De familie van je leven

Norman Podhoretz, zoon van immigranten en ooit 'new-left', was geestelijk vader van Reagans presidentschap. In zijn memoires laat Podhoretz (geboren in 1930 en al 43 jaar verbonden aan het tijdschrift Commentary) de wegen van deze lange intellectuele tocht samenkomen.

In zijn herinnering was er een tijd dat ideeen veel belangrijker waren dan vriendschappen, of beter, dat hartstochten en standpunten een ondeelbaar geheel vormden. Ooit leefde hij in een republiek der letteren waar gestreden werd zoals men alleen in familiekring tot op het bot kan gaan. In zijn nieuwste boek blikt de Amerikaanse schrijver en criticus Norman Podhoretz met een onmiskenbare weemoed terug o het New-Yorkse milieu van joodse schrijvers en denkers, waarin hij na de oorlog opgroeide en op jonge leeftijd zijn reputatie vestigde.

Ex-friends is het slot van een autobiografische trilogie die nooit die naam heeft gekregen. Maar met terugwerkende kracht kan met Making it (1967) en Breaking ranks (1979) als de twee eerdere delen zien. Gedrieen beschrijven ze op een mooie manier de Werdegang van Norman Podhoretz. De samenhang is zichtbaar, soms keren letterlijk dezelfde passages terug uit eerdere boeken. Steeds gaat het om de breuk van Podhoretz met zijn intellectuele 'familie', zij het dat de literaire, de politieke en de emotionele kant van dat afscheid niet hetzelfde gewicht in de verschillende delen van deze trilogie hebben.

Zo op het eerste oog beschrijft Podhoretz de geschiedenis van wat velen hebben ervaren als verraad of vaandelvlucht: de trektocht van tal van intellectuelen, die zich in de jaren vijftig en zestig hadden bekend tot het radicalisme, naar een uitgesproken conservatisme, al tooide het zich met het voorvoegsel 'neo'. Podhoretz is een van de gangmakers achter dit intellectuele en politieke schisma geweest. Zijn zeggingskracht als criticus is zeker bevestigd door de invloed van het 'neo-conservatisme' in de jaren zeventig en tachtig. Volgens sommigen heeft de herijking van het conservatisme door vooraanstaande intellectuelen als Podhoretz, Kristol, Bell en Moynihan wezenlijk bijgedragen tot het presidentschap van Reagan.

Oorlogsliberalisme

Podhoretz typeert liefdevol en toch afstandelijk het milieu waarin hij als eenentwintig-jarige terecht kwam. Hij aarzelt niet om de spot die hem treft op te schrijven. Zo lezen we dat Hannah Arendt in haar correspondentie het neerbuigend heeft over 'the Podhoretz kid'. De voornamelijk joodse 'familie' van schrijvers en intellectuelen hield zich op rond bladen als Partisan Review, waar Rhav en Philips de scepter zwaaiden, en Commentary, waar Cohen en Warshow dominerende figuren waren. Een hele rij illustere namen bevolkte de kolommen: Hannah Arendt, Mary McCarthy, Lionel Trilling, en een jongere garde met Saul Bellow, Norman Mailer, Susan Sontag en Podhoretz zelf. Hij maakt razendsnel naam met fraai geschreven literaire kritieken, die voor een nieuwkomer verbazingwekkend zelfverzekerd van toon zijn. Op dertigjarige leeftijd wordt hij hoofdredacteur van Commentary, een positie die hij tot in de jaren negentig zou behouden.

De consensus in deze 'familie' wordt door Podhoretz omschreven als 'cold war liberalism'. Weliswaar vereenzelvigden de mesten zich met een compromisloze verwerping van het communisme, maar tegelijkertijd bestond er een aanmerkelijke afstand tegenover de 'mainstream' van de Amerikaanse samenleving. Bij Podhoretz radicaliseert die houding. In een artikel uit 1957, opgenomen in zijn eerste bundel Doings and Undoings, typeert hij zijn eigen generatie als volgt: 'De waarheid is dat het een rusteloze generatie is en dat die, naarmate ze ouder wordt, steeds rustelozer wordt.'

In Making it analyseert Podhoretz de 'familie' in een mooie sociologie van de smaak. De wereldse motieven, die schuil gaan achter veel vertoon van literaire gevoeligheid, het 'dirty little secret of success', beschrijft hij zonder veel omhaal van woorden. Deze ontnuchterende blik op de republiek der letteren is tegen het zere been van vele hooggestemde vrienden die zich juist uitputten in een kritiek op het consumptieve en materialistische Amerika. In de afstandelijke blik, die hij op zijn eigen biotoop werpt, wordt al het begin van een breuk zichtbaar die niet veel later tot volle wasdom komt.

Norman Mailer

Maar voor het zover is worden eerst de avonturen gedocumenteerd die Podhoretz beleeft met onder meer Norman Mailer. De bejaarde zelfverklaarde conservatief beschrijft ze in Ex-friends met zoveel plezier, dat de lezer zich allengs afvraagt of Podhoretz nu werkelijk is los gegroeid van die tijd. In ieder geval zitten zijn latere wereldbeschouwelijke keuzen hem niet in de weg als hij op een aanstekelijke manier zijn vriend Norman Mailer beschrijft, wiens romans hij als een van de eersten als serieuze literatuur herkende. Tot die tijd werd de succesvolle Mailer strikt ingedeeld bij de 'middlebrow' in het zeer standsbewuste New-Yorkse literaire milieu, dat de 'highbrow culture' als vanzelfsprekend voor zichzelf reserveerde.

Wat Mailer en Podhoretz gemeenschappelijk hadden was een jeugd in Brooklyn, in het armoedige Brownsville en in de iets betere buurt Crown Heigths, beide in Brooklyn. Beiden waren gepokt en gemazeld in de straatcultuur. 'Net als ik was hij direct en vechtlustig en voortdurend doende met de kwestie van mannelijke moed'. Zo komen we Mailer tegen op een chique bijeenkomst waar hij onmiddellijk op de vuist wil met McGeorge Bundy, de veiligheidsadviseur van president Johnson, wegens de Vietnam-politiek van de regering. Wanneer Bundy zegt dat hij niet zo raar moet doen en dat hij zeker niet naar buiten gaat om het uit te vechten, bijt Mailer hem toe: 'I paid you too much respect'.

Even geestig verhaalt hij over de macho Mailer en diens pogingen om de prudente Podhoretz, die de huwelijkse trouw iets letterlijk opvat dan zijn vriend, in te wijden in de geheimen van groepsseks. Ook dat loopt niet helemaal goed af. Na een etentje met een gezamenlijke vriendin verdwijnt Mailer plotseling in de badkamer. 'Een paar minuten later kwam hij spiernaakt terug en wierp een heel serieuze blik recht in de ogen van zijn vriendin.' Maar ook zij laat zich niet uitdagen, laat staan verleiden. Het loopt op niets uit. Podhoretz concludeert droogjes: 'Ik moet toegeven dat mijn teleurstelling het won van mijn opluchting.'

Een serieuzer meningsverschil met Mailer levert diens befaamde beschouwing The white negro op. Daarin bewierookt Mailer de figuur van de marginale 'hipster' en de kleine crimineel. Over een moord op een winkelier schrijft hij: 'Courage of a sort is necessary for one murders not only a fifty-year-old man but an institution as well, one violates private property, one enters into a new relation with the police and introduces a dangerous element into one's life'. In een kritiek herkent Podhoretz in Mailers cultivering van het vitalisme de verre echo van het fascisme.

Podhoretz' afwijzing zien we terug in zijn houding tegenover de Beatgeneration. Zo beschrijft hij de opkomst en het verval van zijn vriendschap met de dichter Allen Ginsberg, in wiens entourage hij ook de schrijver van on the Road, Jack Kerouac, leert kennen. In een beroemde kritiek vergelijkt hij de bohemiens van de jaren twintig met die van de jaren vijftig. De eerste generatie vertegenwoordigde een kritiek op het provincialisme en de morele hypocrisie van de Amerikaanse levensstijl die nog getekend is door een dorpse mentaliteit. De tweede generatie - door Podhoretz omschreven als Know-Nothing Bohemians - staat vijandig tegenover de beschaving. Ze 'vereert primitivisme, instinct, energie en 'bloed'. Voor zover ze al intellectuele belangstelling heeft, komt ze terecht in mystieke doctrines en irrationele filosofieen'.

Zijn afkeer van de tegencultuur openbaart zich het duidelijkst als het om Ginsberg gaat. In Ex-friends citeert hij bijvoorbeeld een onverhulde homo-erotische passage uit een van diens gedichten en voegt hij er met een voetnoot aan toe te betreuren dat dienst treurige uitspattingen over 'fistfucking' en dergelijke aangehaald moeten worden om zijn positie te illustreren over de decadentie van de tegencultuur, die in de homoseksuele promiscuiteit zijn meest uitgesproken bevestiging vindt.

In het verlengde van die kritiek ligt zijn latere afscheid van de New Left. Breaking ranks documenteert dat heel goed. Vooral de radicale studentenbeweging aan de universiteit van Berkeley - de zogenaamde 'free speech movement' - is het breekpunt. In de ogen van Podhoretz is het een conflict van loyaliteiten: de keuze voor het radicalisme verwordt tot het opofferen van een intellectuele standaard terwijl hij juist wil vasthouden aan zijn verantwoordelijkheid jegens de intellectuele gemeenschap.

Vietnam

En dan is er natuurlijk de oorlog in Vietnam. Lange tijd volgt Podhoretz het spoor van de critici. Ook later zal hij nog schrijven dat 'Vietnam was the wrong war in the wrong place at the wrong time'. Maar dat betekent in zijn ogen nog niet dat het doel verkeerd was. De strijd tegen het communisme is gerechtvaardigd. De afkeer van de appeasement in Munchen 1938 speelt daarbij een cruciale rol voor Podhoretz. Hij stoort zich enorm aan de in die tijd gangbare vergelijking van Amerika en nazi-Duitsland, zoals onder meer zichtbaar wordt in het zogeheten 'Vietnam-tribunaal' dat op initiatief van Bertrand Russell is opgezet als kopie van het Neurenberg-tribunaal. Het schokt Podhoretz wanneer hij in een Vietnam-demonstratie een bus ziet rijden met 'bestemming Auschwitz'. Van de indertijd populaire schrijfwijze 'Amerikkka' - een verwijzing naar de racistische Ku Klux Klan - gruwt hij evenzeer.

Uit deze afwijzing van tegencultuur en Nieuwlinks en de gelijktijdige herwaardering van de oorlog in Vietnam groeit het neoconservatisme als intellectuele en politieke bewering. Het 'neo' wil de afstand tegenover een romantisch conservatisme duidelijk maken. Naast een veel soberder opvatting over een verzorgingsstaat ontdaan van 'paternalisme', valt vooral zijn compromisloze afwijzing van het communisme en de ontspanningspolitiek op. Daarin toont hij zich een erfgenaam van het 'cold war liberalism' van de jaren vijftig.

Voor Podhoretz is de Sovjet-Unie een totalitaire staat vergelijkbaar met nazi-Duitsland. De lessen van Hannah Arendt zijn hem niet ontgaan. De Sovjet-Unie heeft onveranderlijk tot doel een wereldrevolutie te ontketenen en kan daarin alleen worden gedwarsboomd door een ontplooiing van de Amerikaanse macht. Meer in het bijzonder moet Amerika zich veel sneller bewapenen, schrijft hij eind jaren zeventig in het zeer invloedrijke essay The present danger.

Aanpassen

Tegen die tijd heeft Podhoretz heel wat vrienden minder. Mailer schrijft in die dagen bitter over zijn vroegere kameraad: 'Today he couldn't stand up without having his arms around a missile'. Het tekent Podhoretz dat hij deze en andere pijnlijke uitlatingen keurig documenteert in Ex-friends.

Men kan zijn autobiografieen lezen als een zelfonderzoek naar de motieven van zijn breuk met het radicalisme en de ontdekking van het neoconservatisme. Maar daaronder wordt een andere geschiedenis zichtbaar. De ontwikkelingsgang van Norman Podhoretz laat zich namelijk ook lezen als het levensverhaal van een zoon van Poolse immigranten. Zijn thuis is een traditioneel, maar niet overdreven leerstellig joods gezin, waar alleen Jiddisch wordt gesproken.

De openingszin van Making it is beroemd geworden en vat inderdaad een wereld samen: 'One of the longest journeys in the world is the journey from Brooklyn to Manhattan - or at least from certain neighbourhoods in Brooklyn to certain parts of Manhattan'.

Voor een arme immigrantenzoon is de weg naar succes in de gemeenschappelijke cultuur van Amerika om tal van redenen een geschiedenis van hardhandige aanpassing. Podhoretz noemt dat een 'brutal bargain'. Deelnemen aan de Amerikaanse samenleving betekent ook familietradities verraden. De toenadering tot de gemeenschappelijke normen brengt een vervreemding ten opzichte van het ouderlijk huis met zich mee. Daar helpt niets aan, ook niet het joodse onderwijs dat Podhoretz op aandringen van zijn vader naast zijn universitaire studie blijft volgen.

Het begint al met de spraakcorrectie op jonge leeftijd om zijn Jiddisch accent kwijt te raken. Ontroerend vertelt Podhoretz in Making it hoe zijn lerares op de middelbare school met de moed der wanhoop een beschavingsoffensief loslaat op de 'jonge joodse barbaren'. Die vaak niet al te subtiele dwang uit naam van een zelfbewuste cultuur van WASP's (de White Anglosaxon Protestants) wordt door Podhoretz achteraf als een onvermijdelijke prijs van integratie gezien. Vandaar ook zijn weerzin tegen het hedendaagse multiculturalisme, dat geen enkele dwang meer gerechtvaardigd acht en alleen het verschil viert, zodat zelfs een zwaar accent als een recht wordt beschouwd.

In zijn meest bekende opstel My negro problem - and ours uit 1963 beschrijft Podhoretz zijn jeugdjaren en de onophoudelijke oorlog in zijn buurt tussen zwarte en joodse jongeren. Het is een openhartig beeld van de onmogelijke raciale verhoudingen, die ook nu nog de alledaagse werkelijkheid vormen in weerwil van alle mooie opvattingen over de 'melting pot'. Podhoretz schrijft: 'We have it on the authority of James Baldwin that all Negroes hate whites. I am trying tot suggest that on their side all whites are sick in their feelings about Negroes'. Het is een moedige beschouwing om dwars door de conventies van zijn literaire milieu onbevoordeeld te kijken naar vooroordelen.

Met twee beurzen verlaat Podhoretz de middelbare school om aan Columbia te gaan studeren, waar hij naar eigen zeggen wordt ondergedompeld in de Westerse beschaving. Ondanks dit succes is hem duidelijk dat de joodse gemeenschap nog helemaal niet zo respectabel is. De echo van het vooroorlogse antisemitisme is voelbaar in bijvoorbeeld een onofficieel quotum voor joodse studenten in die jaren. De afstand ten opzicht van het Amerika van die dagen is nog niet overbrugd. Dat voelt hij in de kleine kring van New-Yorkse schrijvers.

In zijn breuk met dat milieu zou men ook het verlangen kunnen zien van een immigrantenzoon onderdeel te zijn van 'middle class America'. Vanaf midden jaren zeventig wordt de macht en de moraal van Amerika zijn overheersende thema. De identificatie met zijn geboorteland krijgt dan alle nadruk, zozeer dat men kan spreken van een over-identificatie. In ieder geval ligt de term 'anti-Amerikaans' hem voor in de mond als hij zijn radicale tegenstanders typeert. Bob Dylan, Allen Ginsberg, Norman Mailer, zij allen worden door Podhoretz beschuldigd van een onbeperkte haat tegen Amerika, terwijl toch zichtbaar zou kunnen zijn dat iemand als Dylan door en door wortelt in de Amerikaanse muziekcultuur.

Afscheid

Uit de vele verbroken vriendschappen die in Ex-friends de revue passeren blijft een beeld over van burgermoed, hoe men ook verschillende van Podhoretz' latere ideeen beoordeelt. De breuk met zijn schrijversfamilie moet niet makkelijk zijn geweest. Zijn drijfveer is meer dan alleen maar intellectueel of politiek. Het verraad aan zijn 'extended family' is de uiteindelijke consequentie van assimilatie in een gemeenschappelijke cultuur.

Deze identificatie met de Amerikaanse samenleving lijkt mij de wezenlijke ervaring in de biografie van Podhoretz. Wezenlijker dan de politieke omvorming van een radicaal gezinde criticus naar de overigens niet minder weerbarstige conservatief. In dat eerste verhaal wordt namelijk geraakt aan een universele geschiedenis van immigratie, terwijl in de politieke omslag toch allereerst de afrekening met de jaren zestig zichtbaar wordt. Hoe gerechtvaardigd die ook op sommige terreinen moge zijn geweest, ze is toch een geschiedenis die veel meer gebonden is aanen plaats.

Aan het voorlopige einde gekomen van zijn turbulente leven lijkt Podhoretz de aantrekkingskracht van zijn vroegere 'familie' te voelen, niet zozeer qua stellingname, maar meer als omgeving waarin ideeen uiterst serieus werden genomen. Het verbaast niet dat, na jaren waarin de politieke beschouwing zijn werk overheerste, nu de literaire kritiek weer terug is. De titel van het slothoofdstuk Requiem for al lost world spreekt voor zich. Met een mengeling van weemoed en weerzin beschrijft Podhoretz hoe Mailer hem uitnodigt voor een galadiner ter ere van zijn zeventigste verjaardag. 'I miss Norman Mailer', maar hij gaat niet in op de uitnodiging. Er is te veel gebeurd en bovendien wil hij het schrijverschap van Mailer niet vieren omdat hij uitgesproken negatief oordeelt over dienst latere werk. Maar toch, wie drie boeken nodig heeft om afscheid te nemen van een familie, kan gerust zeggen dat het om de liefde van zijn leven ging.

Norman Podhoretz: Ex-friends. The Free Press, 244blz.