militair en politiek voor te bereiden. Hoe dit er precies zal uitzien en of het voor alle negen hetzelfde zal zijn, wordt nu nog besproken.

Delicaat is ook de vraag of en zo ja welke kandidaatlanden met name zullen worden genoemd in de slottekst van Washington. Op de top van Madrid leidde deze vraag tot grote spanning, omdat Frankrijk absoluut Roemenië als kandidaat voor een tweede ronde genoemd wilde zien, waarop Denemarken en Duitsland ook de Baltische landen wilden noemen, terwijl de VS vonden dat er helemaal geen namen moesten vallen. Uiteindelijk werden Slovenië, Roemenië en de Baltische landen genoemd als kandidaten, zonder datum van toetreding.

De overtuiging is dat deze landen in Washington niet onvermeld kunnen blijven, want het is voor hen al een teleurstelling dat er nog steeds geen uitzicht is op een tweede uitbreidingsronde. Maar inmiddels is er ook vooruitgang geboekt in Bulgarije en Slowakije en willen Macedonië en Albanië genoemd worden, omdat ze zo behulpzaam zijn in de Kosovo-crisis. Formeel hanteert de NAVO een opendeurpolitiek. Maar het hangt uiteindelijk af van een politiek besluit waarbij wordt afgewogen: is het kandidaatland er aan toe, is de NAVO er aan toe en wat betekent het voor de veiligheid in Europa? Slovenië heeft al geklaagd: ,,Deuren die open zijn, maar waar niemand door kan, zijn gesloten.''

TSJECHEN LAUW: pagina 4