Het was de dag waarop oma ontplofte

Sinds 1984 publiceert de Schotse schrijver Iain Banks afwisselend fictie en science-fiction, zestien titels tot nu toe. Het is lastig een scheidslijn tussen beide genres aan te brengen, maar misschien is dat ook niet nodig. Science-fiction als Consider Phlebas en Feersum Endjinn - die verschijnt onder het `pseudoniem' Iain M. Banks - zegt vaak meer over ons en de wereld waarin we leven dan veel conventionele literatuur. In deze boeken ontwikkelde Banks zijn idee van de `Culture': een hedonistisch Utopia zonder wetten of monetair systeem en met ruimteschepen van dertig kilometer lang.

Pas vorig jaar verscheen Iain Banks in een Nederlandse vertaling, met De wespenfabriek, zijn controversiële en tot de laatste pagina verrassende debuutroman over kindermoordenaars, het martelen van dieren en alomvattend sadisme. Nu is er de roman Het kraaienpad (The Crow Road, 1992), voornamelijk, zo lijkt het, uitgebracht naar aanleiding van de televisieserie die de BBC ervan maakte (in Nederland in 1997 uitgezonden door de VPRO). Banks heeft betere boeken geschreven, met onverwachtere ideeën en doordachter uitgewerkte verhalen. Een boek met zowel de geschiedenis van een familie als een liefdesverhaal en ook nog eens een alles voortstuwend spannend plot moet het dan van iets anders hebben.

Het kraaienpad opent veelbelovend: `Het was de dag waarop mijn grootmoeder ontplofte.' Dit was het gevolg van een crematie terwijl de pacemaker van deoverledene niet was verwijderd. Een scène die tekenend is voor de bizarre fantasie van Banks. De crematie van de grootmoeder is de reden dat de jonge Prentice McHoan terugkeert naar zijn geboortegrond. Wat volgt is een complexe geschiedenis over opgroeien in een buitenissige Schotse familie en de omslag van het verhaal in een murder mystery.

De familiegeschiedenis leren we kennen in het eerste gedeelte van het boek, voor het overgrote deel via flashbacks. Banks springt voortdurend heen en weer in de tijd, iets wat in eerste instantie verwarrend werkt, omdat je je steeds moet oriënteren op het personage dat zijn deel van het verhaal vertelt. Het tweede deel is vrijwel volledig in chronologische volgorde geschreven. En daarin zit ook de eigenlijke plot van het boek: de verdwijning van Rory, de oom van Prentice, de doden die onvermijdelijk vallen en de stukjes van de puzzel die langzamerhand op hun plaats vallen. De plot is slechts een middel om de diverse karakters te laten schitteren. Want daarin verschilt deze roman van een traditionele thriller. De personages zijn geen hardboiled detectives of agenten en toch zijn hun emoties rauw en realistisch. De kracht van deze figuren en de detaillering die Banks aanbrengt zijn fraai. Zo is er Kenneth, de vader van Prentice, een verhalenverteller voor zijn kinderen en een streng rationalist. Verder Prentice zelf, hopeloos verliefd en een beetje een zelfbewuste mislukkeling, Verity, onderwerp van zijn verlangens en Ahley, het meisje op wie hij eigenlijk zou moeten vallen. Zelfs in thrillers waarin het hoofdpersonage `normaal' is, waart de schrijver vaak duidelijk rond, door onwillekeurig mee te denken. Banks doet dat niet. Bij hem zijn de karakters volledig zelfstandig en geloofwaardig.

Iain Banks: Het kraaienpad. Uit het Engels vertaald door Erica Feberwee. Luitingh-Sijthoff, 416 blz. ƒ45,-