Een zedig belastingparadijs

Liechtenstein: een fors begrotings- overschot en `s werelds op een na hoogste inkomen per hoofd van de bevolking. Nu andere belastingparadijzen in Europa onder druk van de EU hun voordelen dreigen te verliezen, zal het vorstendom alleen nog maar welvaren- der worden. Land, volk, belastingvoor- delen, en de weg er naartoe.

De Liechtensteinse bankier heeft geen enkele moeite met de status van zijn land als belastingparadijs. Al na enkele minuten zegt hij dat belastingontduiking geen grond is voor opheffing van het Liechtensteinse bankgeheim. ,,Belastingontduiking is toegestaan'', zegt Philip Schädler van de Liechtenstein Global Trust (LGT) Bank in Vaduz.

Hij licht toe: ,,Voor Liechtenstein is belastingontduiking in het buitenland geen reden om mee te werken aan een rechtsverzoek tot uitwisseling van gegevens. Onze banken zijn geen fiscale opsporingsdiensten. Wij gaan niet na of onze cliënten hun vermogen dat bij ons is ondergebracht, al dan niet opgeven aan de belastingautoriteiten. Het is niet ons probleem dat landen in Europa zulke exorbitant hoge belastingtarieven hebben. Waar belastingwoestijnen zijn, daar zijn ook belastingoases.''

Philip Schädler werkt voor de raad van bestuur van de LGT Bank, maar hij ziet er allesbehalve als een privaatbankier uit. Hij heeft een bruinrood geruite jasje aan met een wit overhemd waarvan het bovenste knoopje open is. De ouderwets slappe boord wordt met een breedgeknoopte das bijeen gehouden. Zijn gezicht toont de volkse openheid van een plattelander, zijn haar is met wat vet naar achteren gekamd zoals in de jaren vijftig. Hij spreekt Duits met een Zwitserduits accent.

Liechtenstein presenteert zichzelf tegenwoordig met enige nadruk als een modern financieel offshore-centrum in het hart van Europa. Met verbluffend succes: het belegde vermogen van buitenlanders in dit ministaatje van 160 vierkante kilometer met 30.000 inwoners bedraagt zo'n 100 miljard Zwitserse frank (in heel Zwitserland is naar schatting 1.000 miljard frank buitenlands vermogen ondergebracht). Voornamelijk afkomstig van vermogende Zuidduitsers, Oostenrijkers en ook wat Fransen en Italianen die de belastingdruk in hun land willen ontwijken. Vaduz, de hoofdstad van Liechtenstein, is voor belastingontwijkers gemakkelijk te bereiken. De autosnelweg E 43 vanuit Stuttgart en Ulm in Duitsland loopt via Bregenz (Oostenrijk) aan het Bodenmeer naar het zuiden, richting Chur en uiteindelijk Milaan in Italië. Vanaf het vliegveld van Zürich is het ruim honderd kilometer snelweg, anderhalf uur rijden. Bij de afslag Vaduz hoeft de fiscale bezoeker slechts de Friedensbrücke over te steken om op de smalle vlakte van de rechter Rijnoever te komen. Even verderop ligt nog een oude houten overdekte voetgangersbrug.

Liechtenstein bestaat uit een smalle strook laagland langs de Rijn en verder uit ongerepte bergen, de uitlopers van de Oostenrijkse Alpen van Vorarlberg. Er loopt één weg door het land van noord naar zuid en een smalle weg die de bergen ingaat naar een wandel- en skigebied. In de dorpen staan ranke kerkjes, er zijn Zwitserse chalets en Duitse Fachhäuser, er is Tiroler klederdracht. Boven Vaduz, de hoofdstad met 5.000 inwoners, ligt het idyllische kasteel van de Fürst von und zu Liechtenstein, de monarch van het vorstendom. Er staat een bordje bij dat in twee talen (Duits en Engels) vermeldt: Geen bezichtiging.

Pas in 1938 nam de toenmalige vorst van Liechtenstein, Franz Josef II, permanent zijn intrek in het kasteel met zware stenen muren, vierkante toren en houten transen. Tegenwoordig kijkt Fürst Hans-Adam II (54) vanuit het slot neer op zijn nijvere onderdanen in Vaduz. Zijn vrouw, gravin Marie Kinsky von Wchinitz und Tettnau, bekommert zich om het Rode Kruis, de sociale noden en de kunsten. In het regeringsgebouw, een negentiende-eeuws paleisje in midden-europese stijl opgetrokken in het centrum van Vaduz, zetelt het kabinet (regeringsleider Mario Frick plus vier ministers) en vergadert het parlement (Landtag) van vijfentwintig leden. De overheid van Liechtenstein telt 500 ambtenaren.

Het straatbeeld van Vaduz is gemoedelijk. Er zijn een paar eenvoudig ogende hotels en restaurants, er zijn banken en er zijn opvallend veel koperen bordjes van vermogensbeheerders, bewindvoerders, juridische en fiscale adviseurs. Het grootste stedelijke probleem in Vaduz lijkt een tekort aan parkeerplaatsen: die zijn allemaal Privat of gereserveerd voor cliënten. Gelukkig is er ook een parkeergarage die grotendeels leeg staat. Aan de rand van het dorp ligt een wijngaard annex wijnkelder met een groot bord Hofkellerei des Fürsten von Liechtenstein. Boven Vaduz ligt het Naturwald Fürstliche Domäne.

Liechtenstein telt drie banken: de Landesbank, de Verwaltungs und Privat Bank en de Liechtenstein Global Trust Bank. De LGT Bank is eigendom van de Stiftung Fürst von Liechtenstein. Sinds kort zijn elf buitenlandse bankvestigingen toegelaten en de komende jaren zullen nog acht buitenlandse filialen geopend worden. Het vorstendom is met andere woorden ruim van bancaire vestigingen voorzien.

Iedere Europese minister van financiën zal jaloers zijn op het prangende probleem waarmee de overheidsfinanciën van Liechtenstein te maken hebben. De begroting (totale uitgaven in 1996: 554 miljoen Zwitserse frank) vertoont een enorm overschot, de staatsschuld is verwaarloosbaar. Ter vermijding van grensoverschrijdend winkelen heeft Liechtenstein met Zwitserland afgesproken hetzelfde BTW-tarief te hanteren. En wat hebben de Zwitsers per 1 januari gedaan? Het BTW-tarief met een procentpunt verhoogd. Met als gevolg dat Liechtenstein dit jaar ongevraagd 30 miljoen Zwitserse frank extra aan BTW-inkomsten heeft waarvoor het geen bestemming heeft.

Is dit het landje uit de onvergetelijke film (1959) met Peter Sellers `De muis die brulde'? Een middeleeuws, half-feodaal ministaatje met houtvesters en eenvoudige boeren op houten karren, zonder leger, dat leeft van de inkomsten van postzegels en geleid wordt door een autocratische vorst? Of is dit een half-verscholen belastingparadijs waar louche financiële praktijken zijn toegestaan en naar hartelust zwart geld wordt gewit?

Geen van beiden. Liechtenstein doet zelfs veel moeite om deze beelden te ontzenuwen. De economie bloeit, zowel de industrie als de dienstensector. Het inkomen per hoofd van de bevolking, 39.000 dollar, is na Zwitserland het hoogste ter wereld (Nederland: 26.000 dollar per hoofd). Het vorstendom, sinds 1806 onafhankelijk, heeft in 1923 een tolunie met Zwitserland gesloten en in 1924 de Zwitserse frank als officiële munt geaccepteerd.

Het is lid van de Verenigde Naties, de Wereldhandelsorganisatie en de Raad van Europa, het heeft zich in 1995 aangesloten bij de Europese Economische Ruimte en het heeft de wetgeving van de Europese Unie tegen het witwassen van crimineel geld overgenomen. Maar belastingharmonisatie, informatie-uitwisseling in geval van belastingontduiking, aantasting van de persoonsbescherming, opheffing van de geheimhoudingsplicht of aanpassing van de rechtsvormen voor vermogensbeheer zijn uitgesloten.

En dat maakt Liechtenstein tot een speciaal geval in het hart van Europa. Een onderdeel van het Zwitserse frankgebied, een enclave aan de rand van de Europese Unie met speciale juridische en fiscale faciliteiten voor vermogensbeheer. Luxemburg heeft een aanzienlijk grotere financiële sector, maar Luxemburg staat onder druk van de overige EU-lidstaten om zijn positie als belastingparadijs op te geven. Dat geldt ook voor de Britse Kanaaleilanden met hun fiscale uitzonderingspositie. Nu Euroland gestalte begint te krijgen, vormt Liechtenstein voor belastingontduikers een aantrekkelijk alternatief.

,,Ons Standort-voordeel is ons belastingstelsel'', bevestigt Philip Schädler van de LGT Bank. En inderdaad: het hoogste belastingtarief voor personen bedraagt 17,8 procent, voor ondernemingen maximaal 20 procent. Voor vermogensbeheer zijn er volop mogelijkheden om de belastingdruk nog veel verder te verlagen: afhankelijk van de gekozen juridische vorm tot 3 of 0,10 en voor grote vermogens slechts 0,05 procent.

Crimineel geld en witwassen worden geweerd, Liechtenstein wil niet bekend staan als een bananenrepubliek in de Alpen. De Liechtensteiners zijn geïnteresseerd in het aantrekken van private en familievermogens. Moeilijke vragen worden niet gesteld. Alles is in Liechtenstein gebaseerd op vertrouwen. Iedereen kent elkaar trouwens: toen zich enkele jaren geleden eens een Rus meldde, was dat onmiddellijk bekend en werd hij overal geweigerd als klant.

Maar lastig wordt het vermogende cliënten absoluut niet gemaakt. Anders dan in Zwitserland hoeft er bij sommige juridische constructies zelfs geen schriftelijke registratie plaats te vinden. Een cliënt kiest een Treuhänder, een lokale beheerder, en als deze intermediair vervolgens ten behoeve van zijn cliënt een bankrekening onder nummer opent, stelt de bank geen verdere vragen. ,,Het is een kwestie van gedelegeerd vertrouwen'', zegt Schädler. ,,De bank kent de Treuhänder en die kent de klant. We zijn allemaal aan dezelfde wettelijke zorgvuldigheidsnormen gehouden.''

In 1992 werd een nieuwe bankwet van kracht. Artikel 14 omschrijft het bankgeheim, dat nog strikter is dan in Zwitserland of Luxemburg. De verplichting tot geheimhouding mag slechts verbroken worden in geval van een strafrechtelijke vervolging. In belastingzaken geldt de volledige geheimhoudingsplicht en gaat Liechtenstein op geen enkel verzoek tot juridische medewerking in. Sindsdien stroomt het fiscale vluchtkapitaal naar Liechtenstein toe. Met de introductie van de euro en de verwachte belastingharmonisatie in de EU verwacht Liechtenstein een verdere toestroom.

Voor vermogensbeheer biedt Liechtenstein drie mogelijkheden: de oprichting van een Anstalt (instelling), een Stiftung (stichting) en een Treuhand (`trust'). Hoewel er kleine juridische verschillen tussen bestaan, zijn de overeenkomsten het grootst: een belastingheffing tussen de 0,10 en 0,05 procent op het vermogen. Stichtingen zijn tegenwoordig populair, vooral voor het onderbrengen van particuliere of familievermogens met een minimum van 30.000 Zwitserse frank.

In vergeljking met de financiële infrastructuur van Luxemburg heeft Liechtenstein een achterstand, erkent Schädler van de LGT Bank. De Luxemburgse vestigingen van Europese banken bieden een scala aan fiscaal vriendelijke beleggingsfondsen en daaraan schort het nog in Vaduz. Een van de problemen daarbij is dat het lastig is voor de Liechtensteinse banken om gekwalificeerd personeel aan te trekken. Zürich, vlakbij, is als Finanzplatz toch aantrekkelijker om te wonen en te werken dan het dorp Vaduz. Liechtenstein heeft een schreeuwend tekort aan werknemers. Dagelijks komen er al zo'n 7.500 pendelaars over de onbewaakte grens om er te werken. Dat is meer dan de hele bevolking van Vaduz.

Aansluiting bij Zwitersland of Oostenrijk zou tot grotere economische integratie kunnen leiden, maar daar zien de Liechtensteiners niets in. ,,Met ons verstand horen we bij Zwitserland en met ons hart bij Oostenrijk'', zegt bankier Schädler. Vorst Hans Adam II en vorstin Marie vinden het zo goed. Hun onderdanen ook.