Haitink en Schiff maken hun muziek samen met orkest

In het Liber amicorum dat Bernard Haitink deze week kreeg ter gelegenheid van zijn 70ste verjaardag, schrijft de pianist András Schiff over een kloof binnen de klassieke muziek. Symfonieorkesten spelen geen Bach en Händel meer en steeds minder Mozart en Haydn omdat ze het eigendom zijn geworden van `authentieke' specialisten. Schiff vindt het dagelijks contact met Bach en Mozart nodig om de musici niet in Berlioz, Wagner, Mahler, Strauss en Sjostakowitsj hun finesse, subtiliteit en zuivere intonatie te laten verliezen.

In Amsterdam is daarop geen kans: Riccardo Chailly dirigeert binnenkort bij het Concertgebouworkest Bachs Matthäus Passion en ook in het volgende seizoen staat een Bach-suite op het programma. En gisteren, tijdens het eerste concert dat Bernard Haitink als `eredirigent' bij het Concertgebouworkest leidde, was Schiff de solist in Mozarts Pianoconcert KV 491, terwijl na de pauze de Achtste symfonie van Sjostakowitsj op het programma stond.

Het was een prachtconcert, niet alleen door die programmering, maar ook door het toegewijde musiceren van solist, dirigent en orkest. In Mozart was geen sprake van solistisch en egocentrisch optreden, zozeer waren alle bijdragen met elkaar vervlochten, zonder neiging elkaar te overtroeven in sprankeling of virtuositeit.

Tekenend daarvoor was hoe Schiff voor zijn inzetten een beetje meedirigeerde. Ook in de geserreerde interpretatie drong zich niets op. Mozart klonk hier klassiek, ouderwets bijna, maar niet romantisch, wel subtiel en helder, maar zonder opdringerige dramatiek en met bescheiden zwoele strijkersklanken in het Larghetto. Schiff en Haitink voelen elkaar volkomen aan, zo bleek ook na afloop toen ze zich beiden zeer gelukkig toonden met het resultaat.

De Achtste symfonie (1943) van Sjostakowitsj kreeg na de pauze een fenomenale uitvoering waarbij de basis niet alleen werd gevormd door de Mozartiaanse precisie, maar ook de Amsterdamse Mahlertraditie én de bekwaamheden die het Concertgebouworkest de afgelopen jaren onder leiding van Riccardo Chailly opdeed in grote orkestwerken van Messiaen en Varèse. De inzet van Haitink en het orkest was enorm en het onheilspellende klankresultaat in de striemende delen die de oorlog en de verschrikkingen ervan uitbeelden, was spectaculair. Schrijnend in de gespannen hoge strijkerspassages, gillend, krijsend, schel en schril in de blazers, spetterend en energiek in de marsritmes.

Daartegenover stonden de prachtig gespeelde warme, bezonken en etherische passages, vooruitblikken op een betere wereld, arcadisch van sfeer zoals in Debussy's L'Après-midi d'un faune, speels en elegant neo-classicisme, dat aan het slot tot stilstand komt in eeuwige glans. Die extreem aangezette Mahleriaanse thematiek, die ook het slot van Sjostakowitsj' Dertiende symfonie `Babi Yar' kenmerkt, is in zeer goede handen bij de `late' Bernard Haitink.

Concert: Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Bernard Haitink m.m.v. András Schiff, piano. Gehoord: 11/3 Concertgebouw Amsterdam. Herhalingen: 12, 13/3. Radio: 14/3 14 uur Avro Radio 4.

Liber amicorum Bernard Haitink. 333 pag. Uitg. Anthos. ƒ49,90.