Borst spreekt verwijten van critici tegen

Minister Borst (Volksgezondheid) heeft vanmorgen voor de enquêtecommissie ontkend dat zij en haar ministerie zich steeds te gemakkelijk hebben afgemaakt van het dossier over de gezondheidsklachten.

Ze zei dat het niet zo was geweest dat ze zich steeds slechts op een beperkt onderzoek uit 1994 had beroepen. Telkens weer als er de afgelopen jaren Kamervragen waren gesteld over een mogelijke samenhang tussen de gezondheidsklachten en de ramp in 1992 met een El Al-vrachtvliegtuig in de Bijlmer, had haar ministerie contact opgenomen met functionarissen in Amsterdam. Het departement had zich daarbij vooral gewend tot de milieu-arts van de GG en GD in Amsterdam. Steeds weer luidde echter de conclusie dat er geen aanwijzingen waren dat er een dergelijke samenhang bestond. Het klachtenpatroon was te divers voor een gericht onderzoek, aldus Borst. Een groot probleem was steeds dat de lading nog altijd niet bekend was. De artsen wisten daarom niet waarop ze hun patiënten moesten onderzoeken.

Ook Borst achtte de situatie tamelijk onbevredigend, zo verklaarde ze. Nog steeds waren er immers veel mensen met klachten. ,,Ik had ook steeds het gevoel: ik zou zo graag wat willen doen.'' Het was steeds een worsteling tussen gevoel en verstand, aldus Borst.

Had ze dan niet meer moeten doen om de ontbrekende vrachtdocumentatie boven tafel te krijgen, wilde commissielid Oudkerk weten. Ze had daarover, vooral in 1996 veel contact gehad met haar collega Jorritsma van Verkeer en Waterstaat. Die slaagde er echter niet in op dat terrein veel vooruitgang te boeken. Borst zelf vond dat ze niet meer kon doen. ,,Ik kon niet zeggen: `Annemarie, opzij! Dan ga ik zelf wel eens achter die papieren aan.' Zo werkt het niet.''

Anders dan sommigen van haar ambtenaren, meende Borst dat op haar ministerie pas in 1997 en niet al in 1996 sprake was van een omslag in de houding jegens een onderzoek.