De klas in het museum

Niet elk kind heeft ouders die hem of haar op een zondagmiddag meenemen naar een museum, voor de lol of omdat ze dat goed vinden voor je opvoeding. Er zijn ouders die denken: wat hèb je daar nou aan? En dus gaan hun kinderen nooit naar een museum. Daarom is in Amsterdam vandaag precies vijftig jaar geleden de stichting Kunstkijkuren opgericht, die kinderen van groep 7 en 8 van Amsterdamse scholen meenemen naar het museum. Om een uurtje samen kunst te kijken.

De meeste basisscholen in Amsterdam doen met de `Kunstkijkuren' mee. Ongeveer 6000 kinderen krijgen elk jaar tien weken lang lessen van een uur in het Stedelijk Museum, het Rijksmuseum en het Van Goghmuseum.

We volgen twee lessen, afgelopen maandag. 's Ochtends gaat juf Thea Tolsma, een kunstenares, met de leerlingen van de Amsterdamse ASVO-school in het Stedelijk Museum kijken. Eerst gaan ze naar een zaaltje met `abstracte' schilderijen hangen. Daar staan geen figuren of voorstellingen op, de doeken lijken uit louter kleur te bestaan, zo plat als een dubbeltje. Egaal blauw, bruinig of grijs, soms met een heel klein werkje erin of een speciale rand erom heen. maar als Thea vraagt: `Wat zie je verder in dat schilderij?' worden de kinderen opeens echte speurneuzen. `Die ene rand is anders', zegt een kind. Hee, er zit toch wat diepte in. Thea wijst op twee schilderijen met een kruis erop. De ene met rood erin; de andere met een lichtgrijs kruis op een wittige achtergrond. `Wat zie je verder', vraagt Thea door. En verdomd. Nu ontdekt een meisje hoe in dat grijze kruis een nog vager kruis is verborgen. Aan de gezichten te merken, vinden de kinderen het best spannend.

We gaan naar een grotere zaal. `Blèh, wat vies!' Daar hangt een schilderij vol met wonderlijke piemels, in paars, rood, bruin en zwart. Groter contrast met de rustige doeken van daarnet is niet denkbaar. Er hangen hier schilderijen van de Duitse kunstenaar Georg Baselitz. Hij schildert `figuratief'. Mensen vooral, op stoelen en krukjes. Maar: ze hangen bijna allemaal ondersteboven. Thea: `Is dat nou echt, of heeft hij de doeken zo opgehangen?' Eén kind ziet het meteen: `Kijk, de verf is naar beneden gedropen.' Dus was het echt. Baselitz wilde op een nieuwe manier schilderen, hij heeft een nieuw idee vormgegeven zegt Thea, en daar gaat het om in de kunst. En dan praten ze over de waarde van schilderijen, in geld. Tja, waar hangt het vanaf hoeveel iets kost? Hoe mooi het is, hoe oud, hoe lang eraan gewerkt is. Hoeveel mensen het willen hebben. En dan is de les om.

Om een uur ontmoet Thea in het Rijksmuseum leerlingen van de `Vijzelmolen', een basisschool uit de Bijlmermeer. Deze groep is al in het Stedelijk Museum geweest en maakt nu kennis met `oude' kunst. We staan onder andere stil bij een schilderij van Hendrick Avercamp, Het IJsvermaeck. Eigenlijk is dat net een stripverhaal, zoveel figuurtjes staan er op, en zoveel verschillende dingen gebeuren er. Thea vraagt weer: `Waar zou de schilder hebben gestaan?' `Wat voor weer wordt het?' `Hoe ver is de horizon?' De kinderen worden als het ware het schilderij binnengetrokken en ontdekken zo de antwoorden.

`Zijn er arme of rijke mensen aan het schaatsen?' `Rijk', zegt een zwart jongetje, `dat zie je aan hun kleren. Die zijn van fluweel en bont.' Maar er is ook een bedelaar. En daar, links onder, zit iemand op een poepdoos, de drollen vallen door een gat in het ijs. Gelukkig dronken de mensen in die tijd nooit zomaar water, maar bier en wijn. Anders zouden ze ziek zijn geworden.

Zou je wel eens naar een museum toewillen met je moeder? Een meisje met prachtige vlechtjes knikt verlegen. Nou dat treft. Want bij een verjaardag horen cadeautjes, ook als je vijftig wordt. En dus geeft Rick van der Ploeg, de staatssecretaris van cultuur, vanmiddag aan de Stichting Kunstkijkuren een soort strippenkaart voor alle kinderen die de kunstkijklessen volgen. Daarmee kunnen ze gratis met hun vader of moeder, of een broer en zusje naar verschillende Amsterdamse musea toe. Om hen nieuwe, mooie, gekke, leuke, ontroerende kunst te laten ontdekken.Maar voor dat ene jongetje hoeft dat allemaal niet. Neem jij je moeder straks mee? `Nee', zegt hij. `Ik heb wel wat beters te doen.'