Hoogovens gaat niet verder met Boël

De Waalse regering beschouwt Hoogovens niet langer als partner van het Waalse staalbedrijf Boël. Dit heeft de Waalse premier Collignon gisteren bekendgemaakt. Hij zei dat zijn regering nu op zoek gaat naar een nieuwe partner. Collignon deed zijn opvallende milde verklaring na een ultiem overleg met Hoogovens over een reddingsplan voor Boël. Hoogovens liet gisteren in een persverklaring weinig meer weten dan dat de Waalse regering besloot ,,een oplossing na te streven die leidt tot het vertrek van Hoogovens''.

Het nieuws kwam niet onverwacht. Vorige week al wees de Waalse regering het reddingsplan af van Hoogovens, dat bepaalde dat Wallonië 1,5 miljard franc (80 miljoen gulden) moest investeren in het noodlijdende staalbedrijf en dat bijna de helft van de 1300 arbeidsplaatsen zouden verdwijnen. Collignon wil niet investeren als er zo veel banen verdwijnen in een regio met een al hoge werkloosheid.

Verwacht wordt dat Hoogovens zijn aandelen in Boël voor een symbolisch bedrag van de hand doet, maar wel de fabriek in het Noord-Franse Maubeuge behoudt. Daarmee blijft ,,het mooiste stuk'' bij Hoogovens, zoals de Financieel Economische Tijd vandaag schrijft. De vermoedens dat Hoogovens alleen uit was op dat deel van het bedrijf, leefden al sinds de overname twee jaar geleden.

Volgens de Brusselse krant Le Soir hebben de Nederlanders, die misschien bekend mogen staan als goede bestuurders, met Boël ,,een enorme demonstratie van onvermogen'' laten zien. ,,Te groot misschien om toevallig te zijn.'' Want met het filiaal in Maubeuge gaat het immers goed. ,,Het beste is behouden.'' Tussen de vakbonden en het Nederlandse bedrijf heeft het nooit geboterd. De sociale onrust was de afgelopen twee jaar groot.

De zoektocht naar een nieuwe partner voor Boël moet snel verlopen, want voor het eind van de maand moet de handelsrechter een nieuw toekomstplan hebben voor Boël, om een faillissement te voorkomen. Slechts één bedrijf zou bereid zijn de helft van het Waalse staalbedrijf over te nemen: de Italiaanse-Zwitserse groep Duferco, die al een informeel overnamebod uitbracht. De overheid zou bereid voor 25 procent willen participeren. De Waalse familie Boël heeft nog altijd de helft van het bedrijf in handen. Duferco is nu al eigenaar van het Waalse staalbedrijf Forges de Clabecq en zou beide bedrijven willen laten samenwerken. Het is onzeker dat het personeel van Boël dit aanvaardt. Collega's bij Clabecq staken, omdat Duferco de sociale akkoorden niet zou naleven.