`In een concertzaal luistert het publiek beter'

Sinds kort treedt Henk Meutgeert met zijn bigband op onder de naam Jazz Orchestra of the Concertgebouw. ,,Als een trompettist een noot expres wat langer aanhoudt, kan hij in een concertzaal een spanning opbouwen die in een rokerige kroeg onopgemerkt voorbij zou gaan.''

,,Zo tegen het einde van de twintigste eeuw komen jazz en klassiek steeds dichter bij elkaar. Voor de conservatoriumstudenten van nu zijn de twee muzieksoorten niet meer zo rigoureus gescheiden als het geval was toen ik nog studeerde. Als je het toen in je hoofd haalde om een jazzsolo te spelen tijdens een les dan kreeg je meteen te horen: `Hou daar eens snel mee op'.''

Toen Concertgebouwdirecteur Martijn Sanders hem een jaar geleden vroeg om met zijn New Concert Big Band op te treden in het Amsterdamse Concertgebouw, was Henk Meutgeert (Kampen, 1947) verheugd maar niet echt verrast over de toenadering tussen de werelden van jazz en klassiek. De verrassing kwam pas toen Sanders hem voorstelde de big band als vast jazzorkest aan het Concertgebouw te verbinden. Het Jazz Orchestra of the Concertgebouw is het eerste jazzorkest ter wereld dat onder de naam en het logo van een concertgebouw in dezelfde zaal speelt als het klassieke orkest.

Meutgeert benadrukt dat er geen leden van het klassieke orkest in zijn bigband spelen. Ook de gespeelde muziek bestaat niet uit voor symfonieorkest gearrangeerde jazzcomposities. ,,Zestien lange noten op een bladzijde voor de strijkers met een ritmesectie eronder, dat klinkt allemaal zo flauw'', vindt Meutgeert. ,,Daar ben ik niet in geïnteresseerd en dat hoeft gelukkig ook niet. Kitscherig zal het dus in ieder geval niet worden.''

De programma's voor het Concertgebouw zullen vooral bestaan uit themaconcerten rondom het werk van grote jazzcomponisten als Bill Evans en Duke Ellington. Daarnaast zal het Jazz Orchestra of the Concertgebouw blijven optreden met gastsolisten, zoals nu al regelmatig gebeurt. ,,Een big band heeft nu eenmaal een bepaalde klank en dat kan gaan vervelen. Dan komen mensen na een half jaar niet meer'', beredeneert Meutgeert. ,,Als je solisten met verschillende karakters binnenhaalt en hun muziek speelt, moet je je als band voortdurend aanpassen en telkens weer een ander geluid produceren. Dat houdt het spannend voor zowel het publiek als ons.'' Dat deze opzet werkt, heeft de artistiek leider vorig jaar al bewezen tijdens het Festival of New Dutch Music waar de New Concert Big Band samenspeelde met uiteenlopende solisten als Jasper van 't Hof, Eric Vloeimans, Ernst Glerum en Han Bennink. De cd-opnames van het festival laten een gezelschap horen dat niet twee nummers hetzelfde klinkt.

Toch zullen de meeste gastsolisten niet te horen zijn in het Concertgebouw maar in het Amsterdamse BIMhuis, waar Meutgeert al sinds eind 1996 om de week op zondagavond optreedt met zijn big band. ,,Het BIMhuis is en blijft ons laboratorium waar we onze muziek ontwikkelen'', stelt hij. ,,In die weinig vormelijk sfeer kunnen we wat meer experimenteren. We kunnen daar wat improviseren, er is meer ruimte voor wat langere solo's en als we een technisch moeilijk stuk hebben, kunnen we dat na de pauze gerust nog een keer spelen.''

Toch heeft spelen in het Concertgebouw zo z'n eigen voordelen volgens de bandleider. ,,Je hebt – meer dan in bijvoorbeeld in een horecagelegenheid – een luisterend publiek. Als een trompettist een noot expres wat langer aanhoudt kan hij een spanning opbouwen die in een kroeg met rokende, drinkende en pratende mensen onopgemerkt voorbij zou gaan. Je hoort dat bijvoorbeeld ook aan de opnames van theaterconcerten van Herbie Hancock en Miles Davis. Voor een luisterend publiek zijn ze heel schilderend bezig en hebben ze meer oog voor detail.''

,,De plaats waar je speelt is bepalend voor de vorm waarin je speelt'', vindt Meutgeert. ,,Je bent in het Concertgebouw minder vrij omdat je vastzit aan een programma en een vaste concertlengte. Anderzijds kan je de geweldige akoestiek van de zaal uitbuiten. Op de houten vloer van het Concertgebouw klinkt een vleugel bijvoorbeeld veel beter dan op een willekeurig ander podium. Zelfs het applaus klinkt anders in zo'n zaal. Daarnaast komt dat alles erg goed geregeld is, van de catering tot het goed gestemde instrumentarium. Dat zijn allemaal kleine dingen die meehelpen de kwaliteit van de muziek te verbeteren.''

De opmerking van sommige critici dat jazzmuziek niet in het Concertgebouw thuis hoort, legt Meutgeert naast zich neer. ,,Het geluid van de zaal is optimaal voor barok en muziek met veel contrasten tussen hard en zacht'', beaamt hij. ,,Maar zulke muziek kan je natuurlijk ook maken met een jazzorkest. Ik streef wel naar zo min mogelijk versterking. Je moet namelijk niet tegen de akoestiek gaan vechten. Als je een bas in het Concertgebouw gaat versterken dan komt het geluid galmend terug. Dat solo's onversterkt minder goed te horen zouden zijn is een kwestie van hoe men naar de muziek luistert. Mensen zullen eraan moeten wennen dat dit orkest niet zo hard klinkt als ze misschien verwachten. Maar volume is ook niet de kracht van de muziek, die ligt eerder in de timing en de klank.''

Meutgeert hoopt met de concerten niet alleen jazzpubliek naar het Concertgebouw te trekken maar ook liefhebbers van klassieke muziek voor jazz te interesseren. ,,Alle mogelijke combinaties van muzikanten en stijlen zijn mogelijk. Zelf zou ik graag een keer samenspelen met violist Gidon Kremer. Het zou dan niet zo moeten zijn dat Kremer werk speelt van Joe Henderson of Georgie Fame maar dat er – binnen een door mijzelf speciaal voor de gelegenheid geschreven stuk – een synthese ontstaat tussen jazz en klassiek. Zo zijn er allerlei spannende experimenten denkbaar. Ik weet niet of ik zo'n uitvinder ben, maar ik probeer het wel.''

Jazz Orchestra of the Concertgebouw: met Lew Tabackin: 12/3 CK-theater Roermond (0475-333 205); 13/3 Vredenburg Utrecht; met div gasten: 21/3, 4/4,16/4, 17/4, 18/4 BIMhuis Amsterdam. Optredens in Concertgebouw: 3/6, 17/6; 22/8.